Troonopvolging

Als de Koning overlijdt of troonsafstand doet, volgt zijn oudste zoon of dochter hem op.

Mocht het oudste kind van de Koning al eerder overleden zijn en wettige nakomelingen hebben, dan volgt zijn oudste kind zijn grootouder op. Als de Koning geen wettige nakomelingen heeft, is er een vaste volgorde waarin andere leden van het Koninklijk Huis het koningschap kunnen gaan vervullen.

De lijn van troonopvolging is vastgelegd in artikel 25 van de Grondwet. Prinses Beatrix volgde op 30 april 1980 haar moeder, Koningin Juliana, op. Na precies 33 jaar werd zij op 30 april 2013 opgevolgd door haar zoon, Prins Willem-Alexander. Prinses Catharina-Amalia, de Prinses van Oranje, is sindsdien de eerste in lijn van troonopvolging.

Lijn van troonopvolging

De regels van de troonopvolging zijn vastgelegd in de Grondwet, artikel 25. Bij de  laatste grote grondwetswijziging is vastgelegd dat het oudste kind de Koning opvolgt. Dit betekent dat er geen onderscheid meer bestaat tussen zonen en dochters bij de erfopvolging. Als het oudste kind niet meer in leven is en wettige nakomelingen heeft, dan treedt zijn oudste kind in zijn plaats. Als de Koning geen eigen kinderen of kleinkinderen heeft, dan gaat op gelijke wijze de troon over op de nakomelingen van zijn ouder of eventueel grootouder. Hierbij is een voorwaarde dat deze nakomeling wel tot in de derde graad familie is van de laatste Koning en erfopvolger. Bij het aanvaarden van het Koningschap door Prins Willem-Alexander hebben de beide oudste zonen van Prinses Margriet daarom hun opvolgingsrechten verloren. Als er in het Huis Oranje-Nassau een opvolger ontbreekt, kan deze benoemd worden bij wet. Deze wet dient in een Verenigde Vergadering van de Eerste en Tweede Kamer met tweederde meerderheid te worden aangenomen.   
 
Prinses Catharina-Amalia, de Prinses van Oranje, komt nu als eerste in aanmerking voor troonopvolging, omdat zij het oudste kind is van Koning Willem-Alexander. Indien zij gedurende haar minderjarigheid Koningin zou worden moet een regent het koninklijk gezag voor haar  uitoefenen. Daarna volgen haar jongere zusjes Prinses Alexia en Prinses Ariane in volgorde van leeftijd. Als zij niet beschikbaar zijn, komen Prins Constantijn en vervolgens zijn kinderen, Gravin Eloïse, Graaf Claus-Casimir en Gravin Leonore in aanmerking. Tot slot komt Prinses Margriet in de lijn van troonopvolging.

Graden van bloedverwantschap

Het lidmaatschap van het Koninklijk Huis is op grond van de Wet Lidmaatschap Koninklijk Huis voorbehouden aan bloedverwanten tot en met de tweede graad van de Koning en hun echtgenoten. De troonopvolging is op grond van de Grondwet voorbehouden aan bloedverwanten tot en met de derde graad van de Koning.

Echtgenoten van bloedverwanten van de Koning zitten niet in de lijn van troonopvolging. Echtgenoten van bloedverwanten tot en met de tweede graad van de Koning zijn wel lid van het Koninklijk Huis. 

Graden van bloedverwantschap geven aan wat de afstand in de bloedlijn is tot de (gemeenschappelijke) voorouder of opvolger. Bij het bepalen van de graden van bloedverwantschap tot het Staatshoofd kan het gaan om een 'rechte lijn' of een 'zijlijn'.

De rechte lijn loopt via de lijn: overgrootouder, grootouder, ouder, kind. De afstand van kleinkind naar grootouder is twee graden in de rechte lijn en de afstand van ouder naar kind is één graad. De Prinses van Oranje is in de eerste graad verwant aan de Koning.

De zijlijn kost meer stappen in de lijn (graden) dan de rechte lijn. Bij de zijlijn gaat het om de afstand tot broer of zus, oom of tante, nichtjes en neven. Graden bij zijlijnen zijn als volgt te bepalen: Er wordt terug gerekend naar de gemeenschappelijke voorouder en dan weer naar de bloedverwant in de zijlijn (twee stappen is tweede graad, drie stappen is derde graad).

Voorbeeld: Prins Constantijn is bloedverwant in de tweede graad van de Koning en bloedverwant in de derde graad van de Prinses van Oranje. Er is geen sprake van een ouder-kindrelatie maar de betrokkenen delen hun (voor)ouder: Prinses Beatrix. Een stap tussen broers en zussen kan nooit een bloedverwantschap in de eerste graad opleveren, dat kan alleen tussen een ouder en kind.

Recht op troonopvolging verliezen

Op het moment dat Prins Willem-Alexander Koning werd, verloren de kinderen van Prinses Margriet het recht op troonopvolging. Alleen personen die tot in de derde graad familie van de Koning zijn, komen in aanmerking voor troonopvolging. Dit is wat anders dan het lidmaatschap van het Koninklijk Huis, daarvoor is een verwantschap in eerste of tweede graad van de Koning nodig.

Leden van het Koninklijk Huis verliezen ook hun recht op troonopvolging als zij trouwen zonder dat dit huwelijk goedkeuring krijgt door middel van een toestemmingswet van het parlement. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2004, toen Prins Friso en Mabel Wisse Smit trouwden. Hetzelfde kwam voor bij de huwelijken van Prins Floris (2005), Prins Pieter-Christiaan (2005), Prinses Christina (1975) en Prinses Irene (1964).

Troonsafstand

Hoewel de Koning het Koningschap voor het leven aanvaardt, is in Nederland in de Grondwet de mogelijkheid opgenomen dat een Koning afstand doet van de troon, ook wel abdicatie genoemd. Er is langzamerhand  een traditie ontstaan dat een Koning zijn ambt kan neerleggen. Tot dusver hebben Koning Willem I en de Koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix afstand van de troon gedaan. Het moment waarop een Koning troonsafstand doet, bepaalt hij zelf. Wie de Koning opvolgt, is vastgelegd in de lijn van troonopvolging.