Toespraak van Prinses Laurentien tijdens de Bibliotheektweedaagse 2012 te Middelburg

13 december 2012

Mijnheer de loco-Commissaris, mijnheer de burgemeester, geachte aanwezigen,

U kent vast wel dat dilemma wanneer U een verhaal wilt vertellen dat twee kanten heeft... vertel je eerst het goede nieuws en dan het slechte, of draai  je het om - eerst het slechte nieuws, dan het goede? Er zijn ongetwijfeld eindeloos veel psychologen die hebben geanalyseerd welke aanpak bij wie hoort. Zo zou je kunnen denken dat de pessimist altijd met het slechte nieuws begint bijvoorbeeld….

Maar dan moet ik u teleurstellen: ik ben een eeuwige optimist maar vandaag begin ik toch met het slechte nieuws over de stand van zaken rondom lezen en schrijven:

1.De getallen 

  • 1,5 miljoen volwassenen hebben moeite met lezen en schrijven in Nederland. 2/3 van die mensen is geboren en getogen in ons land.
  • 42 % van de Nederlandse kinderen en jongeren leest nooit thuis en bijna de helft van de 15-jarigen leest niet voor zijn plezier, tegen 37 % internationaal. Jongens vinden lezen minder leuk dan meisjes - en scoren dan ook lager.
  • 14,3 % van de 15 jarigen is laaggeletterd. De neerwaartse trend lijkt te zijn gestopt, maar in relatie tot andere landen doen we het slechter, want die gaan vooruit…
  • En 25% van de kinderen verlaat de basisschool met een leesachterstand van 2 jaar.
  • In Europa hebben 78 miljoen mensen onvoldoende basisvaardigheden om mee te doen in de samenleving.
  • En 1 op de 5 jongeren van15 inEuropa kan niet goed lezen en schrijven.

En dan heb ik het nog niet eens over de situatie buiten Europa ….

De schrikbarende getallen in Europa deed Eurocommissaris Vassiliou er vorig jaar toe besluiten om een High Level Group in het leven te roepen op het gebied van geletterdheid. Ik had de eer om daar voorzitter van te zijn. Met 10 experts uit heel Europa hebben we de afgelopen 18 maanden gewerkt aan het HLG rapport.

We hebben onderzoek op veel terreinen geanalyseerd en aanbevelingen gedaan, maar de samenvatting staat eigenlijk op 2 bladzijden:

  • For1 in5 Europeans, the world is hard to read (dus voor 1 op de 5 Europeanen is de wereld een gesloten boek).
  • Act now! (Kom in actie!).


Ik kom daar zo op terug.

2. En dan de structuren

  • Het andere slechte nieuws is dat de structuren, wetten en andere 'hardware' alléén blijkbaar niet genoeg zijn om taalvaardigheden op niveau te brengen bij kinderen, jongeren en volwassenen. Op het eerste gezicht hebben we in Nederland en andere welvarende landen alles wat nodig is - van leerplicht tot lerarenopleidingen.  Wat mist er dan nog?
  • Het is de kwaliteit die het verschil maakt. Hoe optimaliseren we het leerproces van kinderen, binnen en buiten school? Hoe zorgen we voor materialen die kinderen motiveren om te leren lezen en schrijven? Hoe zorgen we ervoor dat ze ook na school blijven doen? 
  • En wat nog steeds beter kan, is dat het belang van lezen en schrijven als een breed gedragen sociaal-economisch vraagstuk wordt gezien, niet alleen als iets van het onderwijs. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, kunnen we het samen oplossen - van bibliotheken tot doktoren en overheden, van werkgevers tot vakbonden en maatschappelijke organisaties. En laten we ons goed blijven realiseren dat de thuisomgeving en de maatschappelijke omgeving naast school cruciaal blijft: een huis met boeken, kranten of tijdschriften, ouders die lezen, boeken op ontmoetingsplekken in de stad, de fysieke zichtbaarheid van aantrekkelijk leesmateriaal. Een taalrijke omgeving is van grote invloed op iemands verdere bestaan. Ook digitaal leesmateriaal speelt hierin een rol, en is uiteraard van grote waarde.

Laten we vooral niet in 'slecht nieuws' blijven hangen. Er is ook veel goed nieuws om ons door te laten blijven inspireren en op aan te haken. Ik doe een greep uit de headlines van verschillende onderzoeken de afgelopen jaren. Het lijken open deuren. Althans….. voor u en mij misschien. Maar duidelijk niet voor iedereen, anders zou het slechte nieuws niet zo klinken als ik u zojuist vertelde….

  • 66% van de kinderen tussen 0 - 18 is lid van de bibliotheek, en het aantal leden is iets gestegen (dan moeten we er natuurlijk wel voor zorgen dat het actieve lidmaatschappen zijn).
  • Interesse in lezen, leesstrategieën en leesprestaties hangen nauw samen: meer leesinteresse helpt effectiever leren en leidt tot betere schoolprestaties.
  • Vaker lezen in vrije tijd bevordert taalvaardigheid.
  • Opgroeien met boeken verlengt de schoolloopbaan - deze is drie jaar langer als kinderen opgroeien in een huis waar boeken zijn. Telkens een nieuw boek is van belang; dat stimuleert tot doorleren, vergroot cognitieve vaardigheden, verbetert schoolprestaties.
  • Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met voorlezen.
  • Leesvolume bepaalt woordenschat - en woordenschat heeft weer een positieve invloed op zelfvertrouwen en communicatieve vaardigheden…
  • Vrijetijdslezen heeft invloed op begrijpend lezen;
  • Lezen beïnvloedt opleidingsniveau positief.

