Koning reikt Prijs der Nederlandse Letteren uit aan Judith Herzberg

Zijne Majesteit de Koning reikt donderdagmiddag 29 november in het Koninklijk Paleis Amsterdam de Prijs der Nederlandse Letteren uit aan de Nederlandse dichter, proza- en toneelschrijver Judith Herzberg. De Prijs der Nederlandse Letteren wordt sinds 1956 elke drie jaar toegekend aan een auteur van belangrijke, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, literaire werken. De prijs wordt beurtelings uitgereikt door het Nederlandse en het Belgische staatshoofd.

Koning Willem-Alexander houdt een toespraak tijdens de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Judith Herzberg.

De oeuvreprijs is toegekend door het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie op voordracht van een Vlaams-Nederlandse jury. De jury noemt Herzbergs werk ‘hartverscheurend eenvoudig en juist daardoor complex’ en roemt haar beheersing van klank: ‘haar taal nadert de muziek’. Herzberg debuteerde in 1963 met de dichtbundel Zeepost, gevolgd door onder andere Strijklicht, Het vrolijkt en de bloemlezing Doen en laten. Ook schrijft zij toneelstukken en proza.

Tijdens de uitreiking wordt op diverse manieren werk van Herzberg getoond en houden de Koning en minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, als voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, een toespraak.

De Prijs der Nederlandse Letteren heeft als doel om de Nederlandstalige cultuur, binnen en buiten het taalgebied, onder de aandacht te brengen. Aan de prijs is een bedrag van 40.000 euro verbonden. Eerdere laureaten waren onder meer Remco Campert, Leonard Nolens, Hugo Claus, W.F. Hermans, Gerard Walschap, Harry Mulisch, Hella S. Haasse en Cees Nooteboom.

RVD, nr. 258