Toespraak van Zijne Majesteit de Koning ter gelegenheid van de uitreiking van de Prijs voor Vrije Schilderkunst

4 oktober 2013

Dames en heren, Het verheugt me u allen te verwelkomen bij de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2013. Een levende traditie, die in 1871 begon met het initiatief van koning Willem III om jonge schilders te ondersteunen, mag ik vanaf vandaag voortzetten.

Drieëndertig jaar lang reikte mijn moeder deze Prijs uit. Dit jaarlijkse evenement is haar bijzonder dierbaar. Niet alleen uit persoonlijke betrokkenheid, maar ook vanuit de visie dat kunstenaars een onmisbare rol in onze samenleving vervullen.

Mijn moeder heeft schilders ooit omschreven als zieners die ons verrassen, ons wakker schudden en onze ogen openen voor een nieuwe beleving en zingeving van het alledaagse. Haar liefde voor de schilderkunst - en voor de kunsten in het algemeen - is voor mij altijd een grote bron van inspiratie geweest. Vanuit die inspiratie trek ik - samen met u allen - de lijn van deze prachtige traditie met plezier en overtuiging dóór.

Daarbij mogen we ons wederom gelukkig prijzen met een deskundige jury, dit jaar onder voorzitterschap van de heer Tempel.

Meneer Tempel, ook voor u is dit 'de eerste keer'. Gemakkelijk is het beslist niet een keuze te moeten maken uit zoveel jonge talenten met zulke uiteenlopende stijlen. Graag wil ik u en de andere leden van de jury bedanken voor uw afgewogen oordeel en voor de bevlogen verantwoording die u daarbij geeft. Met een gerust hart neem ik uw advies over.

In uw rapport verbindt u de schilderkunst met begrippen als levenskracht, innovatie en groei. Daarmee neemt u stelling tegen degenen die de schilderkunst beschouwen als een kunstvorm die vooral kan bogen op een rijkverledenen die twijfelen aan haar betekenis in deze tijd.

Met de vraag naar het nut van de schilderkunst hebben niet de minsten geworsteld. Vincent van Gogh schrijft erover in een brief aan zijn moeder uit oktober 1889. 
Hij stelt daarin dat boeren in de wereld nuttiger zijn dan schilders.
"In mijn eigen schatting reken ik me dan ook bepaald beneden de boeren", schrijft hij. "Enfin, ik ploeg op mijn doeken als zij op hun akkers."

De schilder als ploeger.
Een mooi beeld.
Immers: je ploegt om te kunnen zaaien en je zaait om te kunnen oogsten.
Wie ploegt, maakt nieuw leven en groei mogelijk.

Veel jonge kunstenaars vandaag de dag beleven het wellicht zo. Schilderen is hard werken. Worstelen met de materie. Dóórzetten, soms tot de pijngrens. Maar het resultaat is die moeite méér dan waard omdat het ons leven en onze kijk op de wereld verrijkt, verdiept, verscherpt en vernieuwt.

Daarom ben ik blij dat zoveel jonge schilders anno 2013 nog steeds met volle overtuiging de hand aan de ploeg slaan! Onder hun handen komen wonderschone werken tot wasdom.

De schilderkunst blijft dan ook onze sterke steun en waardering verdienen.

We hebben vandaag een aantal beeldbepalende jonge schilders in ons midden. De 25 kunstenaars die hier hun werk tonen, wens ik van harte geluk.

Onder hen bevinden zich de vier winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2013. Zij hebben zich op bijzondere wijze onderscheiden. Ik stel hen graag individueel aan u voor.

Met veel plezier vraag ik naar voren:

Wieteke Heldens
Marijn van Kreij
Philipp Kremer
Jorn van Leeuwen