Geschiedenis

Het paleis is ontworpen door Jacob Roman.

Stadhouder Willem III kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo, om ernaast een nieuw jachtverblijf te bouwen. Het jachtverblijf werd vooral gebruikt als buitenverblijf voor de vrouw van Willem III, Mary II Stuart. Nadat Willem III Koning van Engeland was geworden, breidde hij het paleis in 1692 en 1693 uit, waarbij de gebouwde zuilenrijen plaatsmaken voor paviljoens. De zuilenrijen kwamen in de nieuw ontworpen tuin te staan. Het interieur is grotendeels ontworpen door Daniel Marot.

19e en 20e eeuw

In 1807 liet Lodewijk Napoleon het paleis veranderen in Empire-stijl, maar hield daarbij de stijl van Marot in ere.

Koning Willem I liet tijdens zijn koningschap de tuinen aanpassen in Engelse landschapsstijl. Koning Willem III liet enkele zalen aanbouwen. Koningin-regentes Emma moderniseerde het paleis door onder andere elektriciteit aan te leggen. Koningin Wilhelmina nam het initiatief het paleis deels in 17e-eeuwse staat terug te brengen. In 1911 gaf de regering opdracht een extra verdieping aan het gebouw toe te voegen en er een grote eetzaal bij te bouwen. Hierna zag Koningin Wilhelmina van verdere restauratie af. Zij gebruikte het paleis als haar zomerpaleis en betrok na haar troonsafstand een appartement in het westelijke buitenpaviljoen. Na haar overlijden in 1962 werd zij opgebaard in de paleiskapel van het Loo.

Prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven waren de laatste bewoners van het paleis. Zij woonden in de Oostvleugel. In 1975 besloot Koningin Juliana dat het paleis een museumbestemming zou krijgen. In 1984 werd het paleis opengesteld voor publiek, na een ingrijpende restauratie en reconstructie van de tuin, volgens het ontwerp uit de 17e eeuw.