Stadhouders

Vanaf de 16e eeuw speelden verschillende stadhouders een belangrijke rol in Nederland. Willem van Oranje werd na zijn overlijden in de 16e en 17e eeuw opgevolgd door verschillende stadhouders. Daarna volgde een korte stadhouderloze periode. In 18e eeuw regeerden tot de inval door de Fransen nog twee erfopvolgers van Willem van Oranje als stadhouder.

Stadhouders 16e en 17e eeuw

De stadhouders van de 16e en 17e eeuw waren geen absoluut regerende vorsten, maar vormden wel een belangrijke politieke factor. Zij stonden in dienst van de afzonderlijke Staten van de zeven gewesten. De stadhouders hadden vooral militaire taken en waren daardoor nauw betrokken bij het buitenlandse beleid van de Republiek. Dit bezorgde hen een bijna vorstelijke positie. De stadhouders waren:

  • Prins Maurits
  • Prins Frederik Hendrik
  • Prins Willem II

Eerste Stadhouderloze tijdperk (1650-1672)

Na het overlijden van Prins Willem II in 1650 werd er geen nieuwe stadhouder benoemd. Wel bleven de Nassaus een rol spelen in het zogeheten Eerste Stadhouderloze Tijdperk van de Republiek. In Friesland bleef de Friese tak van de Nassaus het  stadhouderschap vervullen. Deze tak stamde af van de broer van Willem van Oranje, Jan graaf van Nassau-Dietz. Willem Frederik was stadhouder van Friesland vanaf 1640 en ook van Groningen en Drenthe vanaf 1650. Zijn zoon Hendrik Casimir II volgde hem als stadhouder in deze gewesten in 1664 op.

Een ander familielid, Graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, bekleedde in deze periode de positie van veldmaarschalk. Aan het Eerste Stadhouderloze tijdperk kwam een einde toen de Fransen in het rampjaar 1672 de republiek binnenvielen. De zoon van de laatste stadhouder Willem II, Prins Willem III, werd onder druk van de publieke opinie benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland en kort daarop ook van Utrecht, Gelderland en Overijssel.

Tweede Stadhouderloze tijdperk (1702-1747 )

De Friese stadhouder Prins Johan Willem Friso, de zoon van Hendrik Casimir II, was de erfgenaam van Prins Willem III, maar volgde hem niet op in Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. Aan het tweede stadhouderloze tijdperk kwam in 1747 een einde toen zijn zoon Willem IV tot erfstadhouder werd uitgeroepen in alle gewesten.  

Stadhouders 18e eeuw

  • Prins Willem IV
  • Prins Willem V

In 1795 ging Willem V in ballingschap na de inval der Fransen. Dit betekende het einde van de republiek en ook van het stadhouderschap. Na de Franse tijd keerde zijn zoon Willem Frederik als soeverein vorst terug.