Toespraak van H.M. de Koningin ter gelegenheid van het staatsbezoek van de president van Italië, Paleis Noordeinde te Den Haag

23 oktober 2012

De toespraak is uitgesproken in het Engels.

Mijnheer de President,

Met groot genoegen heet ik U en Mevrouw Napolitano vandaag welkom in Nederland. Uw bezoek bevestigt de hechte en vriendschappelijke betrekkingen tussen onze beide landen, die zich voorspoedig hebben ontwikkeld sinds het eerste diplomatieke contact van ons land met de republiek Venetië in het jaar 1609.

Wij begroeten in U de hoogste vertegenwoordiger van een staat die in de eerste plaats een vertrouwde partner is in de Europese Unie en daarnaast ook voor velen - zeker ook Nederlanders - een land van dierbare betovering. In de schoonheid van het Italiaanse landschap zien wij het indrukwekkend samengaan van wat de rijkdom van de natuur biedt met hetgeen de scheppende mens in opeenvolgende generaties tot stand heeft gebracht. De rijke overvloed van de Italiaanse kunst en cultuur is alom zichtbaar in grandioze gebouwen en adembenemende kunstschatten. Wie in Uw land om zich heen kijkt, voelt zich onweerstaanbaar verbonden met de ontstaansgeschiedenis van de Europese beschaving.

Na de rampspoed van de eerste helft van de twintigste eeuw in West-Europa sloten onze landen zich aaneen in hun gezamenlijk streven naar langdurige vrede en veiligheid, eerst in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, vervolgens in de Europese Gemeenschap, waarin onze beide landen als 'founding fathers' optraden. In het Verdrag van Rome van 1957 werd de Europese Economische Gemeenschap geschapen. Het begon als een gemeenschappelijke markt, die niet op machtspolitiek en rivaliteit was gebaseerd maar op vrijwillige samenwerking van Europese landen en volken. Met de latere verdragen van Maastricht en Lissabon werden de volgende stappen gezet die nodig waren om vorm te geven aan verdere uitbreiding en hechtere samenwerking. Daarbij zijn soms ingrijpende beslissingen genomen, die voor de burgers van Europa dikwijls grote gevolgen hebben gehad. Uit de gezamenlijke inspanningen is een uniek nieuw verbond ontstaan, gegrondvest op de aanvaarding van gemeenschappelijke rechtsbeginselen.

In dit hechte Europees verband, in 1992 omgevormd tot de huidige Europese Unie, is in de ruim vijf decennia van zijn bestaan, zeer veel bereikt. In moeilijke perioden, zoals wij die nu meemaken, is het goed zich hier rekenschap van te geven. Wel werden dikwijls aanpassingen gevergd en daarmee soms zelfs opofferingen gevraagd. Hierdoor is bij sommigen  wellicht twijfel gerezen over de juistheid van de ingeslagen weg. Het is aan onze generatie, Mijnheer de President, onze medeburgers te overtuigen van de grote verworvenheden van de Europese eenwording.

Onze beide landen hebben zich sinds hun initiërende rol bij de totstandkoming van onze gemeenschap altijd met kracht ingezet voor een hecht Europa, vrij van overheersing, handelsbelemmeringen, discriminatie en protectie. Aan dit historische proces van eenwording zullen wij ook verder blijven bijdragen, omdat het, zoals elk levend organisme in beweging, nooit 'af' is, maar voortdurend in ontwikkeling.

In deze tijd van globalisering en mondiale mededinging zijn de Europese landen elk voor zich niet meer in staat om met succes deel te nemen aan de ontwikkelingen op het terrein van wetenschap, technologie en industrie. Juist op deze gebieden heeft echter de Europese samenwerking tot vele belangrijke resultaten geleid. Een goed voorbeeld hiervan is het Europese Ruimtevaart Agentschap, met als zijn grootste vestiging ESTEC in Noordwijk, waar U morgen op bezoek gaat.

Eens ontdekten Marco Polo en Columbus nieuwe, onbekende continenten en bestudeerde Galileo de bewegingen van de hemellichamen. Nu werken bij ESTEC ruim 2500 medewerkers onder Italiaanse leiding aan het gebruik van de ruimte om wereldwijde communicatie tot stand te brengen. De naam Galileo heeft daarmee een nieuwe, Europese dimensie gekregen. Belangrijk onderzoek wordt ook verricht in het Institute for Energy and Transport in Petten, dat ressorteert onder de Europese Commissie, waar eveneens een van Uw landgenoten de leiding heeft. Het zijn beide frappante voorbeelden van wat Europese samenwerking in de praktijk voor ons betekent.

Een ander voorbeeld is het Europese uitwisselingsprogramma dat zijn naam ontleent aan de grote humanist en Europeaan Erasmus. Dit stelt studenten in staat een deel van hun studie in een ander Europees land te doen. Bovendien hebben in 1999 negenentwintig Europese ministers van Onderwijs in Europa's oudste universiteitsstad Bologna besloten een uniforme studiestructuur op te zetten die het mogelijk maakt zich in verschillende landen voor te bereiden op het behalen van een universitair diploma. Huidige en komende generaties studenten zullen hierdoor kunnen profiteren van de veelheid van kansen die Europa biedt en een breed scala aan ervaringen kunnen opdoen.

Mijnheer de President,

U behoort tot de generatie staatslieden die na de tragische tijden die ons werelddeel heeft meegemaakt, zelf aan de opbouw van het nieuwe, naoorlogse Europa hebben meegewerkt. U hebt bovendien ook in Uw publicaties blijk gegeven van Uw persoonlijke betrokkenheid bij de ontwikkelingen in die tijd. De opbouw van een vreedzaam en steeds nauwer samenwerkend Europa was voor de mensen van Uw en mijn generatie een uniek experiment. Nu is dat voor velen een vanzelfsprekende verworvenheid. Maar vrede, vrijheid en welvaart zijn geenszins vanzelfsprekend. Ze moeten beschermd en soms zelfs heroverd worden. Het is daarom van vitaal belang de geschiedenis als collectieve herinnering door te geven aan de jongeren van nu, die op hun beurt als burgers van Europa de toekomst vorm moeten geven.

Mijnheer de President,

Gaarne nodig ik U en alle aanwezigen uit met mij het glas te heffen op Uw gezondheid en op die van Mevrouw Napolitano en een dronk uit te brengen op de voorspoedige toekomst van Italië en Europa.