Beveiliging Koninklijk Huis

De minister van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Hij bepaalt welke personen en objecten in aanmerking komen voor beveiliging en welk niveau van beveiligingsmaatregelen daarbij past. In deze functie is de minister verantwoordelijk voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en de beveiliging van hun woon- en werkverblijven.  

De minister van J&V en de minister van Defensie zorgen beiden voor de (personele) uitvoering van de beveiliging. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt voor de fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven, voor zover dit in specifieke situaties nodig  is.

De genoemde ministers hebben het budget voor de beveiligingsuitgaven op hun begrotingen staan. Uit dit budget worden uitgaven voor alle beveiliging van personen en objecten gedaan, dus voor zowel leden van het Koninklijk Huis als leden van het kabinet en de Eerste en Tweede Kamer. Het budget laat niet zien hoe de uitgaven in het budget worden verdeeld over de verschillende personen en objecten. Dat zou  veiligheidsrisico’s kunnen opleveren, omdat dit ongewenst informatie over de beveiliging zou kunnen geven.    

De begrotingspost voor de beveiliging is te vinden in de zogeheten extracomptabele bijlage van de begroting van de Koning.  

Hierdoor zijn de uitgaven voor het Koningschap die niet op de begroting van de Koning staan makkelijker en duidelijker terug te vinden.