Toespraak van de Prins van Oranje bij viering Wereldwaterdag 2012 in Wageningen

22 maart 2012

“Water en voedselzekerheid”

Dames en heren,

Vandaag, op Wereldwaterdag, doen honderden schoolkinderen door heel Nederland proefjes om meer te begrijpen over de wereld van het water. Ze krijgen een grote maatbeker met precies 1 liter water. Die beker stelt al het water op onze planeet voor. Als eerste stap schenken ze een heel klein beetje, 30 ml, in een klein bekertje, en gooien ze zout in de resterende 970 ml. 97% van ons water is immers zout water in de zee en oceaan.

Daarna mogen ze van die overgebleven 30 ml 6 ml in een reageerbuisje doen; de overige 24 ml gaan in de diepvries. 80% van onze zoetwatervoorraad zit immers stijfbevroren in ijskappen en gletsjers.

Als derde stap halen ze met een pipetje 1 druppel water uit die reageerbuis, en laten die in een emmer vallen. Deze ene druppel is het enige deel van het beschikbare zoet water dat niet vervuild of onbereikbaar is!

En het is deze ene druppel waar wij van moeten leven. Met nu 7 en straks 9 miljard mensen. Om te drinken. Om ecosystemen in leven te houden. En vooral ook om voedsel te verbouwen.

En daarmee komen we bij de kern van vandaag: water en voedselzekerheid. Ieder van ons drinkt per dag zo'n 2 tot 4 liter water. Maar om ons dagelijks voedsel te produceren is minstens 2000- tot 5000 liter water nodig! De landbouw gebruiktwereldwijd maar liefst 3 kwart van die hele schaarse zoetwatervoorraad. Eeninternationaal waterprobleemis doorgaans in de eerste plaats een landbouwprobleemen een belangrijk deel van de oplossing moet dan ook gevonden worden in de

manier waarop wij ons voedsel verbouwen.

Feit is dat water niet overal ter wereld in gelijke en voorspelbare mate voorhanden is. Door de klimaatverandering wordt die onvoorspelbaarheid alleen maar groter. Volgens de allerbeste klimaatmodellen wordt bijvoorbeeld de regenval in de toekomst steeds onregelmatiger. We krijgen waarschijnlijk te maken met meer afwisseling en meer extreme situaties. Perioden met zwaardere neerslag in korte tijd ofjuist met langdurige droogte.

Die toenemende variatie is heel verontrustend. Zestig procent van de voedselproductie wereldwijd isnu nog puur regenafhankelijk.Grillige neerslagpatronen bedreigen de watercyclus en daarmee de voedselvoorziening van vele miljoenen mensen wereldwijd. Vaak juist de kwetsbaarste bevolkingsgroepen.

De klimaatverandering en de watercrisis hebben ingrijpende gevolgen voor ons allemaal - in het noorden en in het zuiden; in rijke metropolen en in arme dorpen. Zelfs steden als Wageningenkunnen vroeg of laat te maken krijgen met de onvoorspelbare gevolgen van klimaatverandering. We moeten ons daarom inzetten om de gevolgen van de groei en de ontwikkeling van de mensheid op het klimaat terug te dringen. En tegelijkertijd moeten wij inspelen op de gevolgen van een veranderend klimaat.

Omdat klimaatverandering zich het eerst doet gelden in de watercyclus, is integraal waterbeheer cruciaal, als we ons willen aanpassen aan die klimaatverandering. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, wetenschappers en de private sector om deze centrale rol van water te onderkennen.

Ondertussen blijft de behoefte aan water in de landbouw alleen maar groeien. Er moeten steeds meer monden gevoed worden. De wereldbevolking bereikte vorig jaar 7 miljard en daar komen er voor 2050 waarschijnlijk nog eens twee miljard bij. Er ontstaan ook andere voedingspatronen, waar nóg meer water voor nodig is. Voor de productie van één kilo rundvlees is 16 keer zoveel water nodig als voor een kilo tarwe; 16 kuub ten opzichte van één kuub. Als meer mensen zich ontworstelen aan de armoede en meer vlees gaan eten, zal de behoefte aan water dus nog veel verder toenemen.

De wereld heeft dorst omdat wij honger hebben. Er is dus geen andere keus: de landbouw moet efficiënter omgaan met water. "More crop per drop". Het is onder andere deze samenhang tussen water en voedsel die centraal zal moeten staan tijdens de komende VN-wereldconferentie over duurzame ontwikkeling, Rio+20.


Dames en heren,

Ik sta hier als voorzitter van de adviesraad van de secretaris-generaal van de VN over water en sanitatie (UNSGAB). In de afgelopen jaren heeft UNSGAB zich ingezet om de millenniumdoelstellingvoor toegang tot water dichterbij te helpen brengen. Een paar weken terug maakte secretaris-generaal Ban ki Moon bekend dat deze millenniumdoelstelling - voorlopig als eerste en enige - is gehaald: het percentage mensen zonder toegang totbetere drinkwatervoorzieningen is gehalveerd ten opzichte van 1990.Twee miljard mensen hebben in de afgelopen
20 jaar toegang gekregen tot drinkwater!

Dat is natuurlijk een fantastische prestatie. De landen en leiders die door toewijding, doorzettingsvermogen en pure wil deze belangrijke vooruitgang mogelijk hebben gemaakt - samen met de betrokken gemeenschappen en nutsbedrijven -  verdienen ons allergrootste respect. Zij bewijzen dat de millenniumdoelen geen droombeelden zijn, maar concrete stappen richting verbetering van vele miljoenen mensenlevens.

Tegelijkertijd is ook enige relativering op zijn plaats. Achter de eenvoud van de formulering gaan nog altijd grote sociale en regionale verschillen schuil. Zeker de helft van de mensen die toegang hebben gekregen woont in China of India, terwijl bijna 40 van de 50 landen in Sub-Sahara Afrika de doelstelling niet lijken te halen. Bovendien zegt ' toegang tot drinkwater' nog helemaal niets over de kwaliteit van dat water. In nogal wat gevallen gaat het om water dat niet of nauwelijks veilig te drinken is. In die gevallen rekenen we ons dus net iets te makkelijk rijk. En het tweede deel van de millenniumdoelstelling, over sanitatie, ligt zelfs ver achter. Hier moeten wij onze inspanningen echt meer dan verdubbelen om tijdig tot resultaten te komen.

We zijn er dus nog niet, maar de prestatie voor drinkwater staat; ook in Afrika! Die landen begonnen vanuit een achterstandspositie, en hebben bovendien te maken met een explosieve bevolkingstoename. Wie voorbij de percentages kijkt, ziet dat in die landen
275 miljoen mensen toegang tot drinkwater hebben gekregen: dat zijn er 37.000 per dag, 20 jaar lang!

De logische vervolgstap voor de internationale gemeenschap, ook na 2015, is universele toegang tot veilig drinkwateren adequate sanitatie. Dit is dan ook de eerste kernboodschap van UNSGAB op weg naar Rio+20. Wij voelen ons hierin gesteund door de secretaris-generaal. Toen hij kort geleden zijn prioriteiten voor zijn tweede termijn bekend maakte, committeerde hij zich aan lancering van een nieuw VN-breed initiatief voor universele toegang tot veilig drinkwater en sanitatie. Het is aan ons allemaal om ervoor te zorgen dat de wereld zich hier achter blijft scharen, te beginnen in Rio.

Dames en heren,

Als gezegd hangen de schaarstes aan water, voedsel en ook energie steeds nauwer met elkaar samen. Dit inzicht is cruciaal voor succes in Rio. UNSGAB zet dan ook net zo hard in op een minder waterintensieve landbouw als op universele toegang tot drinkwater. Dit zijn onze twee kernboodschappen richting Rio+20.

Deze invalshoeken raken elkaar direct als het gaat om de noodzaak van verzameling, verwerking en hergebruik van afvalwater. In het grootste deel van de wereld wordt momenteel maar een fractie van het afvalwater behandeld. En nog veel minder wordt hergebruikt. We onttrekken enorme hoeveelheden water aan rivieren, meren en grondwater, en laten het vol met industrieel, huishoudelijk en landbouwafval weer terugstromen in het ecosysteem. Dit gaat zo niet langer.

Het is van essentieel belang de hoeveelheid afval die terechtkomt in het water te verminderen. Bijvoorbeeld door over te schakelen op schonere productiemethoden in de landbouw en industrie. Daarnaast is het ook cruciaal dat we het beheer van afvalwater verbeteren. Zo kunnen we immers de volksgezondheid beschermen, bruisende steden bouwen en de bedreiging van kwetsbare ecosystemen verminderen.

Ik heb het al vaak gezegd:There is no such thing as waste water; only water wasted. Afvalwater, wat we dus eigenlijk niet meer zo zouden mogen noemen, is een grondstof voor een volgend proces en verdient als zodanig meer aandacht van politici, wetenschappers en het bedrijfsleven. Er zijn prachtige voorbeelden die aantonen dat het werkt, en dat alle partijen voordeel kunnen hebben van slimmer werken met afvalwater. Daarom wil UNSGAB een revolutie ontketenen in de verwerking van afvalwater. Voor ons is dit een derde kernboodschap in het proces richtingRio +20.
Wij stellen voor dat regeringen de vervuiling en verspilling met vereende krachten gaan bestrijden door in Rio een gezamenlijke visie aan te nemen op het beheer van huishoudelijk, industrieel en landbouw gerelateerd afvalwater. Het liefst natuurlijk met harde doelstellingen en met concrete monitoring van de voortgang.

Dit is de kern van het verhaal: zeker in het licht van bevolkingsgroei en klimaatverandering hangen hergebruik van water en voedselzekerheid ongelofelijk nauw met elkaar samen. Als we ons willen aanpassen aan de wijzigende omstandigheden zullen wezuiniger moeten omgaan met water. Dat betekent dat we meer voedsel moeten verbouwen met minder water. En dat we het gebruikte water moeten behandelen om het opnieuw te kunnen gebruiken.

Om de toekomstige watervoorraad op peil te houden moeten we slimme systemen ontwikkelen voor het recyclen van water binnen de landbouwsector. In ontwikkelingslanden wordt het afvalwater uit veel steden ook nu al gebruikt voor irrigatie. Die praktijk moeten we aanmoedigen en systematisch uitbreiden. Dat moet echter wel veilig gebeuren. Irrigeren met afvalwater zonder oog voor veiligheid brengt risico's met zich mee voor zowel de boer als de consument. Als het op de juiste manier gebeurt, bijvoorbeeld volgens de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie, kan juist het hergebruik van water de toekomstige voedselzekerheid bevorderen.

Dames en heren,

Terug naar die ene druppel in die emmer in die Nederlandse schoolklas. Op wereldwaterdag proberen wij aandacht te vragen voor die ene druppel. Voor het feit dat het deze ene druppel is, in de meeste gevallen opgenomen in een voedselproduct, die het leven op aarde mogelijk maakt. Met steeds meer mensen en steeds meer onzekerheden wordt die druppel niet groter. Je zal dus eerlijker moeten delen om te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Je zal slimmere manieren moeten vinden om voldoende voedsel te produceren met minder water. En je zal moeten zorgen dat je dat water niet vervuilt, maar juist hergebruikt.

Voor Nederlandse schoolkinderen stonden deze conclusies vandaag als een paal boven water. Nu wij nog!