Geschiedenis

De geschiedenis van Paleis Huis ten Bosch is onderverdeeld in zes periodes.

Zomerresidentie en mausoleum (1645-1652)

In 1645 werd begonnen met de bouw van Paleis Huis ten Bosch. Het moest de zomerresidentie worden van stadhouder Prins Frederik Hendrik en zijn vrouw, Prinses Amalia.

Zomerresidentie

Paleis Huis ten Bosch begon zijn geschiedenis als Sael van Oranje. De Sael van Oranje was toen deze gebouwd werd, bedoeld als zomerresidentie voor stadhouder Prins Frederik Hendrik van Oranje en zijn vrouw, Prinses Amalia, Gravin van Solms. Het initiatief voor de bouw lag met name bij de Prinses.

Op 2 september 1645 werd de eerste steen gelegd door de vroegere Koningin van Bohemen, Elisabeth. Het ontwerp van het paleis is van architect Pieter Post. Hij was ook betrokken bij de bouw van onder andere het Mauritshuis, de vergaderzaal van de Staten van Holland (tegenwoordig vergaderzaal van de Eerste Kamer) en het Oude Hof (het tegenwoordige Paleis Noordeinde).

Mausoleum

Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 veranderde de Prinses-weduwe de bestemming van het paleis van zomerresidentie in mausoleum ter nagedachtenis aan haar man. Onder leiding van de schilder Jacob van Campen werd de centrale zaal van de residentie, de Oranjezaal, volledig gewijd aan het leven en werk van de Prins. Het grootste en meest opvallende doek in deze zaal, Frederik Hendrik als Triomfator, is van de hand van Jacob Jordaens en werd in 1652 voltooid. Frederik Hendrik staat daarop afgebeeld op zijn zegewagen, als vredestichter van de Tachtigjarige oorlog.

Bewoners 1675-1795

In deze periode heeft het paleis vier verschillende eigenaren. Onder de laatste, Prins Willem IV, werd het paleis grondig verbouwd.

Albertine Agnes (1675)

Prinses Amalia overleed in 1675. Het paleis kwam hierop in gemeenschappelijk bezit van haar dochters. Het gebruik van het paleis ging over in de handen van Albertine Agnes. Zij was de enige dochter van Prinses Amalia die als vrouw van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau, ook in de Republiek woonde.

Prins Willem III (1686)

Prinses Albertine Agnes verkocht dit vruchtgebruik in 1686 aan de kleinzoon van Frederik Hendrik, Prins Willem III. Deze Prins gebruikte het paleis als zomerresidentie in de buurt van het regeringscentrum. Hij bracht enkele wijzigingen aan in het meubilair en in de tuin.

Prins Willem IV (1732)

Na het kinderloos overlijden van Willem III (de Koning-stadhouder) in 1702 erfde de Pruisische koning, een kleinzoon van Frederik Hendrik, het paleis. In 1732 gaf zijn zoon het weer terug aan het Huis Oranje-Nassau, vertegenwoordigd door Prins Willem IV. Deze begon toen aan een grootscheepse verbouwing van het paleis. Onder leiding van de architect Daniel Marot werd het gebouw uitgebreid met een linker- en rechtervleugel. Het aldus vergrote paleis was vanaf dat moment vaak verblijfplaats van de laatste twee stadhouders, Willem IV en Willem V.

Franse Tijd (1795-1813)

Onder de Franse overheersing werd het paleis nationaal bezit. Koning Lodewijk Napoleon verandert ook het interieur van het paleis. Hiermee is de introductie van de zogenaamde Empire-stijl in Nederland een feit.

Nationaal bezit

Na de Franse inval in 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit in beslag genomen. Huis ten Bosch werd door de Fransen geschonken aan het 'Bataafse volk'. Het meubilair en de kunstvoorwerpen werden grotendeels verkocht en het paleis werd nationaal bezit. Dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Koning Lodewijk Napoleon

Na een staatsgreep in 1798 werd een aantal leden van de Nationale Vergadering geïnterneerd in het paleis. De oostelijke vleugel werd verhuurd. Vervolgens deed het gebouw een tijdlang dienst als museum, totdat in 1805 de door Napoleon aangestelde raadspensionaris Rutger-Jan Schimmelpenninck er zijn intrek nam. Vijftien maanden later ging Lodewijk Napoleon er wonen, die door Napoleon tot Koning van Holland uitgeroepen was. In 1807 verhuisde deze naar Utrecht. Daar woonde hij totdat hij in 1808 verhuisde naar het tot paleis verbouwde raadhuis op de Dam in Amsterdam.
Lodewijk Napoleon had veel invloed op het interieur en exterieur van het paleis, ondanks dat hij er kort woonde. De uitbreidingen en verfraaiingen die hij invoerde, betekenden de introductie van de Empire-stijl in Nederland. Veel van zijn Empire-meubelen zijn nog steeds op Huis ten Bosch te vinden.

Koninklijk Zomerverblijf (1815-1940)

Vanaf de uitroeping van Willem I tot Koning der Nederlanden in 1815 is Paleis Huis ten Bosch regelmatig door de leden van het Koninklijk Huis bewoond.
Koning Willem I maakte gebruik van het paleis. Later werd het in de zomermaanden bewoond door Koningin Sophie, de eerste vrouw van Koning Willem III. Koningin Wilhelmina verruilde haar zomerresidentie Het Loo bij Apeldoorn voor Huis ten Bosch tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze woonde er ook even in de dagen voordat ze met Prinses Juliana en haar gezin naar Engeland moest uitwijken als gevolg van de Duitse inval in mei 1940.

Tweede Wereldoorlog (1940-1945)

Huis ten Bosch had tijdens de Tweede Wereldoorlog ernstig te lijden. Een plan van de Duitse bezetter om het gebouw af te breken teneinde een tankgracht te kunnen graven ging, dankzij inspanningen van de intendant van het paleis, niet door.
Na de bevrijding bleek Huis ten Bosch onbewoonbaar te zijn. De kunstschatten waren wel op tijd in veiligheid gebracht, maar muren, zolderingen en vloeren waren beschadigd door kogels, granaat- en bomscherven.

Koninklijke residentie (vanaf 1950)

Tussen 1950 en 1981 werd het paleis twee keer gerestaureerd. Op 10 augustus 1981 gingen Koningin Beatrix en Prins Claus met hun kinderen in het paleis wonen. Prinses Beatrix woont er nog steeds, maar zal op een zeker moment haar intrek nemen in Kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche. Het gezin van de Koning zal Huis ten Bosch op een gepast moment in gebruik nemen als woonpaleis.