Predicaat Hofleverancier

De Koning kan het recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging "Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier" toekennen aan kleine en middelgrote ondernemingen die een zeer belangrijke plaats innemen in hun regio en daarnaast minimaal honderd jaar bestaan. De bestuurders van het bedrijf moeten van onbesproken gedrag zijn evenals de onderneming zelf. Ook moet de ontstaansgeschiedenis van het bedrijf duidelijk zijn.

Ontstaan van het predicaat Hofleverancier

In 1815 voerde Koning Willem I het predicaat Hofleverancier in. Het predicaat geeft bedrijven het recht om het Koninklijk Wapen te voeren met daarbij de toevoeging "Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier". Ook andere leden van het Koninklijk Huis konden het predicaat Hofleverancier verlenen met de toevoeging van hun naam. Er waren bijvoorbeeld bedrijven die het wapenschild van Prins Bernhard voerden.

In 1987 werd het stelsel herzien. Alleen het Staatshoofd kan het recht tot het voeren van het predicaat Hofleverancier verlenen. Er werd een nieuw wapenbord ontworpen met een moderne versie van het Koninklijk Wapen met de tekst: "Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier". Alle bedrijven met het predicaat moeten zich sindsdien richten tot de Koning om het predicaat te laten bestendigen. Het predicaat wordt nu voor 25 jaar toegekend, waarna bestendiging kan worden aangevraagd voor een volgende periode van 25 jaar.

Aanvraagprocedure

Het predicaat kan worden aangevraagd via de burgemeester in de statutaire vestigingsplaats. De burgemeester verifieert of voldoende gegevens ter ondersteuning van de aanvraag zijn toegevoegd. Deze gegevens worden niet openbaar gemaakt. De registers van de Justitiële Documentatiedienst worden geraadpleegd. De aanvraag wordt, voorzien van het advies van de burgemeester, aangeboden aan de Commissaris van de Koning die op zijn beurt adviseert nadat hij informatie heeft ingewonnen bij verschillende instellingen, bijvoorbeeld diensten en ministeries die relevant zijn voor de beoordeling.

De Commissaris van de Koning bericht de aanvrager over de beslissing van de Koning. Bij toekenning reikt de Commissaris van de Koning gewoonlijk de oorkonde uit die bij het predicaat hoort. De hele procedure duurt ongeveer een jaar.

De aanvraag

Een aanvraag moet worden voorzien van een goede onderbouwing. Hierbij kunnen onderstaande elementen gelden als richtlijn.

Voor het verkrijgen van het predicaat Hofleverancier komen in principe alleen ondernemingen in aanmerking die gerekend kunnen worden tot het midden- en kleinbedrijf. In haar bedrijfstak moet de onderneming ten minste in de regio van de statutaire vestigingsplaats een eerste of een duidelijk vooraanstaande plaats innemen. De bedrijfsvoering dient onberispelijk te zijn. De onderneming, en ook de bestuursleden en eventuele commissarissen, moeten te goeder naam en faam bekend staan en van onbesproken gedrag zijn.

Een onderneming zal in de regel ten minste honderd jaar moeten hebben bestaan en het predicaat wordt in principe slechts ter gelegenheid van een bijzonder jubileum (bijv. 100- of 125-jarig bestaan) verleend. Een aanvraag zal voorzien moeten zijn van een degelijk bewijs van de oprichtingsdatum; bij voorkeur is dit een direct bewijs, maar bij voldoende historische onderbouwing kan een indirect bewijs volstaan, zoals een koopakte, of een vermelding in belastingregisters.

De aanvraag moet worden voorzien van een overzicht van de financiële kerncijfers op basis van onderstaande gegevens voor een periode van vijf jaar.

  • netto omzet
  • resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen
  • buitengewoon resultaat na belastingen
  • resultaat na belastingen
  • investeringen
  • netto-kasstroom
  • werkkapitaal
  • liquide middelen
  • eigen vermogen
  • vreemd vermogen

In aanvulling op de kerncijfers wordt een beschrijving verwacht van de financiële positie, gerelateerd aan de ontwikkelingen in de laatste drie tot vijf jaren, de huidige bedrijfsvoering en het verwachte toekomstperspectief. Het bestuur geeft hiermee de financiële reputatie en stabiliteit van de organisatie aan. De inhoud van deze beschrijving is vormvrij, maar de gedane uitspraken en gebruikte argumenten moeten voldoende zijn onderbouwd om een weloverwogen oordeel te kunnen vellen. Het financiële deel van de aanvraag dient te worden gecompleteerd met goedkeurend assurance-rapport van een openbare accountant over de financiële kerngegevens en de beschrijving van de financiële positie.

Ondernemingen die deel uitmaken van een concern dat reeds het predicaat Koninklijk voert, of waaraan vroeger het recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging "Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier" (oudtijds met de titel Hofleverancier) is verleend, kunnen in beginsel niet in aanmerking komen voor verlening van het recht. Bedrijven die zich niet als een Nederlands bedrijf manifesteren, zoals vestigingen van buitenlandse multinationals, komen niet voor een predicaat in aanmerking, ongeacht de duur van hun vestiging in Nederland.

Uitgesloten sectoren

Er zijn sectoren die niet in aanmerking komen voor de toekenning van een predicaat: overheidsinstellingen, advocaten, notarissen, banken, organisaties in de uitvaartbranche, verzekerings- en accountantsmaatschappijen en andere financiële dienstverleners en organisaties met een nutskarakter, zoals ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, openbaar vervoersmaatschappijen, opleidingsinstituten. Het voorgaande is van toepassing op aanvragen van individuele bedrijven en organisaties. Landelijke samenwerkingsverbanden of brancheorganisaties van ondernemingen uit bovengenoemde sectoren kunnen wel in aanmerking komen voor het predicaat Koninklijk.

Bepalingen

Wanneer de Koning bereid is het recht tot het voeren van het predicaat toe te kennen, wordt de onderneming of vereniging verzocht zich te verbinden aan de 'Bepalingen betreffende het predicaat Hofleverancier'. De belangrijkste verplichting is dat de gerechtigde alles zal nalaten wat zijn reputatie zal schaden. Het Koninklijk Wapen wordt gevoerd op de voorgeschreven wijze volgens het daartoe ontworpen wapen; naar buiten toe mag alleen dit specifieke wapen worden gebruikt. Hofleveranciers oude-stijl mogen hun oude schild met het Koninklijk Wapen binnenshuis blijven tonen voor zover zij dit wensen.

Schending van de Bepalingen kan leiden tot verlies van het recht tot het voeren van het predicaat. Bij faillissement of surseance van betaling, wanneer de onderneming in andere handen overgaat, zij haar zelfstandigheid verliest of de aard van de onderneming verandert, vervalt het recht. Los hiervan kan het recht  te allen tijde worden ingetrokken.

Het recht wordt doorgaans toegekend voor een periode van ten hoogste 25 jaar, waarna de gerechtigde, via de burgemeester in de statutaire vestigingsplaats, aan de Koning verlenging kan vragen. Er vindt dan opnieuw een toetsing plaats.