Paleis Noordeinde

Paleis Noordeinde in Den Haag is het werkpaleis van de Koning. Het Rijk stelt het paleis bij wet aan het staatshoofd ter beschikking. Tot het paleis behoren ook de Koninklijke Stallen. In de paleistuin bevindt zich het Koninklijk Huisarchief, dat eigendom is van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau.

Paleis Noordeinde vooraanzicht

Paleis Noordeinde is het middelpunt geweest van belangrijke gebeurtenissen in het leven van de Koninklijke familie. Zo trouwden Prinses Juliana en Prins Bernhard en Prins Constantijn en Prinses Laurentien vanuit dit paleis. Na hun overlijden lagen hier Koningin Juliana (2004) en de Prinsen Hendrik (1934), Claus (2002) en Bernhard (2004) opgebaard. 

Bezichtiging Paleis Noordeinde

Het werkpaleis zelf is niet opengesteld voor persoonlijke bezichtiging, omdat dit het werkpaleis van de Koning is. De beperkte ruimte en het dagelijks gebruik van het gebouw als ontvangstruimte en kantoor maken dat het niet geschikt is om bezoekers te ontvangen.

Geschiedenis

De geschiedenis van Paleis Noordeinde is verdeeld in vier periodes.

Van hofstede tot paleis (1533-1675)

Het oudste gedeelte van het paleis dateert van voor 1533. In dat jaar laat de rentmeester van de Staten van Holland, Willem Goudt, een middeleeuwse hofstede verbouwen tot een groot woonhuis. De kelders van deze hofstede maken nog steeds onderdeel uit van het souterrain van het paleis.

Van 1566 tot 1591 heeft het paleis een andere eigenaar. Daarna wordt het door de Staten van Holland gehuurd en in 1595 gekocht. Het woonhuis wordt ter beschikking gesteld aan de weduwe van Prins Willem van Oranje, Louise de Coligny en haar zoon Frederik Hendrik. Als dank voor de door Willem van Oranje bewezen diensten, schenken de Staten het gebouw in 1609 aan zijn familie.

Prins Frederik Hendrik breidt het woonhuis, dat het Oude Hof wordt genoemd, fors uit. Hij koopt diverse stukken grond rond het pand aan. Bij de verbouwing zijn onder andere Jacob van Campen en Pieter Post betrokken. Zij waren ook verantwoordelijk voor de bouw van Paleis Huis ten Bosch in 1645. De Prins laat het hoofdgebouw verlengen en aan weerszijden vleugels aanbouwen. Zo ontstaat de karakteristieke H-vorm van het paleis die het nu nog steeds heeft.

Na de dood van Frederik Hendrik in 1647 wordt het Oude Hof regelmatig bewoond door zijn weduwe, Prinses Amalia, Gravin van Solms-Braunfels. Als zij in 1675 overlijdt, wordt nog maar weinig gebruik gemaakt van het Paleis. Na het overlijden van Koning-Stadhouder Willem III in 1702 wordt het Paleis geërfd door de Pruisische Koning Frederik Willem, een kleinzoon van Frederik Hendrik.

In 1754 verkoopt Koning Frederik de Grote van Pruisen zijn bezittingen in de Nederlanden aan Prins Willem V.

Franse Tijd (1795-1813)

De zoon van stadhouder Willem V, erfprins Willem (de latere Koning Willem I), gaat in 1792 op het paleis wonen. Maar als in 1795 de Fransen het land binnen vallen, is het stadhouderlijk gezin gedwongen uit te wijken naar Engeland. Het Oude Hof wordt eigendom van de Bataafse Republiek. Zo wordt het Oude Hof nationaal bezit. Dat is het tot op de dag van vandaag.

Koninklijk Paleis (1813-1901) 

Na de val van Koning Lodewijk Napoleon keert erfprins Willem in 1813 terug uit Engeland. In de Nederlanden wordt hij uitgeroepen tot soeverein vorst. In de Grondwet wordt vastgelegd dat aan de Koning een zomer- en een winterverblijf ter beschikking moeten worden gesteld door de Staat. Eerst wordt overwogen een nieuw winterpaleis te laten bouwen. Maar uiteindelijk wordt besloten tot een grondige verbouwing van het Oude Hof, zoals Paleis Noordeinde dan nog wordt genoemd.

In 1817 wordt Paleis Noordeinde in gebruik genomen door Koning Willem I. Tot zijn troonsafstand in 1840 woont hij op het paleis. Zijn opvolger, Koning Willem II, maakt geen gebruik van het paleis.

Koning Willem III gebruikt Paleis Noordeinde net als zijn grootvader als winterpaleis. Hij heeft wel een voorkeur voor zijn zomerpaleis Het Loo in Apeldoorn. In 1876 geeft hij opdracht tot de bouw van de Koninklijke Stallen in de Paleistuin. Ook na het huwelijk van Koning Willem III met Koningin Emma blijft het paleis als winterpaleis in gebruik. Hun dochter, Koningin Wilhelmina, wordt in 1880 op Noordeinde geboren. Na het overlijden van Koning Willem III in 1890 blijven Koningin Emma en haar dochter Noordeinde als winterresidentie gebruiken. In 1895 geeft Koningin-Regentes Emma de opdracht tot de bouw van het Koninklijk Huisarchief in de tuin van het paleis.

Paleis Noordeinde in de 20e eeuw

In 1901, als Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik trouwen, verhuist Koningin-Moeder  Emma naar Paleis Lange Voorhout. Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik gebruiken Paleis Noordeinde als hun winterverblijf. Na de Tweede Wereldoorlog keert Koningin Wilhelmina er korte tijd in terug tot haar abdicatie. 

In mei 1948 wordt het middengedeelte van het paleis door brand verwoest. In dat jaar wordt Juliana Koningin. Zij en Prins Bernhard geven de voorkeur aan Paleis Soestdijk als officiële residentie. Wel blijft een gedeelte van de hofhouding haar werkruimtes in Noordeinde houden. Tussen 1952 en 1976 is in de noordelijke vleugel van het paleis het Institute of Social Studies gevestigd.

Koningin Beatrix  nam het paleis na een grondige restauratie in 1984 weer intensief in gebruik als werkpaleis.