Ridderorden

De ridderorden zijn onderverdeeld in een militaire ridderorde en twee civiele ridderorden. De ridderorden zijn ook bekend als 'lintjes'.

De Koning is Grootmeester van de ridderorden. Artikel 111 van de Grondwet bepaalt dat ridderorden bij wet moeten worden ingesteld. De ridderorde valt daardoor onder de ministeriële verantwoordelijkheid, en wordt door de regering verleend. Het Koninklijk Besluit waarin de ridderorde vastgelegd wordt, wordt ondertekend door de Koning en de verantwoordelijke minister. De Koning reikt de ridderorden niet zelf uit. Meestal doet de burgemeester van de woonplaats van de geridderde dit. De Kanselier der Nederlandse Orden is belast met de uitvoering van de Koninklijke Besluiten.

Civiele Ridderorde

Nederland kent twee civiele ridderorden: de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. De onderscheidingen worden ook wel lintjes genoemd. Deze worden toegekend aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving.

Kandidaten moeten worden voorgedragen bij de burgemeester van hun woonplaats. Als de burgemeester akkoord is, stuurt hij de aanvraag door naar de Commissaris van de Koning. De Commissaris stuurt de aanvraag na goedkeuring door naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. Het Kapittel voor de Civiele Orden, dat is gevestigd bij de Kanselarij, adviseert vervolgens de verantwoordelijke minister over de toekenning. De Koning en de minister, op wiens beleidsterrein iemand actief is, zetten hun handtekening onder het Koninklijk Besluit. Buitenlanders kunnen ook in aanmerking komen voor een lintje. De aanvraagprocedure loopt dan via de minister van Buitenlandse Zaken.

Orde van de Nederlandse Leeuw

De Orde van de Nederlandse Leeuw is de oudste en hoogste civiele ridderorde in Nederland. Koning Willem I heeft de Orde ingesteld op 29 september 1815. Iemand komt in aanmerking voor een onderscheiding in deze orde als iemand een prestatie van zeer exceptionele aard heeft geleverd voor de samenleving.

Er zijn drie graden in de Orde van de Nederlandse Leeuw: Ridder Grootkruis, Commandeur en Ridder. Mensen die de Orde van de Nederlandse Leeuw hebben gekregen zijn bijvoorbeeld sporters met een Olympische medaille, kunstenaars of wetenschappers die uniek onderzoek verricht hebben.

Orde van Oranje-Nassau

De onderscheiding wordt verleend aan iemand die zich lange tijd persoonlijk verdienstelijk heeft gemaakt voor de maatschappij, de Staat of het Koninklijk Huis. Er zijn zes graden in de Orde van Oranje-Nassau. De eerste vijf graden zijn: Ridder Grootkruis, Grootofficier, Commandeur, Officier en Ridder. Een benoeming in de zesde graad betekent dat iemand tot lid benoemd is in de Orde van Oranje-Nassau.

In 1890 werd de personele unie tussen Luxemburg en Nederland verbroken. Hierdoor kon het Nederlandse staatshoofd niet langer de Luxemburgse Orde van de Eikenkroon toekennen. Omdat de Orde van de Nederlandse Leeuw een exclusief karakter had (en heeft), werd een nieuwe orde ingesteld, de Orde van Oranje-Nassau. Dit gebeurde op 4 april 1892, tijdens het regentschap van Koningin Emma.

Versierselen

De versierselen die behoren bij de civiele ridderorden blijven altijd eigendom van de Staat. Als een persoon komt te overlijden, moet de onderscheiding worden teruggestuurd naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. De versierselen worden dan schoongemaakt en zo nodig hersteld, zodat ze opnieuw kunnen worden gebruikt.

Militaire Ridderorde

De enige militaire ridderorde is de Militaire Willems-Orde. Dit is een onderscheiding voor dapperheid. Volgens de wet is het een beloning voor burgers, militairen en eenheden "die zich in den strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw hebben onderscheiden". De Orde bestaat uit vier klassen: Ridder Grootkruis, Commandeur, Ridder 3e en Ridder 4e klasse. Een verzoek tot onderscheiding in de Militaire Willems-Orde moet worden ingediend bij de minister van Defensie. De minister stuurt de aanvragen en de voordrachten voor advies aan het Kapittel der Militaire Willems-Orde.

De dapperheidonderscheiding werd als eerste Nederlandse ridderorde ingesteld op 30 april 1815 door Koning Willem I. Hij verleende de eerste onderscheiding aan de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II, voor zijn heldhaftig optreden in de slag bij Waterloo. De Militaire Willems-Orde is onder andere uitgereikt aan Koningin Wilhelmina, Karel Doorman en Erik Hazelhoff Roelfzema voor hun moedige optreden in de Tweede Wereldoorlog. Voor het eerst na ruim vijftig jaar werd in mei 2009 een individuele Militaire Willems-Orde uitgereikt aan Kapitein M. Kroon.