Toespraak van Prinses Máxima bij het seminar 'Belang en Uitdagingen van Development Banking', Rabobank Utrecht, 18 juni 2009

18 juni 2009

Dames en heren,

"Den woeker te weren, den landman in zijn nood bij te staan, maar ook spaarzaamheid, naastenliefde, arbeidzaamheid en matigheid bevorderen." Zo vatte de Noord-Brabantse Pater van den Elsen in 1896 de coöperatieve gedachte samen.

Nederland, en de gehele Europese landbouwsector, verkeerde in grote armoede tussen 1882 en het jaar dat Van den Elsen die beroemde uitspraak deed. Deze agrarische depressie kwam in een periode dat de sociale onrust toch al groot was. Sindsdien hebben publieke en private investeringen in de landbouwsector gezorgd voor een hogere voedselproductie in Nederland en voor welvaart op het platteland. Ze hebben er, mede dankzij het Europese landbouwbeleid en technologische vooruitgang, ook toe geleid dat Nederland een van de belangrijkste en meest innovatieve exporteurs van landbouwproducten is geworden.

Vandaag de dag is de situatie in veel arme landen vergelijkbaar met die van Nederland toen: armoede, gebrek aan investeringen en afwezigheid van technologische mogelijkheden om de productie te verhogen. Sinds de jaren vijftig zijn de graanprijzen op de wereldmarkt gestaag gedaald. Dit heeft wereldwijd bijgedragen tot een structurele vermindering van investeringen in de agrarische sector. In vele delen van de wereld is de situatie in de rurale gebieden niet verbeterd: 70% van de allerarmsten wonen op het platteland en velen van hen kunnen niet of nauwelijks in hun eigen voedselbehoefte voorzien. Een oplossing voor deze situatie is dringend nodig. Niet alleen vanuit humanitair oogpunt maar ook omdat door de groeiende migratie naar de steden een steeds kleiner deel van de bevolking op het platteland zal wonen. En dat kleine deel zal een groeiende wereldbevolking moeten voeden.

Uit onderzoek blijkt dat een goede ontwikkeling van de rurale sector niet alleen armoede vermindert maar ook de productiviteit verhoogt in de andere sectoren van de economie. We weten dat vrijwel in alle landen ter wereld een gezonde economische ontwikkeling is voorafgegaan door grote investeringen in de rurale sector. Groei in de landbouw betekent een verbetering in de beschikbaarheid en kwaliteit van voedsel en een groeiende werkgelegenheid in de sectoren die landbouwproducten verwerken. Aangezien het grootste deel van de uitgaven van de allerarmsten aan voeding wordt besteed, is beschikbaarheid van voedsel een belangrijke factor voor het bestrijden van armoede. Om al deze redenen is dus voor die landen in de derde wereld het gedachtegoed van Friedrich Raiffeisen en Pater van den Elsen relevanter dan ooit.

Niet alleen voor ontwikkelende landen is het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in veilige en betrouwbare landbouwproductie. Ook voor ons hier is dat van belang. De kwaliteit en beschikbaarheid van bijna alle producten die u aanschaft hangt af van boeren in verre landen. Uw kopje koffie, het suikerklontje, de chocolaatjes, tropische vruchtensalade of uw kleding van katoen: het verbindt ons allemaal met mensen overal in de wereld.

Deze verbinding - of ketens - zijn complexer geworden met meer spelers verspreid over de hele wereld. Mevrouw Hoedemaker liet ons een prachtig voorbeeld zien hoe een koffieboon uit Tanzania uiteindelijk in uw kopje belandt. Wij consumenten, vertegenwoordigd door supermarkten en inkopers, stellen steeds hogere eisen aan de producten en de producenten. Het gaat niet alleen over betaalbaarheid, maar het product moet veilig zijn en de productie duurzaam: sociaal en ecologisch verantwoord. Maar wat is veilig, en wat is duurzaam precies? Zijn wij het hier al met elkaar eens? Wat duurzaam is hier, is niet per se duurzaam in Brazilië, China of Malawi. Duurzaam kan verschillende dingen betekenen op sociaal, economisch en ecologisch niveau.

Bijvoorbeeld de vijf prachtige Food and Agribusiness Principles die door de Rabobank werden opgesteld, zijn voor ons in Nederland al vanzelfsprekend en vrij goed uit te voeren. Maar boeren aan de andere kant van de wereld staan nog vaak aan het begin van het proces op weg naar duurzaamheid. Het zoeken naar antwoorden op de vraag naar duurzame productie zal leiden tot innovatief denken, van lokale oplossingen gesteund door lokaal onderzoek. Om hier vooruitgang te boeken is het juist heel belangrijk dat de coöperatieve bankbeweging een platform biedt om deze discussie lokaal en internationaal te voeren. Hoe meer we ervaringen kunnen delen, hoe sneller we de productieketens duurzaam kunnen maken.

