Groenland, mei 2011
Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje brengt op uitnodiging van het Wereld Natuur Fonds (WNF) van 6 tot en met 11 mei een bezoek aan Groenland. De Prins van Oranje sluit hiermee het estafetteblog van WNF Missie SILA af.
Dinsdag 10 mei 2011
Na twee dagen was het afscheid daar, zowel van onze vrienden van ESA als ook van het idyllische Ilulissat. Terug naar Kangerlussuaq voor het tweede deel van Missie SILA, de rondetafelconferentie met de Groenlandse overheid waar wij veel van verwachten. De daadwerkelijke locatie van onze besprekingen is echter een ruim uur ten oosten van het vliegveld, vlak onder de imposante Russel gletsjer.
In de bus naar het kamp had ik al de gelegenheid informeel
kennis te maken met onze gesprekspartners onder wie premier Kleist,
zijn onderminister van Buitenlandse Zaken en de voorzitter van de
Inuit Circumpolar Council (ICC), waarin alle inheemse volkeren van
het Arctisch gebied vertegenwoordigd zijn. Dankzij de
indrukwekkende omgeving en de zeer ontspannen sfeer arriveerden wij
vol goede moed in Russel Camp om in besloten kring op open en
directe Hollandse wijze enkele heikele onderwerpen aan te
snijden.
Bij zijn inleidende woorden begon premier Kleist over het concept
Sila en wat dat voor de Inuit betekende. Op dat moment bekroop mij
het nare gevoel, dat wij onze gastheren misschien beledigd hadden
met het lenen van een woord uit hun taal. Je moet altijd goed
oppassen als je een woord leent uit een taal die je niet kent omdat
je onbedoeld een bepaalde betekenis of lading over het hoofd ziet
die een averechts effect kan hebben. Dat heb ik zelf eerder in
Mexico al eens ervaren. Maar gelukkig was de premier juist zeer te
spreken over de keuze van de naam voor onze missie. Sila is de
oerkracht achter alles wat leeft en omvat daarmee niet alleen het
weer en het landschap, maar ook de innerlijke wereld van de mens.
Daarmee omschrijft Sila volgens Kleist dan ook precies wat onze
missie is. Ik merk aan onze delegatie, dat iedereen weer gerust
ademhaalt na deze openbaring.
Als missie op uitnodiging van het Wereld Natuur Fonds hebben we
besloten vooral te luisteren naar de wensen van onze Groenlandse
gesprekspartners zonder te oordelen. We moeten zien waar wij als
WNF, maar ook als Nederlands bedrijfsleven, kennisinstellingen en
overheid bruggen kunnen slaan om die wensen duurzaam uitvoerbaar te
maken. De laatste jaren was het gevoel ontstaan dat iedere
economische ontwikkeling in het Arctisch gebied bij voorbaat als
niet duurzaam en dus onverantwoord werd afgewezen. Dit heeft
duidelijk kwaad bloed gezet bij de inheemse bevolking en premier
Kleist geeft nogmaals te kennen dat Groenlanders bij uitstek
beseffen hoe belangrijk een goed milieu en leven in harmonie met de
omgeving is. Anders kun je nooit overleven in deze barre
omstandigheden. Bovendien hebben zij zelf geen enkele bijdrage
geleverd aan de oorzaken van klimaatverandering, maar ervaren zij
de gevolgen dagelijks in extreme mate. En, zoals ieder mens, hebben
ook zij het recht zich verder te ontwikkelen. Om een duurzame
ontwikkeling mogelijk te maken moeten alle opties onderzocht
worden, inclusief exploratie van olie en gas, ontginning van
minerale bodemschatten en toerisme. Alleen inzetten op de
mogelijkheden voor landbouw en veeteelt die zich nu in het zuiden
van Groenland beginnen voor te doen kan nooit voldoende zijn om
werkgelegenheid die verloren is gegaan in de traditionele jacht en
visserij op te vangen.
In de discussie die hierop volgde hebben wij onze uiterste best
gedaan Nederland als een betrouwbare partner voor deze wensen te
presenteren. Wij hebben de kennis en kwaliteiten in huis die zo
nodig zijn om Groenland in deze fase bij te staan en bovendien zijn
wij neutraal: geen Arctische natie, geen tegenstrijdige belangen en
bovendien een land met internationaal aanzien. En dat ze hulp van
betrouwbare partners nodig hebben is duidelijk, omdat de
Groenlanders willen leren van best practices in het buitenland en
het schier onmogelijk is deze immense klus met een bevolking van
minder dan 60.000 te klaren.
Het feit dat onze Groenlandse vrienden meteen enthousiast
reageerden op onze voorstellen om deze ronde tafel in Nederland een
vervolg te geven kan een indicatie zijn dat zij zeer geïnteresseerd
zijn in verdere intensieve samenwerking met Nederland. Ook het feit
dat de premier, die overmorgen de Arctische Raad met onder andere
de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton en de
Russische minister Lavrov voor moet zitten, de tijd nam om met ons
in dialoog te gaan, geeft aan hoe veel waarde men hier hecht aan
missies zoals de onze.
Deel twee van het programma was de officieuze lancering van
Roots2Share. Het Volkenkundig Museum in Leiden en het Museon in Den
Haag beschikken over een enorme collectie foto's van enkele
gemeenschappen in Oost Groenland die nu digitaal ter beschikking
gesteld worden aan twee Groenlandse musea. Diederik Veerman,
curator van Museon, heeft op creatieve Hollandse wijze een
flatscreen uit de aankomsthal van het vliegveld van Kangerlussuaq
geleend. Hierop wordt een zeer informatieve presentatie verzorgd in
de tent van Russel Camp, waarbij ook een klein deel van de
imposante fotocollectie van Gerti en Noortje Nooter wordt getoond.
Bijzonder is de reactie van enkele Inuit die zichzelf of overleden
familie op de foto terugzien. Die emoties tonen meteen ook het
belang aan van zo'n project als Roots2share.
Na het schrijven van dit blog wordt het tijd voor de BBQ. Hoewel
de zon nog hoog aan de hemel staat is de warmte vervangen door een
koude wind van de Russel gletsjer en kunnen wij ons aan de BBQ
opwarmen. Morgen nog een prachtige dag en nacht op de ijskap en dan
woensdagavond in white tie voor het jaarlijkse diner met het Corps
Diplomatique in het Paleis op de Dam. Een grotere tegenstelling kan
ik mij nauwelijks voorstellen.