Overlijden

Het overlijden van een lid van het Koninklijk Huis werd de laatste keren dat dit is gebeurd, bekendgemaakt door de minister-president in een toespraak op radio en tv.

Ook maakte het hoofd van het Koninklijk Huis het overlijden bekend in een speciale editie van de Staatscourant. Later volgt een toespraak in een Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal.

De bijzettingen van Prins Claus, Koningin Juliana en Prins Bernhard zijn voor het eerst aangeduid als staatsbegrafenissen. Dit betekent dat de Grootmeester belast was met de organisatie van alle gebeurtenissen op de dag van bijzetting onder verantwoordelijkheid van de minister-president. 

Geschiedenis

De meeste leden van het Huis Oranje-Nassau zijn sinds Willem van Oranje bijgezet in de grafkelder van de Nieuwe Kerk in Delft. Het was op dat moment niet mogelijk hem bij te zetten bij zijn voorouders in de Lieve Vrouwekerk in Breda dat bezet was door de Spanjaarden. De leden van Friese tak van de Nassaus zijn bijgezet in de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden. Leden van het Koninklijk Huis kunnen echter ook elders bijgezet worden.

De bijzetting van volwassen leden van het Huis Oranje-Nassau heeft altijd met veel ceremonieel plaatsgevonden. Naast het officiële protocol is een bijzetting ook een familiegebeurtenis waarbij rekening gehouden wordt met de wensen van de overledene en van de zeer naaste familie.

In de Wet op de Lijkbezorging zijn speciale voorzieningen getroffen voor de begrafenissen van leden van het Koninklijk Huis. Zo kan een stoffelijk overschot gebalsemd worden en kan er worden afgeweken van de wettelijke termijn waarbinnen de bijzetting plaats moet vinden. Door balsemen wordt het lichaam beter geconserveerd. Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard kozen ervoor om hun lichaam niet te laten balsemen. Prinses Juliana en Prins Claus kozen voor een simpele vorm van balseming.

Vanaf de bijzetting van Koning Willem III vindt de bijzetting plaats binnen een tot twee weken. Voor die tijd kon dit wel een paar maanden duren.  
Vroeger was het niet gebruikelijk dat vrouwen aanwezig waren bij een rouwplechtigheid. Koningin Emma was de eerste vrouw die aanwezig was bij de uitvaart van haar echtgenoot, Koning Willem III.

Protocol na overlijden

De minister-president maakt via radio en tv bekend dat een lid van het Koninklijk Huis is overleden. Daarna verstrekt de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) de informatie naar aanleiding van het overlijden, over de regelingen met gebeurtenissen in de dagen tot de bijzetting en over het ceremonieel en de plechtigheden op de dag van de bijzetting. 

Zo spoedig mogelijk na het overlijden krijgen familie en goede vrienden gelegenheid om afscheid te nemen in het woonpaleis van de overledene. Daarna ligt de overledene een aantal dagen opgebaard in een speciaal daartoe ingerichte 'Chapelle Ardente' of rouwkapel op Paleis Noordeinde. Bij de baar in de Chapelle Ardente staat een dodenwacht van vier militairen opgesteld. De dodenwacht kan betrokken worden door familieleden. De bevolking kan daar afscheid nemen en de laatste eer bewijzen.

Dag van bijzetting

Op de dag van de bijzetting wordt het stoffelijk overschot in een plechtige rouwstoet overgebracht van Den Haag naar de Nieuwe Kerk in Delft, waar de uitvaartdienst gehouden wordt en de bijzetting plaatsvindt.

Rouwstoet

De rouwstoet bestond bij de laatste bijzettingen uit twee delen. De stoet vertrok van Paleis Noordeinde in Den Haag. In de stoet werd de Gala Lijkkoets gevolgd door een bloemenbrik en een rijtuig met een aantal zeer naaste familieleden, zoons of kleinzoons van de overledene. Bij het Instituut Defensie Leergangen aan de Brasserkade voegde de rest van de naaste familie zich in de stoet voor de tocht naar de Nieuwe Kerk in Delft. Langs de hele route, bij Paleis Noordeinde en bij de Nieuwe Kerk stonden militaire ereafzettingen. Vanaf het moment dat de stoet Delft naderde tot het moment van bijzetting losten twee saluutbatterijen, opgesteld in Delft, saluutschoten. Tijdens de tocht door Delft wordt de Trinitas of Bourdonklok van de Oude Kerk in Delft geluid.

Rouwplechtigheid en bijzetting

De uitvaartdienst heeft een persoonlijk karakter volgens de wensen van de overledene en de naaste familie. Zo werd bijvoorbeeld tijdens de plechtigheden voor Koningin Juliana en voor Prins Bernhard een lied gezongen door hun dochter Prinses Christina.
Voor de feitelijke bijzetting daalt de naaste familie in de grafkelder af. Dit gedeelte is strikt privé. Na de dienst keert de Koninklijke Familie naar Paleis Noordeinde terug waar Koninklijke en andere genodigden gelegenheid krijgen te condoleren.

Nationale rouw

Nederland kent geen nationale rouw. Wel kan de minister-president een speciale vlaginstructie uitvaardigen hoe en wanneer er halfstok gevlagd moet worden van overheidsgebouwen. Het Hof neemt wel rouw aan, meestal van het moment van overlijden tot en met de dag van de bijzetting.