Het beste nieuws is: lezen gaat overduidelijk over mensen, en dus de samenleving.

  • Lezen - en schrijven, laten we dat vooral niet vergeten! - gaat om zelfvertrouwen. Het gaat over hoe iemand in de samenleving staat en zich bewust is van zijn of haar mogelijkheden.
  • Een kind dat leert lezen is zich er plotseling van bewust dat er een wereld om hem heen is - een wereld om te ontdekken, om in te duiken. Door de gedachten en avonturen van een ander te kunnen lezen, verruim je je eigen gedachten en blik. En dat versterkt weer dat zelfvertrouwen…

Als het over mensen gaat, gaat het dus de hele samenleving aan. Ja, lezen gaat natuurlijk over plezier. Het gaat ook over persoonlijke verrijking. Maar waarom proberen we niet meer inzicht te krijgen in de economische rendementen van lezen en schrijven? We weten dat er hier al op verschillende gebieden onderzoek naar is gedaan. Hoe beter we kunnen aansluiten bij het tijdsgewricht - ook de lastige kanten - hoe beter.  Want met die onderbouwing plaatsen we taalvaardigheden in het centrum van het debat - precies waar het moet zijn.

Lezen is uw "core business", zoals we dat in mooi Nederlands noemen. Dus u weet als geen ander wat ons te doen staat.  De strategie van de VOB spreekt over de drie-eenheid van kennis, ervaring en ideeën. Ik ga er vanuit dat dit ook bij u als individuele bibliotheken, resonantie vindt.

Bibliotheken hebben dus het aanbod van kennis, ervaring en ideeën. Maar aanbod betekent niet veel zonder dat er vraag naar is. In logische economische termen is dus onze opdracht om vraag te creëren naar het aanbod van kennis, ervaring en ideeën.

Dat is dus uw - onze -individuele en gezamenlijke opdracht: om vraag te creëren naar het aanbod van de bibliotheken en andere plekken. De bibliotheek is de lokale ontmoetingsplek en studieplek waar mensen elkaar treffen, waar gesnuffeld kan worden in allerlei materiaal. Maar ook de digitale bibliotheek, die toegang  geeft tot nog veel meer bronnen van kennis, ervaring en ideeën. Die functie is een investering in gemeenschapszin, waar de hele samenleving baat bij heeft.

Vraag creëren betekent dat we uw aanbod van kennis, ervaring en ideeën - relevant, toegankelijk en aantrekkelijk moeten maken voor mensen op grote schaal. Mensen moeten het willen opzoeken. Daarvoor moeten we begrijpen hoe het aanbod hun leven verbetert; begrijpen hoe het bijdraagt aan het bereiken van ambities en dromen, zoals gezondheid, geluk, veiligheid, een stabiele baan en duurzaamheid.

Dat brengt mij terug op de boodschap van het HLG rapport - Act now!

Het gaat dus om die call to action, die gaat over onze verantwoordelijkheid, die van u en mij en vele anderen buiten deze zaal. De verantwoordelijkheid om iedereen te betrekken bij de samenleving. Om iedereen stappen te laten maken in zijn of haar lees- en schrijfvaardigheden. Voor ieders persoonlijke ontwikkeling en voor de ontwikkeling van de maatschappij als geheel.

Dat vraagt van ons allen om vooral goed te kunnen luisteren en ons in te leven in anderen… en te denken vanuit de mensen die we willen bereiken. Wat motiveert iemand, hoe passen kennis, ervaring en ideeën in iemands leven en welke rol spelen de bibliotheek en anderen daarin? De bibliotheek op straat past natuurlijk heel goed bij de gedachte om de mens centraal te stellen bij lees- en schrijfbevordering. Wanneer we de wereld bekijken door de ogen van iemand die moeite heeft met lezen en schrijven…waar kijken we dan naar? Welke barrières zijn er en vooral - waarin moeten we de oplossingen vinden? Als we weten dat motivatie alles is, hoe motiveren we kinderen om nog meer te gaan lezen voor hun plezier? Als we denken vanuit de mens, moeten de oplossingen dus ook dichtbij de mens liggen. Daarom moeten we naar de mensen toe - bijvoorbeeld door volwassenen een cursus aan te bieden, met behulp van getrainde vrijwilligers, in hun directe omgeving. En ouders te betrekken bij het leerwerk van hun kinderen thuis. Ook dat moeten we relevant en laagdrempelig maken, en de enorme winst ervan inzichtelijk maken.

De werelden van goed en slecht nieuws zijn meestal niet gescheiden - ook hier niet. En ook de oplossingen liggen dus in het verbinden van werelden.

Uw passie, ervaring en deskundigheid is hard nodig om vraag te gaan creëren voor het rijke aanbod van kennis, ervaring en ideeën. In de bibliotheek, maar ook daarbuiten. Als docent, als ouders, als buurvrouw, buurman, lid van de gemeenteraad…..

De functie van bibliotheken is evident. Want als geletterdheid in het hart staat van de maatschappij, dan mogen bibliotheken nooit ver weg zijn. Aan u allen de call to action om de winst van taalvaardigheden voor mensen en de samenleving zichtbaar en inzichtelijk te maken!

Het is een eer om zo nauw bij de bibliotheken betrokken te zijn. Ik wens u een inspirerende tweedaagse.

Dank u wel.