Toespraak van H.M. de Koningin bij de buitengewone vergadering van de Raad van State t.g.v. het afscheid van mr. H.D. Tjeenk Willink als vice-president, Den Haag

25 januari 2012

Mijnheer Tjeenk Willink,

U kunt terugkijken op een rijk geschakeerde loopbaan, waarin u de politiek, het openbaar bestuur en de wetenschap heeft gediend. U deed dat in verschillende verantwoordelijkheden, het is al gezegd: als onderzoeker, als raadadviseur, als regeringscommissaris, als senator en tenslotte als vice-president van de Raad.

Vanuit deze uiteenlopende gezichtspunten hebt u een breed scala van opvattingen over het openbaar bestuur in Nederland ontwikkeld en geformuleerd.
Met uw scherpe analyses en uw jaarlijkse 'Algemene  beschouwingen' hebt u een grote bijdrage geleverd aan het denken over ons staatsrecht en het maatschappelijk bestel.

Door voordrachten en in publicaties stimuleerde U het debat over de democratische rechtsstaat. Met de Laurens-Pieter van de Spiegel-prijs en twee eredoctoraten bent U daarvoor geprezen en geëerd.

Als vice-president van de Raad van State hebt u de organisatie van dit Hoge College van Staat met tact, geduld en doorzettingsvermogen naar een nieuwe structuur geleid.

Doelgericht, met visie en met grote zorgvuldigheid bleef u al die tijd het roer stevig in handen houden, tot in 2010,dit  proces tenslotte werd afgerond. Maar uw naam is niet alleen verbonden aan de inhoudelijke verandering van de Raad. Ook in dit schitterend gerenoveerde gebouw herkent men tot  in de kleinste details de stijl en de signatuur van de bouwheer.

In structuur en in steen zijn elementen van traditie en vernieuwing met elkaar verenigd; dit  sterkt  het  instituut om waar nodig tegenwicht te bieden aan de tijdgeest zonder voeling met de realiteit te verliezen.

In onze veelvuldige contacten heb ik ervaren hoe u als scherp waarnemer kennis van zaken paart aan oorspronkelijk denken.

Daarbij is uw eerste vraag bijna altijd: "wat is eigenlijk het probleem?". U bezit het talent vervolgens zaken vanuit een meervoudig perspectief te beschouwen en elk onderwerp te doorzien en fijnzinnig te fileren. Gelukkig gaan deze  eigenschappen samen met grote maatschappelijke betrokkenheid en een goed gevoel voor humor. Dankzij al deze kwaliteiten heeft de Raad in u een uitstekende Vice-president gehad.

Mijn zoon, mijn schoondochter en ikzelf hebben intensief met u kunnen samenwerken. In die contacten hebben wij uw onderkoelde  benadering, uw subtiel gevoel voor relativiteit en uw open vizier bijzonder leren waarderen. U hebt mij als Vice-president en meerdere keren als Informateur, waardevolle adviezen gegeven. U hebt mijn zoon in de leerschool van dit Hoge College  begeleid en mijn schoondochter in de Raad verwelkomd. U hebt mij en de leden van mijn familie met raad en daad terzijde gestaan. Als peetoom van Prinses Amalia zult u ook in de toekomst een specifieke band met de volgende generatie houden. Voor uw inspanningen en toewijding ben ik u zeer dankbaar, evenals voor het vertrouwen dat in deze  jaren is gegroeid.

Ik wens u toe dat het u met de heer Marck gegeven mag zijn nog vele jaren in goede gezondheid te leven. Ik wens allen hier toe dat zij u nog dikwijls in vriendschap mogen ontmoeten en zich erover kunnen verheugen dat het U beiden goed gaat. Tot slot heb ik het genoegen u bij bevordering te benoemen tot Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau.