Toespraak van H.M. de Koningin tijdens het staatsbanket ter gelegenheid van het staatsbezoek aan Luxemburg

20 maart 2012

Koninklijke Hoogheid,

Met groot genoegen heb ik Uw uitnodiging voor dit staatsbezoek aanvaard. De weg naar Luxemburg is mij zeer vertrouwd en ik denk met dankbaarheid terug aan de hartelijke ontvangsten die mij hier al dikwijls te beurt zijn gevallen. Hoogtepunten in mijn herinnering zijn Uw bezoek aan Nederland in 2006 en de staatsbezoeken die Prins Claus en ik, langer geleden, met Uw ouders hebben uitgewisseld. Onze veelvuldige contacten onderstrepen de uitstekende betrekkingen tussen onze beide landen, maar ook de hechte familiebanden tussen onze koningshuizen, die door de generaties heen tot warme persoonlijke vriendschappen zijn uitgegroeid.

In de decennia die achter ons liggen hebben wij Luxemburg zich zien ontwikkelen tot een moderne en welvarende natie met een grote politieke stabiliteit. Vanuit de sterke eigen identiteit heeft Uw land altijd het belang onderkend van een open blik op de wereld. Luxemburg heeft daardoor een invloedrijke positie verworven en is een erkend pionier in internationale samenwerking geworden. Van Luxemburgers is bekend dat zij trots zijn op hun tradities, maar tegelijkertijd gericht zijn op innovatie en met visie weten te anticiperen op veranderende omstandigheden. Luxemburg, wordt wel gezegd, vindt zichzelf telkens opnieuw uit.

Opvallend is dat Uw land zich in het internationale overleg dikwijls in de voorhoede bevindt als het erom gaat de problemen die zich in de wereld voordoen, voortvarend aan te pakken. Luxemburg spant zich op indrukwekkende wijze in voor landen in ontwikkeling, en slaagt erin ruimhartig hulp te blijven bieden. Op andere gebieden van internationale samenwerking onderscheidt Uw land zich eveneens door een sterke mate van verantwoordelijkheidsgevoel. Met name steunt Luxemburg de ambitieuze doelstelling in de komende decennia de CO2-emissies met 80% te reduceren, om zo duurzame ontwikkeling te bevorderen.

Onze beide landen hebben al vanaf het begin hun lot verbonden aan de Europese eenwording. Luxemburg geldt als een van de 'vaders van Europa' en is daarbij al vanaf de eerste Europese verdragen een drijvende kracht geweest. Vooraanstaande burgers van Uw land hebben in de loop der jaren een grote rol gespeeld in het bestuur van wat nu de Europese Unie is. Het is verleidelijk te denken dat de historie hier zijn invloed heeft doen gelden. Dit gebied, vanouds gelegen op het Romaans-Germaanse snijvlak, behoorde immers in vroeger tijden tot het rijk van Lotharius, de kleinzoon van Karel de Grote, de vorst onder wie de landen van Europa voor het eerst werden verenigd. Juist hier kon de inspiratie worden gevonden om in een werelddeel dat zo dikwijls door oorlogen is verscheurd, zich blijvend in te zetten voor vredelievende samenwerking, zoals Luxemburg zo duidelijk heeft gedaan.

Het is niet verbazend dat de Karelsprijs voor verdiensten jegens de Europese eenwording, die de naam draagt van Karel de Grote, al enkele malen aan een Luxemburger is toegevallen. Met de toekenning van de prijs aan het Luxemburgse volk, in 1986, werd zelfs een uniek eerbetoon gegeven aan de vaste overtuiging van Uw landgenoten dat hun toekomst in Europa ligt en aan hun bereidheid zich voor die Europese toekomst in te zetten.

Het is dan ook passend dat enkele van de belangrijkste Europese instituten hier zijn gevestigd. Ik denk daarbij vooral aan het Europese Hof van Justitie en de Europese Rekenkamer, die tezamen in feite het institutionele geweten van de Unie vormen. De regel dat Europese Commissarissen hun ambtseed afleggen voor het voltallige Hof, symboliseert de collectieve aanvaarding door de lidstaten van de Unie van het recht als de heersende norm.

Het lijkt mij overigens niet toevallig dat een van de vormen van wetenschappelijke samenwerking tussen onze landen juist dit Europese thema bestrijkt. Het Luxemburgse Centre Virtuel de la Connaissance sur l'Europe en het Nederlandse Huygens Instituut ontwikkelen samen een project voor het stelselmatig uitgeven van bronnen op het terrein van de geschiedenis van de Europese eenwording. Dit is slechts een klein voorbeeld van de vele vormen van samenwerking die onze landen kennen. Deze contacten worden bevorderd door een grote mate van gelijkgezindheid tussen onze volken. Wij spreken niet dezelfde taal, maar verstaan elkaar.

Onze Benelux-samenwerking, de stille kracht die meestal buiten de schijnwerpers van de publiciteit blijft, wordt dikwijls overschaduwd door de successen van de veel bredere samenwerking in Europa. Zij heeft echter in haar 50-jarig bestaan haar nut duidelijk bewezen en in een aantal gevallen zelfs als model gediend voor de latere vormen van integratie. Dit jaar is de Benelux een volgende levensfase ingegaan. Het nieuwe verdrag beperkt zich niet meer tot een strikt economische unie, maar voorziet voor de toekomst ook in intensievere contacten op andere terreinen dan de economie.

De vriendschappelijke betrekkingen tussen onze landen bestaan al sinds mensenheugenis, maar er zijn ogenblikken waarop de vriendschap toch even moet worden opgeschort, namelijk als Luxemburg en Nederland tegenover elkaar staan bij het wielrennen - de sport waarin Uw land een grote reputatie geniet. Ik denk dat wij mogen hopen dat onze eeuwenoude banden sterk genoeg zijn om deze moeilijke momenten te overwinnen.

Monseigneur,

Een vroege aanwijzing voor goede betrekkingen tussen onze landen vinden wij in de geheime instructie die in het jaar 1600 werd meegegeven aan de afgevaardigden van het toenmalige Overkwartier van Gelder - een gebied dat nu deels in onze provincie Limburg is gelegen -, toen zij afreisden naar een vergadering van de Staten-Generaal in Brussel. In het eerste artikel van die instructie stond de opdracht over alle belangrijke beslissingen overleg te plegen met de afgevaardigden van Luxemburg. Dit historische advies toont overtuigend aan dat het onderling vertrouwen en de drang tot samenwerking die onze landen verbinden, een zeer lange geschiedenis kennen.
Gaarne nodig ik alle aanwezigen uit met mij het glas te heffen op Uw gezondheid, Monseigneur, op die van Groothertogin Maria Teresa en op een gelukkige toekomst voor het Luxemburgse volk.