Financiën Koninklijk Huis

Nederland is een constitutionele monarchie. Dat betekent dat de positie van de Koning is vastgelegd in de constitutie, oftewel de Grondwet. Aan de monarchie zijn uitgaven verbonden, net zoals aan ieder ander staatsbestel.

De financiering is vastgesteld in overleg met het Parlement. De uitgaven voor het Koninklijk Huis zijn gebaseerd op de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH).
Hierin staat onder andere wat de jaarlijkse uitkeringen zijn aan de Koning, de echtgenote van de Koning en de afgetreden Koning.

De feitelijke uitwerking vindt plaats via de begroting van de Koning. Dit is begrotingshoofdstuk I van de Rijksbegroting. Ieder jaar wordt deze door de minister-president met de Tweede Kamer besproken tijdens de begrotingsbehandeling.

In deze rubriek kunt u informatie vinden over diverse aan het Koninklijk Huis gerelateerde financiële onderwerpen. Het doel van deze rubriek is zoveel mogelijk inzicht te geven in de uitgaven voor het Koninklijk Huis.