Dienst Koninklijk Huis

De Dienst van het Koninklijk Huis heeft ruim driehonderd medewerkers, met als kern de hofhouding.

Zij werken in de Koninklijke verblijven in Den Haag, Wassenaar, Amsterdam en Apeldoorn. De meeste kantoren van de dienst zijn gevestigd op Paleis Noordeinde, het werkpaleis van de Koning. In de tuin van het paleis zijn ook het Koninklijk Huisarchief en de Koninklijke Stallen te vinden.

De Dienst van het Koninklijk Huis bestaat uit het Civiele Huis en het Militaire Huis. De Grootmeester staat aan het hoofd van de Dienst Koninklijk Huis en staat tevens aan het hoofd van het Civiele Huis, de Chef Militaire Huis is zijn plaatsvervanger.

Civiele Huis

Het Civiele Huis is de verzamelnaam voor het niet-militaire deel van de hofhouding. Het Civiele Huis wordt geleid door de Grootmeester en bestaat uit meerdere diensten, bureaus en adviseurs.

Militaire Huis

Het Militaire Huis is met name verantwoordelijk voor het militair ceremonieel aan het hof en onderhoudt de niet-politieke contacten tussen het Koninklijk Huis en het ministerie van Defensie.

Het Militaire Huis is ingesteld na de inhuldiging van Koning Willem III. Het Militaire Huis verzorgde vroeger ook de beveiliging van leden van het Koninklijk Huis. In de twintigste eeuw is deze taak overgenomen door rijkspolitie en marechaussee en in 1966 door de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis. Deze dienst is in 1994 opgegaan in de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging, een onderdeel van het Korps Landelijke Politiediensten. Sinds 2013 is de naam gewijzigd in de Dienst Bewaken en Beveiligen.

De Chef van het Militaire Huis heeft de leiding. Hij is gedetacheerd vanuit het ministerie van Defensie. Hij heeft de rang van generaal-majoor of Schout bij Nacht, en wordt ook wel adjudant-generaal genoemd. Hij geeft leiding aan acht adjudanten en enkele ordonnansofficieren. Hij is de Beveiligingsautoriteit van het Koninklijk Huis.

De Hofhouding

De hofhouding heeft ongeveer veertig leden. Deze leden zijn verdeeld over het Civiele Huis en het Militaire Huis. De term 'Huis' komt uit Artikel 41 van de Grondwet. Daarin staat: "De Koning richt, met inachtneming van het openbaar belang, zijn Huis in".

De leden van de hofhouding worden officieel bij Koninklijk Beschikking benoemd. Vaak krijgen de leden van de hofhouding die hun functie neerleggen een benoeming in de honoraire hofhouding. Zij zijn af en toe inzetbaar bij grote evenementen en bijzondere gebeurtenissen.

Geschiedenis van de hofhouding

Vroeger was lid zijn van de hofhouding vooral een erefunctie. Leden uit adellijke of gegoede families werden benoemd in functies, die vaak generaties in de familie bleven. Behalve de Koning hadden ook andere leden van het Koninklijk Huis vaak de beschikking over een eigen hofhouding. Onder Koning Willem II werd binnen de hofhouding het onderscheid tussen het Civiele Huis en Militaire Huis ingevoerd. Koning Willem III heeft dat onderscheid kort na zijn troonsbestijging in 1849 formeel bekrachtigd. Hij was ook de eerste Koning die in 1868 een Grootmeester benoemde