Geschiedenis

De geschiedenis van het Koninklijk Paleis Amsterdam is onderverdeeld in vier periodes.

Een nieuw stadhuis (1648)

Oorspronkelijk was het Koninklijk Paleis Amsterdam ontworpen als stadhuis voor de hele bestuurlijke en rechterlijke macht. De beroemde bouwmeester Jacob van Campen kreeg de opdracht in 1648 van de burgemeester en schepenen van Amsterdam. Dezelfde Van Campen was ook betrokken bij de bouw van Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag.

Decoratie

Op dat moment was de bouw en de versiering van de interieurs pas tot de eerste verdieping gevorderd. Voor de afwerking van het gebouw werden bekende beeldhouwers naar Amsterdam gehaald. Ook vooraanstaande schilders leverden hun bijdrage aan het interieur. Centraal bij de inrichting stond de symbolisering van de macht van Amsterdam en van de Republiek in het algemeen.

Stadhuis wordt paleis (1808)

Gedurende anderhalve eeuw werd het stadhuis als zodanig gebruikt. Het gebouw werd voor het eerst als paleis gebruikt gedurende enkele dagen in 1768. Reden is de feestelijke ontvangst van stadhouder Willem V en zijn vrouw, Prinses Wilhelmina van Pruisen, in de hoofdstad.

In 1806 werd Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon, Koning van Holland. Lodewijk Napoleon koos aanvankelijk Den Haag als residentie. In 1807 echter besloot hij om de residentie naar het economische centrum Amsterdam te verplaatsen. In 1808 nam de Koning het stadhuis op de Dam in gebruik als Koninklijk Paleis.

Empire-stijl

De herinrichting van het gebouw in Empirestijl vond plaats onder leiding van de architect J.T. Thibault. Het Koninklijk museum, de voorloper van het Rijksmuseum in Amsterdam, wordt ook in het Paleis ondergebracht.

Op 2 juli 1810 deed Lodewijk Napoleon afstand van de troon en werd Nederland ingelijfd bij Frankrijk. De Franse landvoogd, Charles François Lebrun, kreeg van de Franse keizer toestemming het Paleis te gebruiken als woning.

Koning Willem I (1813)

Na de val van Napoleon in 1813 gaf Prins Willem van Oranje, de latere Koning Willem I, het paleis in eerste instantie terug aan Amsterdam.
Na zijn inhuldiging zag Willem I echter het belang in van een verblijfplaats in de hoofdstad. Het gemeentebestuur van Amsterdam stelde het voormalige stadhuis op zijn verzoek opnieuw ter beschikking aan de Koning. Het duurde echter tot 1936 voordat het paleis officieel rijkseigendom werd.   

Huidige gebruik

De Burgerzaal in het Koninklijk Paleis Amsterdam © Wim Ruigrok

Het paleis heeft vandaag de dag hoofdzakelijk een representatieve functie. Daarnaast is het gebouw regelmatig te bezichtigen voor publiek en worden er tentoonstellingen georganiseerd.

Het wordt onder meer gebruikt tijdens staatsbezoeken, Nieuwjaarsrecepties en voor andere officiële ontvangsten. Ook vinden er jaarlijks de uitreiking van de Erasmusprijs, de Zilveren Anjer, de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en de Prins Claus Prijs plaats.

Op de momenten dat de leden van het Koninklijk Huis geen gebruik maken van het paleis, wordt het gebouw door de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam opengesteld voor het publiek. In de zomermaanden vindt er traditiegetrouw een tentoonstelling plaats over een historisch of kunsthistorisch aspect van het gebouw. Na de jaarlijkse uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in oktober zijn de geselecteerde kunstwerken voor het publiek te bezichtigen.

Tussen 2005 en 2009 is het paleis van binnen opnieuw gerestaureerd en was daardoor gesloten voor het publiek. Bij de restauratie is asbest verwijderd en zijn technische installaties vervangen. Ook de gastenverblijven zijn gemoderniseerd en opgeknapt. Van 2009 tot 2012 vond een renovatie van de buitenzijde plaats. Daarbij is onder andere de gevel gereinigd, waardoor het paleis zijn originele witte kleur weer terug heeft gekregen.