Predicaat Koninklijk

Het predicaat Koninklijk is een onderscheiding die kan worden verleend aan verenigingen, stichtingen, instellingen of grote ondernemingen. Het symboliseert het respect, de waardering en het vertrouwen van de Koning tegenover de ontvanger.

Alleen de Koning kan het predicaat toekennen. Het predicaat is strikt op naam en betekent dat de organisatie het predicaat Koninklijk mag toevoegen aan de naam en de Koninklijke Kroon in het logo mag opnemen. In overleg mag soms ook een gestileerde versie van de Koninklijke Kroon in het logo worden opgenomen.

Het grootste verschil tussen het Predicaat Koninklijk en het Predicaat Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier is dat ook verenigingen en organisaties in aanmerkingen kunnen komen voor het voeren van het predicaat Koninklijk.

Aanvraagprocedure

Het predicaat kan worden aangevraagd via de burgemeester in de statutaire vestigingsplaats. De burgemeester verifieert of voldoende gegevens ter ondersteuning van de aanvraag zijn toegevoegd. Deze gegevens worden niet openbaar gemaakt. De registers van de Justitiële Documentatiedienst worden geraadpleegd. De aanvraag wordt, voorzien van het advies van de burgemeester, aangeboden aan de Commissaris van de Koning die op zijn beurt adviseert nadat hij informatie heeft ingewonnen bij verschillende instellingen, bijvoorbeeld diensten en ministeries die relevant zijn voor de beoordeling.

De Commissaris van de Koning bericht de aanvrager over de beslissing van de Koning. Bij toekenning reikt de Commissaris van de Koning gewoonlijk de oorkonde uit die bij het predicaat hoort. De hele procedure duurt ongeveer een jaar.

De aanvraag voor ondernemingen

Een aanvraag moet worden voorzien van een goede onderbouwing. Hierbij kunnen onderstaande elementen gelden als richtlijn.

De onderneming moet wat betreft aard, omvang en betrouwbaarheid aanzien hebben en op zijn gebied in Nederland een eerste of een zeer vooraanstaande plaats innemen, bij voorkeur met een internationale uitstraling. Hierbij wordt mede rekening gehouden met de grootte van het bedrijf, het aantal werknemers en de omzet; als richtlijn geldt dat het bedrijf minstens honderd werknemers in dienst heeft. De bedrijfsvoering dient onberispelijk te zijn. De onderneming, en ook de bestuursleden en commissarissen, moeten te goeder naam en faam bekend staan en van onbesproken gedrag zijn.

Een onderneming zal in de regel ten minste honderd jaar moeten hebben bestaan en het predicaat wordt in principe slechts ter gelegenheid van een bijzonder jubileum (bijv. 100- of 125-jarig bestaan) verleend. Een aanvraag zal voorzien moeten zijn van een degelijk bewijs van de oprichtingsdatum; bij voorkeur is dit een direct bewijs, maar bij voldoende historische onderbouwing kan een indirect bewijs volstaan, zoals een koopakte, of een vermelding in belastingregisters.

De aanvraag moet worden voorzien van een overzicht van de financiële kerncijfers op basis van onderstaande gegevens voor een periode van vijf jaar.

  • netto omzet
  • resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen
  • buitengewoon resultaat na belastingen
  • resultaat na belastingen
  • investeringen
  • netto-kasstroom
  • werkkapitaal
  • liquide middelen
  • eigen vermogen
  • vreemd vermogen

In aanvulling op de kerncijfers wordt een beschrijving verwacht van de financiële positie, gerelateerd aan de ontwikkelingen in de laatste drie tot vijf jaren, de huidige bedrijfsvoering en het verwachte toekomstperspectief. Het bestuur geeft hiermee de financiële reputatie en stabiliteit van de organisatie aan. De inhoud van deze beschrijving is vormvrij, maar de gedane uitspraken en gebruikte argumenten moeten voldoende zijn onderbouwd om een weloverwogen oordeel te kunnen vellen. Het financiële deel van de aanvraag dient te worden gecompleteerd met goedkeurend assurance-rapport van een openbare accountant over de financiële kerngegevens en de beschrijving van de financiële positie.

Ondernemingen die deel uitmaken van een concern dat reeds het predicaat Koninklijk voert, of waaraan vroeger het recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging 'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier' (oudtijds met de titel 'Hofleverancier') is verleend, kunnen in beginsel niet in aanmerking komen voor verlening van het recht. Bedrijven die zich niet als een Nederlands bedrijf manifesteren, zoals vestigingen van buitenlandse multinationals, komen niet voor een predicaat in aanmerking, ongeacht de duur van hun vestiging in Nederland.

De aanvraag voor verenigingen

Een aanvraag moet worden voorzien van een goede onderbouwing. Hierbij kunnen onderstaande elementen gelden als richtlijn.

De vereniging zal moeten aantonen dat zij op het gebied van haar doelstelling de eerste of althans een zeer vooraanstaande plaats inneemt. De vereniging moet een goed bestuurde en levenskrachtige organisatie van maatschappelijk aanzien zijn en haar bestuursleden dienen te goeder naam en faam bekend te staan en van onbesproken gedrag te zijn.

Een vereniging zal in de regel ten minste honderd jaar moeten hebben bestaan en het predicaat wordt in principe slechts ter gelegenheid van een bijzonder jubileum (bijv. 100- of 125-jarig bestaan) verleend. Een aanvraag zal voorzien moeten zijn van een degelijk bewijs van de oprichtingsdatum; bij voorkeur is dit een direct bewijs, maar bij voldoende historische onderbouwing kan een indirect bewijs volstaan, zoals een koopakte, of een vermelding in belastingregisters.

Verenigingen die als doel hebben politieke, commerciële, religieuze of levensbeschouwelijke opvattingen te verspreiden, komen niet in aanmerking. Verenigingen die deel uitmaken van een landelijk, federatief of overkoepelend verband - of van een zodanig verband deel zouden kunnen uitmaken - waaraan het predicaat Koninklijk reeds is verleend, komen eveneens in beginsel niet in aanmerking voor het predicaat.

Onder vereniging wordt verstaan: de vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid in de zin van Titel 2 Boek 2 BW waarvan de statuten zijn opgenomen in een of meer notariële akten conform het bepaalde in art. 2:27 en/of 2:28 BW.