Nationaal Comité 4 en 5 mei

In 1987 werd bij Koninklijk Besluit het Nationaal Comité 4 en 5 mei ingesteld. Het Nationaal Comité organiseert sindsdien de Nationale Herdenking op 4 mei en de Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei.

Het Comité heeft de volgende doelen:

  • richting geven aan herdenken en vieren;
  • de organisatie van de jaarlijkse Nationale Herdenking op 4 mei;
  • de organisatie van de jaarlijkse Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei;
  • het voeren van een voorlichtingsbeleid dat tot doel heeft de betrokkenheid bij en participatie aan herdenken en vieren te vergroten;
  • het bevorderen van de afstemming van landelijke en plaatselijke manifestaties.

Nationale Herdenking

In Nederland vinden door het jaar heen veel herdenkingen plaats verbonden aan specifieke historische gebeurtenissen. Tijdens de Nationale Herdenking komen alle herinneringen samen.

Op 4 mei organiseert het Nationaal Comité een herdenkingsbijeenkomst voor overlevenden, nabestaanden en genodigden en de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam die voor iedereen toegankelijk is. Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Allen - burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesoperaties sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In het hele land wordt de oproep gedaan om op 4 mei om 20.00 uur twee minuten stilte in acht te nemen. Ook geldt er op 4 mei een vlaginstructie.

In bijna alle Nederlandse gemeenten wordt op 4 mei een herdenkingsplechtigheid georganiseerd. Koning Wilem-Alexander en Koningin Máxima wonen de Nationale Herdenking op de Dam in Amsterdam bij.

Geschiedenis van de Nationale Dodenherdenking

Vlak na de bevrijding besloot het kabinet-Gerbrandy dat het eerste Nationale Bevrijdingsfeest op 31 augustus, de verjaardag van Koningin Wilhelmina, zou zijn. Op allerlei plaatsen hielden mensen de avond ervoor stille tochten naar plaatsen waar dierbaren omgekomen waren.

Overal in het land organiseerden mensen verschillende herdenkingen. Koningin Juliana en Prins Bernhard woonden tussen 1949 en 1956 elk jaar de herdenking voor de gevallenen bij op het Stationsplein in Baarn. In 1956 onthulde Koningin Juliana het Nationaal Monument op de Dam. Vanaf 1957 woonden Koningin Juliana en Prins Bernhard de Nationale Herdenking bij die 's middag om 16.00 uur bij het Nationaal Monument op de Dam werd gehouden. In 1968 besloot de regering de Nationale Herdenking altijd te houden op 4 mei. Sinds 1988 is de Nationale Herdenking om 20.00 uur. Van 1980 tot de dood van Prins Claus in 2002 woonden Koningin Beatrix en Prins Claus de Nationale Dodenherdenking in Amsterdam samen bij. Vanaf 2002 legden Koningin Beatrix en de Prins van Oranje een krans bij het Nationaal Monument op de Dam. Ook Prinses Máxima was daarbij aanwezig. Sinds 2013 wonen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima de herdenking in Amsterdam samen bij.

Herdenking op de Dam

Amsterdam, 4 mei 2013: Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima leggen een krans bij het Monument op de Dam tijdens de nationale herdenking. Het is het eerste publieke optreden van het nieuwe koningspaar.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseert de Nationale Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Naast Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima zijn daarbij vertegenwoordigers van de regering, oorlogsgetroffenen en nabestaanden aanwezig.

De herdenking begint om 18.50 met een plechtigheid in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Deze plechtigheid van een half uur wordt rechtstreeks uitgezonden op televisie. Tijdens de plechtigheid wordt ook de 4 mei-voordracht gehouden. Dit is een literaire voordracht die jaarlijks door een andere auteur geschreven wordt. Daarna keren de Koning en Koningin terug naar het Paleis op de Dam.

Om 19.50 uur verlaten ze het paleis. Samen met andere politieke en militaire hoogwaardigheidsbekleders lopen zij door een erehaag van veteranen en militairen naar het Nationaal Monument op de Dam. Vlak voor het monument stopt de groep en neemt daar plaats. Nadat de ceremoniemeester van het Nationaal Comité 4 en 5 mei het memorandum heeft uitgesproken leggen de Koning en Koningin een krans namens alle burgers van Nederland. Vervolgens wordt het Taptoe-signaal gespeeld, dat om klokslag acht uur eindigt. Als de klok van het Koninklijk Paleis Amsterdam slaat, wordt twee minuten stilte in acht genomen, ter nagedachtenis aan de gevallenen. Als de twee minuten stilte voorbij zijn, wordt het eerste couplet van het Wilhelmus gezongen en draagt een jongere een gedicht voor. Vervolgens leggen overlevenden vijf algemene kransen voor verschillende groepen oorlogsslachtoffers, gevolgd door de kranslegging door Nederlandse autoriteiten. Vervolgens wordt er een korte toespraak gehouden. De plechtigheid eindigt met een bloemlegging door Amsterdamse schoolkinderen. Het aantal kinderen is gelijk aan het aantal jaren dat we in vrijheid leven. Daarna openen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima het defilé.

Nationale Viering van de Bevrijding

Amsterdam, 5 mei 2013: Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix vertrekken per boot na afloop van het 5 mei-concert. Het concert op de Amstel wordt jaarlijks gehouden ter gelegenheid van de Afsluiting Nationale Viering van de Bevrijding.

Op 5 mei organiseert het Nationaal Comité 's ochtends de 5 mei-lezing, omlijst door een inhoudelijk cultureel programma tijdens de Nationale Viering van de Bevrijding. Dit programma wordt elk jaar samen met een andere provincie georganiseerd. Ook coördineert het Comité de veertien Bevrijdingsfestivals in heel Nederland. De Nationale Viering van de Bevrijding wordt op de avond van 5 mei afgesloten met het 5 mei-concert op de Amstel in Amsterdam. Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix zijn hierbij aanwezig.