Afghanistan, april 2009

Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje heeft van 14 tot en met 16 april 2009 de Nederlandse troepen in Afghanistan bezocht. Tijdens deze driedaagse reis werd Kandahar, Tarin Kowt, Chora en Deh Rawod aangedaan. Daar sprak de Prins uitgebreid met Nederlandse militairen, civiele vertegenwoordigers en Non Gouvernementele Organisaties (NGO) die zich gezamenlijk inspannen voor veiligheid en opbouw in Afghanistan.

Dinsdag 14 april

Wat mij meteen opviel bij het eerste grondcontact vanuit het vliegtuig dat ons voorspoedig uit Nederland had overgevlogen, was de grote hoeveelheid elektrische verlichting in en rond de stad Kandahar. Dit was, bijna letterlijk, een verschil van dag en nacht met mijn vorige bezoek aan zuidelijk Afghanistan. 12 uur per dag elektriciteit ten opzichte van enkele uren per week tot voor kort betekent meer kans op ontwikkeling, stabiliteit en veiligheid in de avonduren. En na de landing bleek dat dit één van de vele grote verschillen zou zijn die mij in mijn eerste uren op de grond al snel duidelijk zouden worden.

De omvang van de basis bij Kandahar (KAF) was een volgend verschil dat de aandacht trok. Ruim 16000 mannen en vrouwen (bij mijn vorige bezoek zo´n 4 tot 5000) werken hier op en rond het vliegveld, de meesten onder bevel van de commandant van de zuidelijke regio van ISAF, de Nederlandse Generaal Majoor de Kruif. In een briefing van Generaal de Kruif, die hij gezamenlijk verzorgde met de voor de Nederlandse troepen verantwoordelijke contingents commandant CDR Snoeks en SBN Borsboom, binnen de centrale staf van ISAF in Kabul verantwoordelijk voor stabiliteit, werd al snel duidelijk dat de situatie op de grond ook niet meer te vergelijken is met het verleden. Nu wordt er nadrukkelijk met de Afghanen samen gewerkt (onder andere op politiek, bestuurlijk, militair en religieus vlak) terwijl dat een paar jaar geleden niet meer dan een toekomstvisie was. Dat de toestand nog verre van stabiel is en het zaadje van hoop zo weggespoeld is voordat het kan kiemen, hoef ik natuurlijk niet te benadrukken, maar er is echt nog een reële kans dat dit land met behulp van de internationale gemeenschap, waar ISAF nadrukkelijk een element van is en niet als afzonderlijk beschouwd moet worden, aan de vooravond van een doorbraak staat.

Het tweede programmaonderdeel was een bijeenkomst met de plus minus 300 Nederlandse mannen en vrouwen die op KAF werken. Een zeer gezellige bijeenkomst in de Dutch Corner, de plek voor Nederlanders om af en toe wat ontspanning te zoeken en onder het genot van een frisje of alcohol vrij biertje even weg te zijn van de lange en drukke dagen op de basis. Het leek ook alsof iedereen niet één maar twee digitale camera's bij zich had en tussen het poseren en de flitsen door probeerde ik zo goed en zo kwaad als het ging enkele persoonlijke gesprekken te voeren en ervaringen te horen.

De avond eindigde met een ceremonie van heel andere aard, het emotionele afscheid van een gesneuvelde Canadese soldate die aan haar laatste reis naar huis begon. Bij zo'n "ramp ceremony" onder aan de laadklep van het vliegtuig wordt iedereen op de basis uitgenodigd aanwezig te zijn en het wordt ook echt gevoeld als een afscheid van één van hen. Vanavond waren er rond 2000 mannen en vrouwen aanwezig waar ik als gast van Generaal de Kruif bij mocht zijn. Terwijl de doedelzakmuziek luider werd en de kist in zicht kwam, moest ik heel erg denken aan al diegenen die dit in hun persoonlijke leven ook meegemaakt hebben, die ook een dierbare verloren hebben in een land ver van huis. Daarbij dacht ik natuurlijk in de eerste plaats aan al die Nederlandse families die bij buitenlandse missies dierbaren verloren hadden, maar omdat het hier een Canadese militair betrof, ook aan al die Canadese nabestaanden die hetzelfde lot ondergingen toen hun mannen en zonen Nederland bevrijdden van onderdrukking aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Na dit niet gepland, maar zeer indrukwekkende begin van mijn drie daagse reis werd het hoog tijd een paar woorden in dit blog te wijden aan de eerste ervaringen en mij vervolgens voor te bereiden op de dagen die komen gaan, de dagen die in Uruzgan doorgebracht zullen worden. 

