Koets- en Rijstal

De Afdeling Koets- en Rijstal van het Koninklijk Staldepartement bevat ongeveer dertig paarden en ruim zeventig rijtuigen. De paarden en rijtuigen worden alleen gebruikt voor ceremoniële gebeurtenissen en vrijetijdsbesteding.

Het grootste deel van de Koninklijke rijtuigen staat opgesteld in Paleis Het Loo Nationaal Museum in Apeldoorn. Maar het Koninklijke Staldepartement herbergt ook een deel van de bijzondere collectie. Het onderhoud van de rijtuigen gebeurt grotendeels in eigen beheer. Hiervoor beschikt het Staldepartement over speciaal opgeleide vakmensen, zoals een zadelmaker, een rijtuigenschilder en een beheerder van de galatuigen.

De paarden zijn verdeeld in rij- en koetspaarden. In de rijstal staan ongeveer acht rijpaarden. Leden van het Koninklijk Huis en adjudanten van de Koning berijden de paarden. De meeste rijpaarden behoren tot het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland en hebben verschillende kleuren. De chef van de rijstal is de rijknechtmajoor. Met Prinsjesdag rijdt de rijknechtmajoor voorop in de stoet.

In de koetsstal staan ongeveer 24 koetspaarden, die volgens traditie allemaal zwart zijn. Er zijn twee soorten koetspaarden: Friese paarden van het Fries Paardenstamboek en Gelderse en Groninger koetspaarden van het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland. Beide soorten wisselen elkaar om het jaar af voor de rit met de Gouden Koets op Prinsjesdag.