Toespraak van Prinses Máxima over microfinanciering in Buenos Aires

22 april 2008

tijdens een seminar georganiseerd door de Inter-American Development Bank (IADB), de Latijns-Amerikaanse Federatie van Banken (FELABAN) en Womens World Banking

Excellenties, dames en heren,

Het is voor mij een groot genoegen opnieuw in Argentinië te zijn om de toegankelijkheid van financiële diensten in dit land te bevorderen. Er is veel gebeurd sinds mijn laatste officiële bezoek in 2005. Het aantal spaarrekeningen is gegroeid met 63% en het aantal kredieten met bijna 100%, terwijl het aantal microkredieten met 35% is toegenomen. Maar toch kunnen we het financiële systeem van Argentinië van vandaag nog niet toegankelijk noemen.

Na het Internationaal Jaar van het Microkrediet in 2005 werd door de VN een Adviseursgroep ingesteld voor een toegankelijke financiële sector. Deze groep heeft zich belast met het afronden van de in dat jaar genomen initiatieven. Verder hebben we onze focus van microkredieten naar toegankelijke financiële systemen verlegd. Waarom?

Omdat niet alleen van belang is dat er duurzaam toegang komt tot kredieten voor het starten van een onderneming; het moet ook mogelijk zijn om op een veilige manier te sparen en om zich effectief te verzekeren tegen gevolgen van overlijden, ziekte, etc. Evenzeer van belang is dat men de mogelijkheid heeft gemakkelijk en tegen normale tarieven geld over te maken en betalingen te verrichten. En ten slotte, als we over kredieten spreken, spreken we niet alleen over microkredieten, maar ook over kredieten aan het midden- en kleinbedrijf, de sector die in de ontwikkelde landen het grootste aandeel levert in het scheppen van werkgelegenheid….

Welnu, wat zijn de vereisten voor een duurzame ontwikkeling van een voor een ieder toegankelijk financieel systeem?

In diezelfde Adviseursgroep hebben we zogenaamde kernboodschappen geformuleerd voor regeringen, toezichthouders, de private sector en ontwikkelingsorganisaties. Hoewel het niet de eerste keer is dat ik ze in een toespraak vermeld, en het soms zelfs lijkt dat ik vaak hetzelfde herhaal …., toch doe ik het nog een keer, want het gaat om voorwaarden sine qua non.

Regeringen willen we de volgende boodschap meegeven:

  • In de visie van een regering op het goed functioneren van een financieel systeem mag het element van toegang van alle burgers tot een breed scala van financiële producten en diensten niet ontbreken.
  • Daarvoor is ondersteuning nodig van duurzame lokale financiële instellingen die open staan voor nieuwe technologieën en ook voor nieuwe distributiekanalen.
  • De regeringen vervullen een cruciale rol als het gaat om het scheppen van een effectief politiek kader dat verruiming van genoemde toegang mogelijk maakt. Als de regering zélf als geldverstrekker gaat optreden, dan heeft de politiek bijna altijd een negatieve invloed.
  • Evenzeer brengt het opleggen van renteplafonds het risico met zich dat de geldverstrekker de kosten die verbonden zijn aan kleine leningen niet kan dekken. Te vaak verhinderen deze plafonds de uitbreiding van kredieten en benadelen zo díe bevolkingssectoren die ze in principe zouden moeten helpen. In ieder geval zouden regeringen moeten zorgen voor bevordering van de consumentenbescherming, transparantie van de tarieven, financiële scholing en een open en concurrerende markt.
  • En tot slot, de verruiming van de toegang tot de financiële diensten is een zeer belangrijke politieke doelstelling, maar maakt op zich geen einde aan de armoede.

Voor de ontwikkelingsorganisaties is het heel belangrijk te investeren in het verbeteren van de capaciteit in deze sector, aangezien het gebrek aan goed management en aan sterke instituties het voornaamste obstakel vormt. Deze investering in professionalisering zou gedaan moeten worden in zowel profit als non-profit organisaties. En ALLE hulp aan deze sector zou een aanvulling op, en dus geen concurrentie met, de private sector moeten vormen.