Woensdag 15 april

"Jet noise, the sound of Freedom!"; de sticker tekst die menig auto rond Soesterberg tooide toen daar nog Amerikaanse F-15's gestationeerd waren. Dat ik de afgelopen nacht vele malen aan deze jeugdherinnering terug moest denken bewijst dat Kandahar Airforce Base 24/7 doordraait en niet voor niets na de geplande uitbreiding later dit jaar de grootste militaire basis ter wereld zal zijn. Nu al verwerkt de basis per dag 1/3 van het totale aantal vliegbewegingen van Heathrow. Voor één nacht geen enkel probleem, maar voor diegenen die hier tot wel een jaar gelegerd zijn toch wel een extra uitdaging!

Ik kan het als VN water en sanitatie adviseur niet nalaten te melden dat de plicht om je handen te wassen telkens als je de eetzaal binnen treedt, heeft geleid tot een dramatische reductie in het aantal gevallen van buikloop. En iedereen nog verbaasd ook hoe eenvoudig zo'n lastige aandoening verholpen kon worden! Een goed moment om toch weer eens aan te geven dat ook deze dag wereldwijd 5000 kinderen onder de vijf jaar oud (van in totaal 7500 mensen totaal) door gebrek aan die eenvoudige sanitatie zouden sterven.

Voordat een Cougar van de Koninklijke Luchtmacht ons naar Kamp Holland bij Tarin Kowt zou brengen stonden er nog twee afspraken op KAF op het programma. Allereerst met de daar gelegerde Air Task Force (ATF) die de Nederlandse F-16's en Cougar transport heli's vliegen en logistiek ondersteunen. (De Apache's maken ook deel uit van de ATF maar zijn op Kamp Holland gestationeerd.) En vervolgens nog een lang gesprek met de commandant van het 205e Corps van het nieuwe Afghaanse Nationale leger, beter bekend als ANA, die steeds vaker de leiding van ISAF overneemt bij het leiden van acties en die een zeer gewaardeerde partner is geworden. Later op de dag ontmoette ik ook nog de commandant van de 4de brigade van dat ANA Corps die samen met Task Force Uruzgan (TFU) waar de Nederlanders de leiding hebben opereren. Nog geen twee jaar geleden (!) moesten wij bij een audiëntie met President Karzai in Kabul sterk bepleiten dat er ook ANA troepen in Uruzgan gelegerd zouden worden. Die moeten op de lange termijn de taken van ISAF over kunnen nemen. Er waren weliswaar troepen beloofd, maar de eerste man op de grond moest nog verschijnen. Toch weer een aanwijzing, dat er echt heel veel veranderd is. De brigade is nog niet op volle sterkte en zij hebben een groot tekort aan uniformen en schoeisel, maar zij worden wèl in het hele gebied van TFU ingezet en met grote successen. Bovendien heeft de lokale bevolking vertrouwen in de ANA als partner voor een oplossing op de lange termijn.

Op Kamp Holland was het vooral de bedoeling zoveel mogelijk informatie te krijgen over de inzet van verschillende eenheden en ook om zo veel mogelijk Nederlandse militairen te spreken. Het begon met een briefing van de commandant van TFU, Generaal Middendorp en de directeur van het Provinciale Reconstructie Team (PRT), de heer Wijnands. Voor het eerst staat het PRT in Uruzgan onder leiding van een diplomaat en heeft een burger het overgenomen van een militair. Dit is één uitkomst van het succesvolle 3D beleid waarvan Defense, Diplomacy & Development de hoofdpunten zijn; een nieuwe strategie die internationaal veel aandacht krijgt en waarvoor Uruzgan gezien wordt als een succes. Weliswaar is het nog in een zeer pril stadium, maar opvallend is het wel.

Een bezoek aan de battlegroup, het defense element in de 3D strategie, benadrukte de veranderde situatie nog meer. Waar in het verleden nogal eens het begeleiden van een eenheid van het PRT niet gezien was als het echte werk waar zij voor waren uitgezonden, stonden zij nu geheel ten dienste van het PRT en andere ontwikkelingswerkers die in het gebied actief zijn.  De twee andere D's, diplomacy en development, worden steeds meer een civiele aangelegenheid waar de ministeries van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking  in samenwerking met Economische zaken, LNV en anderen het voortouw in nemen. De hoop is dat deze D's steeds minder defense nodig hebben en dat Afghanistan uiteindelijk een gewoon OS partnerland wordt.