Deze vooruitgang bereiken we niet alleen met het verhogen van kwaliteit en kwantiteit van de landbouwproductie. Wil de boer meer en beter kunnen produceren dan moet hij ook aan andere behoeftes van hem en zijn familie voldoen. Als hij of een familielid ziek is, gaat het huishoudbudget op aan ziektekosten en niet aan investeringen in het bedrijf. Wat wordt besteed aan het bedrijf wordt soms niet besteed aan onderwijs, waardoor het vooruitzicht van de kinderen niet rooskleuriger wordt. Kortom, wat een arm huishouden besteedt in één sector kan niet meer besteed worden in de andere. Daarom wil ik hier benadrukken hoe belangrijk het is om de coöperatieve gedachte te vernieuwen zodat mensen op het platteland toegang kunnen krijgen tot al deze voorzieningen. Pas hierdoor kunnen zij een veilige en stabiele productieve basis bouwen.

Mensenlevens zijn niet in sectoren opgedeeld: de behoeftes en mogelijkheden van een gezin gaan dwars door deze sectoren heen. Daarom kan de oplossing alleen op een integrale manier bereikt worden. 

Financiële producten, in dit geval microfinanciering, spelen een essentiële rol om dit te bereiken. Maar, microfinanciering is een middel en niet een doel op zich. Dit middel kan dus in vrijwel alle sectoren worden ingezet.

In het dorpje Kolar in India sprak ik met een groep vrouwen die samen investeerden in het opvangen van regen om drinkwater te krijgen. Zij hadden ook samen een irrigatiesysteem opgezet om de watertoevoer voor het land constanter te maken. Ik was ontzettend onder de indruk van het effect dat deze toch eenvoudige systemen op de hele gemeenschap hadden! Niet alleen was de productie verhoogd en de diversiteit aan producten groter maar ook was dit systeem duidelijk een oplossing tegen de bodemerosie. Het was ook fantastisch om te zien hoe trots deze mensen waren dat hun kinderen veel minder vaak ziek waren en weer naar school konden. Ze waren ook heel blij dat ze een tractor hadden gekocht voor hun mannen zodat die hun werk sneller konden doen. Is dat niet vooruitgang??

In India zijn er ook voorzichtige successen geboekt met oogstverzekeringen voor kleine boeren. Op het gebied van sanitatie zijn er talloze voorbeelden in Afrika waar met kleine leningen een rendabele sanitaire voorziening wordt opgezet. In Pakistan zorgen micro-ziektekostenverzekeringen voor een vangnet in tijden van ziekte.  En energie: in Argentinië en in Bangladesh ken ik succesvolle programma's die rurale gezinnen de mogelijkheid bieden met microkrediet te investeren in zonnepanelen. Dus in alle sectoren geldt dat met kleine kredieten, verzekeringen, veilige betaalsystemen en veilige spaarmogelijkheden mensen hun productiviteit en kwaliteit van leven kunnen verhogen.  De coöperatieve bankvorm kan mensen en middelen samenbrengen om op een innovatieve manier de basisbehoeften in de rurale gebieden mogelijk te maken.

Dames en heren,

Aan de prachtige deugden van Pater van den Elsen zou ik dus de volgende willen toevoegen: Vindingrijkheid. Deze vindingrijkheid is de lokale innovatie die gebeurt als resultaat van een collectieve inspanning in de rurale gebieden, geholpen door dialoog in de keten en door effectieve inzet van financiële diensten. Financiële diensten die vanuit een coöperatieve structuur als een schakel  dienen om aan de behoeftes van mensen te kunnen voldoen.  En zo de rurale ontwikkeling waar te maken en de leefbaarheid van het platteland te verbeteren.

Ik wil hier Rabobank complimenteren en aanmoedigen in de rol die u speelt om dit mogelijk te maken in vele landen in Afrika, Azië en Latijns Amerika. U maakt het mogelijk om ervaringen met duurzaamheid en plattelandsontwikkeling te delen tussen vele mensen in verschillende situaties. Dat schept naast economische groei en vermindering van honger en armoede ook een verbondenheid tussen mensen.

En, wat hen bindt is het verlangen naar vooruitgang, naar het ontsnappen uit een vicieuze cirkel van armoede en gebrek aan mogelijkheden. Uw inzet over zo vele decennia laat ons zien dat, net als in 1896,  de rurale ontwikkeling in de wereld een kwestie van gedeeld eigenbelang is.

Dank u wel