De nieuwe Koning is in functie vanaf het moment dat zijn voorganger overlijdt of troonsafstand doet. Volgens de Grondwet moet hij dan wel zo snel mogelijk alsnog beëdigd en ingehuldigd worden.
De Grondwet schrijft ook voor dat de inhuldiging moet plaatsvinden in de hoofdstad Amsterdam, tijdens een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal (de Eerste en Tweede Kamer). Bij de inhuldiging zweert of belooft de Koning trouw aan het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet. De formulering van deze eed of belofte is vastgelegd in de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning:
De eed of belofte op het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet:
"Ik zweer (beloof) aan de volkeren van het
Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal
onderhouden en handhaven.
Ik zweer (beloof) dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van het
Koninkrijk met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de vrijheid
en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen, en
tot instandhouding en bevordering van de welvaart alle middelen zal aanwenden
welke de wetten Mij ter beschikking stellen, zoals een goed en getrouw Koning
schuldig is te doen.
Zo waarlijk helpe Mij God almachtig!"
(Dat beloven wij!)"