Het aantal Internationale- en Non-Gouvermentele organisaties in Uruzgan is sinds mijn laatste bezoek gegroeid van 5 naar 30, inclusief een grote vestiging van UNAMA, de VN organisatie in Afghanistan. Een uitgebreid gesprek met een aantal van die organisaties (inclusief de cluster van 5 Nederlandse NGO's, GTZ uit Duitsland, USAID, AUSAID en de VN) bevestigde die sterk verbeterde en veiligere werkomstandigheden. Chora, een kleine twee jaar geleden het toneel van één van de hevigste veldslagen waar Nederland in de afgelopen decennia bij betrokken is geweest, is nu een "permissive area"(in goed Nederlands, toegankelijk gebied zonder extra beschermingsmaatregelen) wat zoveel betekent dat je er als ontwikkelingswerker zonder bewaking op pad kunt gaan en kunt werken. Ik hoop Chora morgen dan ook te bezoeken, iets dat bij mijn vorige bezoek absoluut ondenkbaar was.

Verder heb ik ook de kans gekregen te spreken met de mentoren van het ANA, een zeer internationale groep van Nederlanders, Amerikanen, Australiërs, Fransen en Slowaken die het ANA met raad en daad in hun opbouwfase bijstaan. Dit bezoek werd afgesloten met een gesprek met de commandant van de 4e ANA brigade wiens basis binnen Kamp Holland ligt. Hij liet mij vol trots de nieuwste barakken zien en die zullen voor Afghaanse begrippen zeker heel modern en luxe zijn, maar met 80 man zonder airco in één hal is toch echt afzien.

Voor het diner heb ik kort stil gestaan op de plek waar Azdin Chadli op 6 april sneuvelde door een inkomend projectiel en waarbij nog 5 andere Nederlanders gewond raakten. Dat brengt je toch weer terug bij de harde realiteit, evenals een bezichtiging van het nieuwe monument voor alle Nederlandse gevallenen dat onlangs vlak bij de voor Azdin zo noodlottige plek geplaatst is. Als je daar dan met een vader staat die bijna één jaar geleden zijn zoon verloor en alle namen op een rij ziet, dan gaat er toch heel veel door je heen!

Na het diner heb ik nog een bezoek aan het Apache detachement kunnen brengen met een zeer uitgebreide uitleg over de soms moeilijke beslissingen die de jonge vliegers moeten nemen en hoe zorgvuldig zij met die verantwoordelijkheden omgaan. De avond werd afgesloten met een warme ontvangst door vele Nederlandse militairen die uitgebreid de tijd namen mij over hun ervaringen en emoties te verhalen. Het verlies van Azdin en de gezamenlijke verwerking, het gevoel toch door te moeten gaan, positief te zijn en er iets van te zullen maken, was absoluut gespreksthema nummer één… 

Terugblik

Mijn derde bezoek aan Afghanistan loopt nu bijna ten einde. Ik schrijf de laatste alinea's van dit blog op KAF, wachtend op ons vertrek naar Nederland. Bij mijn eerste bezoek aan Kabul werd er in het hele land nog volop gevochten, controleerde ISAF de stad en een klein stuk terrein ten noordoosten ervan en werd het plan gepresenteerd om PRT's op te richten die onder ISAF-leiding eerst in het noorden, hierna in het westen en pas veel later daarna in het zuiden en het oosten gevormd zouden worden. De vraag was of er überhaupt ooit genoeg stabiliteit zou zijn om aan de opbouw in het zuiden en oosten te beginnen. Drie jaar later bezocht ik Kabul voor een tweede keer, Nederland had inmiddels het eerste PRT in de provincie Baghlan al weer overgedragen aan de Hongaren en zat al weer bijna één jaar (en meer dan een jaar als je begint te tellen bij de opbouw) in Uruzgan. Vanuit Kabul mochten wij weliswaar Kamp Holland en Kandahar bezoeken, maar een overnachting in het gebied werd toch sterk afgeraden. Nu, bijna twee jaar later, staat het PRT onder civiele leiding, is Uruzgan het voorbeeld voor het 3D-beleid waar velen met bewondering naar kijken, is er een ANA die in staat is leiding te nemen bij militaire acties en zijn grote delen van Uruzgan zo veilig dat wij er gewoon rondgelopen hebben. Dan hoop ik dat u kunt begrijpen dat dit blog vooral een enthousiast verslag is van mijn bezoek aan zuidelijk Afghanistan! Natuurlijk begrijp ik ook dat het vaak een paar stapjes vooruit is en dan weer achteruit, natuurlijk is de vraag altijd gerechtvaardigd of hiervoor het hoogste offer gevraagd mag worden, natuurlijk zijn er frustraties bij diegenen die met positieve verwachtingen hierheen kwamen en de veranderingen te langzaam vinden gaan, die liever zelf meteen het verschil hadden willen maken en de resultaten daarvan willen zien. Ondanks dit alles is bij mij het gevoel van hoop op een mogelijke duurzame vrede en ontwikkeling niet weggenomen, in de eerste en de laatste plaats door de gesprekken en ervaringen van al die moedige mannen en vrouwen die ik hier heb mogen zien en spreken. Zij geloven in hun missie, ik doe dat ook!

Terug naar overzicht