Toespraak van de Koningin bij uitreiking Prijs der Nederlandse Letteren aan Leonard Nolens, Koninklijk Paleis Amsterdam

30 november 2012

Dames en heren,

Gaarne heet ik U allen hartelijk welkom bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren. De eervolle taak deze belangrijke prijs aan de winnaar te overhandigen valt beurtelings de Koning der Belgen en mij toe. Die bijzondere rolverdeling benadrukt het uitzonderlijke karakter van deze prijs, die immers gezamenlijk door Vlaanderen, Nederland en - sinds 2004 - ook door Suriname wordt toegekend. Een dergelijk internationaal literair eerbetoon is uniek in de wereld.

Een taal komt in de letterkunde tot haar grootste bloei. Dat geldt ook voor de Nederlandse literatuur. Sinds 1956 vormt de Prijs der Nederlandse Letteren de belangrijkste onderscheiding op dit gebied. Deze bekroning beperkt zich niet tot een land, maar bestrijkt een heel taalgebied. Immers, niet de nationaliteit van de literator is het onderscheidend element, maar de taal. Daarmee is deze prijs behalve een eerbetoon aan de winnaar evenzeer een hommage aan het Nederlands.

U, Mijnheer Nolens, heet ik hier in het bijzonder welkom, als de laureaat van dit jaar. Waarschijnlijk bent U al enigszins aan de gedachte gewend, want U weet al sinds april dat de prijs U is toegekend - voor Uw hele oeuvre: Uw poëzie en Uw dagboeken. De nadruk ligt daarbij op Uw dichtwerk, op Uw erkend meesterschap in de kunst van het meer zeggen met minder woorden. U wordt geroemd als een uitzonderlijk dichter en voorlezer, die in een levenslange en veelal eenzame worsteling met de taal blijft zoeken naar de eigen identiteit en naar de betekenis van het menselijk bestaan. De deskundige jury heeft de motivering van haar keuze op overtuigende en welsprekende wijze onder woorden gebracht. Eén veelzeggende uitspraak uit het rapport, die haar bevindingen als het ware lijkt samen te vatten, wil ik hier citeren: 'Nolens heeft het Nederlands opnieuw doen zingen'. Een treffender en lovender oordeel is bijna niet denkbaar.

De toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren aan U zal ook levendig in onze herinnering blijven omdat deze voor het eerst gepaard gaat met een wedstrijd voor jongeren. Hun werd gevraagd eigen creaties in te zenden die waren geïnspireerd door U en Uw werk. Uit een groot aantal deelnemers aan dit project zijn een paar winnaars geselecteerd, die met hun inzending een uitnodiging voor deze feestelijke prijsuitreiking hebben verdiend. Zij zijn vandaag in ons midden. Hun aanwezigheid getuigt van het belang dat de overheden in de betrokken landen hechten aan het overdragen van de literaire vonk aan de jongere generaties. U, mijnheer Nolens, bent daartoe de aanleiding en de inspiratie geworden.

Mag ik U thans uitnodigen naar voren te komen om de Prijs der Nederlandse Letteren 2012 in ontvangst te nemen.