Koninklijke Landgoederen ‘de Horsten’

De Koninklijke Landgoederen ‘de Horsten’, zijn sinds 1845 geheel in het bezit van de Koninklijke Familie.

In 1838 kocht Prins Frederik, tweede zoon van Koning Willem I, twee van de drie horsten (verhoogde strandwallen) waaruit het landgoed bestond: Raephorst en Ter Horst. In 1845 voegde hij daar de derde horst, Eikenhorst, bij. Prins Frederik koos Huize de Paauw op landgoed Raephorst als zijn zomerverblijf. Huize de Paauw is sinds 1925 het raadhuis van Wassenaar.

Toen de Prins in 1881 overleed, erfde zijn dochter Prinses Marie von Wied De Horsten. In 1903 verkocht zij de Horsten aan Koningin Wilhelmina. De Koningin hield erg van deze groene omgeving en ging er regelmatig schilderen. Na het overlijden van Wilhelmina in 1962 erfde Koningin Juliana het landgoed. Nu is het landgoed eigendom van Prinses Beatrix.

Tuinen

Prins Frederik nam het landgoed na aankoop in 1838 grondig onder handen. Hij huurde de tuinarchitecten Zocher (verantwoordelijk voor het ontwerp van het Amsterdamse Vondelpark) en Petzold in. Zij legden de Horsten aan in Engelse landschapsstijl, die op dat moment erg populair was.