Juliana Koningin der Nederlanden (1909-2004)

Prinses Juliana trouwde in 1937 met Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Het echtpaar kreeg vier dochters: Beatrix (1938), Irene (1939), Margriet (1943, in Canadese ballingschap) en Christina (1947). Het gezin leefde zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog op Paleis Soestdijk.

Koningin Juliana regeerde van 1948 tot 1980. In 1980 deed ze afstand van de troon en werd opgevolgd door Koningin Beatrix. Zij wilde toen weer Prinses Juliana genoemd worden. Prinses Juliana overleed op 20 maart 2004. Haar man Prins Bernhard stierf datzelfde jaar, op 1 december.

Jeugd en studie

Jeugdportret Prinses Juliana

Prinses Juliana werd op 30 april 1909 te Den Haag geboren als dochter van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik. Haar eerste levensjaren bracht de Prinses door op Paleis Het Loo in Apeldoorn en Paleis Noordeinde en Paleis Huis ten Bosch in Den Haag. Op dit laatste paleis werd, toen Prinses Juliana zes jaar oud was, op advies van pedagoog Jan Ligthart een klasje gevormd. Samen met enkele leeftijdgenootjes volgde de Prinses in dit klasje het lager onderwijs.

Omdat de Grondwet bepaalde dat de Prinses op achttienjarige leeftijd in staat moest zijn haar moeder op te volgen, verliep het onderwijs van de Prinses in een ander tempo dan bij de meeste kinderen. Na vijf jaar lager onderwijs kreeg Prinses Juliana privéles op H.B.S.- / Gymnasiumniveau. Op 30 april 1927 werd Prinses Juliana achttien jaar en grondwettelijk meerderjarig. Daarmee was zij gerechtigd het Koninklijk gezag te aanvaarden. Twee dagen later werd de Prinses door haar moeder ingeleid in de Raad van State.

Van 1927 tot 1930 volgde de Prinses colleges aan de Rijksuniversiteit Leiden. Die jaren woonde Prinses Juliana met enkele medestudentes in Katwijk. De keuze van vakken werd enerzijds afgestemd op haar toekomstige taak als staatshoofd, anderzijds op haar persoonlijke belangstelling voor literatuur en godsdienst. Tijdens haar studietijd nam de Prinses actief deel aan het studentenleven als lid van de Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden (VVSL). Haar studie werd bekroond met een erepromotie tot doctor in de letteren en de wijsbegeerte. Promotor was de bekende historicus Johan Huizinga.

In de crisisjaren (begin jaren '30) oriënteerde de Prinses zich voornamelijk op sociaal terrein. Mede op haar initiatief kwam het Nationaal Crisis Comité tot stand, dat steun verleende aan de talrijke crisisslachtoffers. Prinses Juliana werd erepresidente van het Comité en was in die functie zeer actief. De Prinses volgde haar vader, na diens overlijden in 1934, op als voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis.

Huwelijk en gezin

Huwelijk Prinses Juliana en Prins Bernhard

Op 8 september 1936 werd de verloving bekend gemaakt van Prinses Juliana met Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeld, met wie zij op 7 januari 1937 in het huwelijk trad. Vanaf dat moment nam het paar zijn intrek in Paleis Soestdijk te Baarn.

Uit het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard werden vier dochters geboren: Beatrix (1938), Irene (1939), Margriet (1943) en Christina (1947). De Prinsessen werden op Paleis Soestdijk geboren, met uitzondering van Prinses Margriet. Zij kwam in de oorlogsjaren te Ottawa (Canada) ter wereld.

De Duitse invasie van 10 mei 1940 dwong Prinses Juliana en Prins Bernhard met beide kinderen naar Engeland uit te wijken. De Prinses bleef daar een maand en reisde vervolgens met haar dochters door naar Canada, waar zij tot de bevrijding van Nederland woonde in Rockcliffe, een voorstad van Ottawa. Prins Bernhard, die in Londen bij Koningin Wilhelmina achterbleef, zocht haar hier regelmatig op. Gedurende de oorlog ondernam de Prinses verschillende reizen naar enkele delen van het Koninkrijk (Suriname en de Nederlandse Antillen).

Prins Bernhard met zijn gezin

In april 1945 begaf de Prinses zich met Koningin Wilhelmina naar het bevrijde deel van Nederland en vestigde zij zich te Breda. Daar werkte zij mee aan een hulpactie voor de bevolking van het noordelijke deel van Nederland, die zwaar onder de Hongerwinter had geleden. Op 2 augustus werd het Prinselijk gezin op Nederlandse bodem herenigd.

Na de Duitse capitulatie in mei '45 werkte de Prinses mee aan diverse andere hulpacties voor de getroffen bevolking. Onder meer trad zij op als voorzitter van de Stichting Nederlands Volksherstel. In het voorjaar van 1946 bracht de Prinses, samen met Prins Bernhard, bezoeken aan landen die veel voor Nederland hadden betekend tijdens de bezetting.

In het najaar van 1947 trad Prinses Juliana enkele weken op als regentes, toen Koningin Wilhelmina om gezondheidsredenen het Koninklijk gezag enige tijd neerlegde. Dit herhaalde zich in 1948. In dat jaar kondigde Koningin Wilhelmina aan afstand te doen van de troon. Op 6 september vond in de Nieuwe Kerk te Amsterdam de inhuldiging van Juliana als Koningin der Nederlanden plaats.

