Nederlandse vlag

De eerste vermelding van de Nederlandse vlag dateert uit 1572. De kleuren van de vlag waren toen oranje-wit-blauw en de vlag werd de Prinsenvlag genoemd. Het wit en blauw waren afkomstig van de livreikleuren van het Prinsdom Orange. Het oranje was afgeleid van het Prinsdom Orange. Rond de 17e eeuw werd het oranje geleidelijk vervangen door rood. Het verhaal gaat dat het oranje op zee minder goed zichtbaar was.

Vrijheidsmaagd

Na de inval van de Fransen werd de rood-wit-blauwe vlag gehandhaafd, maar werd de rode baan verfraaid met de afbeelding van een Nederlandse maagd met aan haar voeten een leeuw, in de ene hand een schild met de Romeinse fasces, in de andere een lans bekroond met de vrijheidshoed. Koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) schafte de vrijheidsmaagd af en herstelde de oude driekleur.

Onafhankelijkheid

Na de inlijving bij Frankrijk werd de nationale vlag vervangen door de Keizerlijke Franse. In 1813 werd Nederland weer onafhankelijk en kwamen de Oranjes terug. De kleuren van de vlag werden niet officieel vastgesteld, zodat het rood-wit-blauw en het oranje-wit-blauw beide uitgestoken konden worden. Het rood-wit-blauw had echter de voorkeur en werd van de overheidsgebouwen uitgehangen. Uit die tijd stamt ook het gebruik om op hoogtijdagen van het Oranjehuis de oranje wimpel te hijsen.

Koninklijk Besluit

Tijdens de jaren '30 van de 20e eeuw probeerde de NSB de oude Prinsenvlag met de kleur oranje weer in te voeren. In 1937 tekende Koningin Wilhelmina het Koninklijk Besluit dat de kleuren van de Nederlandse vlag vaststelde: helder vermiljoen (rood), helder wit en kobaltblauw.

Oranjewimpel

Ter gelegenheid van het gouden huwelijksjubileum van Prinses Juliana en Prins Bernhard in 1987 heeft Koningin Beatrix besloten een Oranjewimpel toe te kennen aan Oranjeverenigingen die 50 jaar of langer bestaan. De vereniging kan deze wimpel aanvragen bij de burgemeester, die de aanvraag doorstuurt naar de Particulier Secretaris van de Koning.