Mediacode

Mediacode inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van leden van het Koninklijk Huis

De Rijksvoorlichtingsdienst,

Neemt in overweging,

  • dat het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het daarmee verwante recht op respect voor zijn of haar privé-, familie- en gezinsleven voor een ieder geldt en derhalve eveneens voor de leden van het Koninklijk Huis;
  • dat de schrijvende en niet-schrijvende pers (hierna te noemen: de media) een wezenlijke functie in een democratische samenleving vervult, hetgeen onder andere tot uitdrukking komt in het eveneens in het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens vastgelegde recht op de vrijheid van meningsuiting;
  • dat beide rechten tevens gelden in de verhouding tussen leden van het Koninklijk Huis enerzijds en de media anderzijds;
  • dat tussen beide rechten geen rangorde geldt en de uitoefening van het ene grondrecht (bijv. de vrijheid van meningsuiting, waaronder begrepen het recht op vrij informatiegaring) op zichzelf geen rechtvaardiging vormt voor de inbreuk op een ander grondrecht (bijv. het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer);
  • dat er een juridisch toereikende rechtvaardiging moet bestaan voor de inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  • dat op grond van rechtspraak van de Nederlandse en Europese rechter moet worden aangenomen, dat het recht om vrijelijk foto's en artikelen van en over bekende personen te publiceren dient te wijken ten gunste van het recht om met rust te worden gelaten, indien de informatiegaring, resp. publicatie, betrekking heeft op handelingen en gedragingen die louter in de privé-sfeer liggen, de publicatie geen bijdrage levert aan het publieke debat, of de informatie verkregen is op een wijze die als hinderlijk moet worden ervaren;
  • dat uit voornoemde jurisprudentie valt af te leiden, dat het op een hinderlijke wijze verkrijgen van informatie over privé-handelingen en -gedragingen van bekende personen op de openbare weg en in openbare gelegenheden in beginsel ongeoorloofd is te achten;
  • dat uit voornoemde jurisprudentie tevens valt af te leiden, dat het prevaleren van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in versterkte mate geldt voor (bekende) personen die geen officiële functie bekleden;
  • dat onderstaande code van toepassing is op de informatieverkrijging die leidt tot berichtgeving over de leden van het Koninklijk Huis -  in woord, geschrift en beeld - voorzover zij niet hun officiële taken uitoefenen;
  • dat nakoming van deze code een bijdrage kan leveren aan een adequate nieuwsvoorziening over de leden van het Koninklijk Huis;
  • dat leden van de media, die handelen in overeenstemming met onderstaande code, uitgenodigd kunnen worden voor alle door de RVD georganiseerde zogenaamde mediamomenten van de leden van het Koninklijk Huis, die met zekere regelmaat kunnen plaats vinden tijdens vakanties, alsmede andere tot hun persoonlijke levenssfeer behorende gebeurtenissen en omstandigheden.

Stelt onderstaande Code in de omgang met leden van de Pers vast:

  1. De RVD draagt zorg voor de organisatie, aankondigingen en mogelijke poolregelingen ten behoeve van mediamomenten.
  2. Naast deze mediamomenten zal de RVD regelmatig bemiddelen in het geven van informatie aan de media door middel van gesprekken, beeldmateriaal, persberichten en de website www.koninklijkhuis.nl.
  3. De persoonlijke levenssfeer van de leden van het Koninklijk Huis wordt gerespecteerd, dat wil zeggen, dat zij er op mogen vertrouwen met rust gelaten te worden op de momenten, dat zij niet op grond van hun officiële functies naar buiten treden. Dit geldt  derhalve ook voor de minderjarige leden van het Koninklijk Huis (tot en met schooltijd; eventuele vervolgopleidingen).
  4. Het 'met rust laten' houdt met name in, dat leden van het Koninklijk Huis verschoond blijven van achtervolgende en /of bespiedende fotografen en/of verslaggevers met als doel het maken van foto-opnamen en / of het uitlokken van mondelinge reacties.
  5. Bij publicatie zal immer rekening gehouden worden met de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis (bijvoorbeeld autokentekens niet leesbaar op beeldmateriaal) en de privacy van derden (bijvoorbeeld vrienden/kennissen niet herkenbaar op beeldmateriaal), voor zover deze zich in het gezelschap van één van de leden van het Koninklijk Huis bevinden.
  6. Het bepaalde in de punten 3 t/m 5 van de code is eveneens van toepassing op de publicatie van beeldmateriaal afkomstig van derden.

Verklaart voorts,

dat in geval deze code of een onderdeel daarvan naar het oordeel van het betrokken lid van het Koninklijk Huis door de media wordt geschonden, passende maatregelen kunnen worden getroffen;

dat onder passende maatregelen onder meer wordt verstaan de (tijdelijke) uitsluiting bij accreditatie en juridische stappen door het betrokken lid van het Koninklijk Huis.

De Rijksvoorlichtingsdienst, 21 juni 2005.