Onze boodschappen voor de toezichthouders zijn:

Beëindiging van financiële uitsluiting zou de hoofddoelstelling moeten zijn van de regelgeving voor de financiële sector. De rol van de toezichthouders is het scheppen van de voorwaarden waaronder een scala van instellingen een brede verscheidenheid aan financiële producten en diensten kan aanbieden, binnen een apolitieke en stabiele context.

  • Succesvolle toezichthouders hebben steeds een flexibele aanpak gehanteerd, ze verkleinden risico's en beschermden de spaarder, zonder de toegang tot de financiële diensten te beperken.
  • Een klimaat van effectieve regelgeving en op de omstandigheden afgestemd toezicht zijn niet alleen nodig voor de financiële dienstverleners, maar ook voor ondersteunende bedrijfssectoren, zoals de telecommunicatie- en technologiesector, en vele andere.

En ten slotte voor de private sector,

Het verlenen van financiële diensten zou niet enkel onderdeel moeten zijn van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar zou ook deel moeten uitmaken van uw 'core business strategy'. Er bestaan wereldwijd verschillende modellen die goed functioneren en iedere onderneming zou dát model moeten kiezen dat strookt met haar positie op een bepaalde markt. Onze ervaring is dat commitment van het management bij dit proces essentieel is.

En als we spreken over sectoren, spreken we ook over de telecommunicatiesector, supermarkten, postdiensten, NGO's, etc. Juist het feit dat uiteenlopende actoren de handen ineen slaan zal de sleutel vormen tot het tegen redelijke tarieven kunnen aanbieden van deze diensten aan nu nog onbereikbare cliënten.

En dus, excellenties, dames en heren, wat betekent dit nu voor Argentinië? Wat moet er gebeuren?

Feit is dat de microfinancieringssector in Argentinië minder ontwikkeld is dan in andere vergelijkbare landen. Maar Argentinië heeft de potentie van schaalgrootte, een redelijk gevestigde financiële sector en voldoende kapitaal en spaarcapaciteit om die sector duurzaam verder te ontwikkelen. Echter, soms betekent het beschikken over een zeer ontwikkeld systeem eerder een last dan een voordeel; het geheim schuilt immers eerder in het vereenvoudigen van bestaande regelingen dan in het maken van nieuwe. En soms is dat laatste sneller te bewerkstelligen dan het eerste!

Onderwerpen als de verplichte reserves bij internationale leningen aan microfinancieringsinstellingen met winstoogmerk, het effect van BTW op microfinancieringsinstellingen die werken met cliënten in de informele sector, en renteplafonds zijn enkele voorbeelden om te heroverwegen.

Ook is het noodzakelijk systemen te ontwikkelen voor de verbetering van de capaciteit en scholing van de mensen die in de sector werkzaam zijn. Zonder bekwaam personeel blijft de kwaliteit van die instellingen zwak en zullen ze op lange termijn niet duurzaam blijken.

Tot slot: het is van het grootste belang dat het overheidsbeleid zich richt op het versterken van de microfinancieringssector en van de microfinanciering geen instrument van sociaal beleid maakt, hoe goed de bedoelingen daarbij ook mogen zijn. De microfinancieringsinstellingen moeten geld lenen aan mensen die hun schulden kunnen terugbetalen tegen kostendekkende rentetarieven. Laten we niet vergeten dat een lening niet de enige oplossing is voor armoede!

Excellenties, dames en heren,

Ik hoop dat u vandaag een uiterst vruchtbare en leerzame dag zult beleven, waarin u elkaar beter leert kennen. Want deze ontwikkeling kan alleen tot een succesvol einde worden gebracht indien alle hier aanwezige actoren, private banken, de microfinancieringssector en de overheid, als partners samenwerken.

Ik wens u veel succes!

22 april 2008

Texto original