In 1948 werd Mevrouw M. Hofmans, alternatief genezeres, aangesteld ter behandeling van de oogziekte van Prinses Christina. Mevrouw Hofmans werd de jaren erna een adviseur van Koningin Juliana. Na onderzoek van de commissie-Beel in 1956, op verzoek van Koningin Juliana en Prins Bernhard, werden de contacten met mevrouw Hofmans beëindigd. In 2005 heeft Koningin Beatrix, als bestuurder van de Stichting Archief van het Huis van Oranje-Nassau, medewerking toegezegd aan onderzoek van prof. mr. Cees Fasseur ten behoeve van een door hem te schrijven monografie over het zogeheten Hofconflict.

Koningin der Nederlanden

Koningin Juliana

Overzeese gebiedsdelen, formaties en politiek

In het eerste jaar van haar regeerperiode werd de aandacht van Koningin Juliana vooral opgeëist door de Indonesische kwestie. In 1949 tekende zij in het Koninklijk Paleis Amsterdam de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden werd door Koningin Juliana bekrachtigd in 1954; dit Statuut vormde de grondslag voor een samenwerkingsverband voor de drie overgebleven delen van het Koninkrijk: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.

Na Indonesië scheidde in 1975 ook Suriname zich af van het Koninkrijk der Nederlanden. In dat jaar ondertekende Koningin Juliana de Acte van Erkenning van de Republiek Suriname.

Koningin Juliana was nauw betrokken bij de formatie van de kabinetten Drees, Beel, De Quay, Marijnen, Cals, Zijlstra, De Jong, Biesheuvel, Den Uyl en Van Agt I. Koningin Juliana betoonde zich als staatshoofd een fervent voorstander van internationale samenwerking en Europese eenwording.

Sociale vraagstukken

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werden de provincies Zeeland en Zuid-Holland getroffen door de Watersnoodramp. Koningin Juliana zette zich in voor het verkrijgen van internationale hulp voor de slachtoffers en bezocht dagen achtereen het rampgebied. Als Koningin bleef Juliana betrokken bij sociale vraagstukken. Die betrokkenheid bleek onder meer uit haar talrijke bezoeken aan ziekenhuizen, revalidatiecentra, sanatoria, bejaardenhuizen en kindertehuizen.

Prinses Juliana achter haar bureau

Op het internationale vlak hadden vooral de problematiek van ontwikkelingslanden, het vluchtelingenvraagstuk en de zorg voor kinderen over de hele wereld haar aandacht. In 1966 lanceerde Koningin Juliana bij de opening van de algemene vergadering van de International Union for Child Welfare (waarvan Stichting Nederlands Kinderhulp Plan de Nederlandse variant is) een project ter wetenschappelijke bestudering van de methodiek en techniek van uitgebreide kinderbescherming als onderdeel van een plaatselijk of regionaal ontwikkelingsplan.

Koningin Juliana verleende ook financiële en materiële steun. Ter gelegenheid van hun zilveren huwelijk in 1962 bijvoorbeeld doneerde zij samen met Prins Bernhard grond voor de vestiging van jeugdcentra aan de Nederlandse jeugd, vergezeld van een groot geldbedrag. De opbrengst van een inzameling van het Nationaal Comité Zilveren Regeringsjubileum Koningin Juliana in 1973 schonk zij aan het kind in nood, waar ook ter wereld. Het nationaal geschenk ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag in 1979 schonk zij aan het Internationaal Jaar voor het Kind.

Koningin Juliana verbond tevens haar naam aan de Stichting Koningin Juliana Fonds (het latere Juliana Welzijn Fonds dat op 27 juni 2002 is samengegaan met het Oranje Fonds, dat als doelstelling heeft het maatschappelijk welzijn en de sociale cohesie te stimuleren).

Als erkenning voor haar verdiensten op maatschappelijk terrein ontving Koningin Juliana in 1964 een eredoctoraat in de sociale wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Wetenschap en cultuur

De ontwikkeling van wetenschap en cultuur had eveneens de aandacht van Koningin Juliana, waarbij haar belangstelling vooral uitging naar beeldende kunst, toneel en letterkunde. Met de toekenning van de Koninklijke Subsidie voor de Vrije Schilderkunst hield zij zich elk jaar intensief bezig. Verder bezocht zij veelvuldig tentoonstellingen en woonde zij regelmatig Nederlandse en buitenlandse toneelmanifestaties bij.
De verjaardagen van Koningin Juliana werden (op Koninginnedag) steevast gevierd met een bloemendefilé langs het bordes van Paleis Soestdijk.

Prinses der Nederlanden

Portretfoto Prinses Juliana

Op 31 januari 1980 deelde Koningin Juliana via radio en televisie mee dat zij op 30 april dat jaar af zou treden ten gunste van haar dochter Beatrix. In deze toespraak sprak zij de hoop uit zich ook na haar abdicatie nuttig te kunnen maken voor de samenleving. Zij aanvaardde het erevoorzitterschap van de Nationale Commissie Internationaal Jaar van Gehandicapten 1981. Verder bleef zij veelvuldig bezoeken brengen aan instellingen van maatschappelijke zorg. In 1983 bracht Prinses Juliana samen met Prins Bernhard een bezoek aan de Nederlandse Antillen, om daar projecten te bezoeken die gefinancierd waren met de giften die de Prinses ontving voor haar zeventigste verjaardag.

Vanaf begin jaren '90 nam Prinses Juliana geleidelijk minder deel aan publieke evenementen. Op 23 februari 1999 liet de Prinses per brief weten dat het vanwege haar hoge leeftijd niet langer mogelijk was om officiële uitnodigingen te aanvaarden. Met haar negentigste verjaardag in het vooruitzicht, gaf zij in haar brief ook aan dat het haar te zwaar viel om in het vervolg blijken van hartelijkheid en medeleven te beantwoorden.