Inhuldiging

In Nederland wordt een nieuwe Koning niet gekroond, maar ingehuldigd. De nieuwe Koning is in functie vanaf het moment dat zijn voorganger overlijdt of troonsafstand doet. Volgens de Grondwet moet hij wel zo snel mogelijk daarna beëdigd en ingehuldigd worden.

Inhuldiging altijd in Amsterdam

De Grondwet schrijft voor dat de inhuldiging moet plaatsvinden in de hoofdstad Amsterdam, tijdens een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal (de Eerste en Tweede Kamer). Bij de inhuldiging zweert of belooft de Koning tijdens de inhuldigingsceremonie trouw aan het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet.

Koning Willem-Alexander legt de eed af in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, 30 april 2013

Koning Willem-Alexander legt de eed af in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, 30 april 2013.

Inhuldigingsceremonie

De huidige inhuldigingsceremonie is voor het eerst uitgevoerd in 1814 bij de inhuldiging van Koning Willem I, toen nog als soeverein vorst. Sindsdien is de Nieuwe Kerk in Amsterdam de locatie voor deze plechtigheid. De ceremonie kreeg haar definitieve vorm bij de inhuldiging van Koning Willem II in 1840. Hoewel de plechtigheid in een kerk plaatsvindt, heeft de huldiging geen godsdienstig karakter. De betekenis ervan is puur staatsrechtelijk. Omdat de Koning in Nederland niet gekroond wordt, is de kroon bij inhuldiging alleen te zien samen met de andere regalia op de credenstafel.

De formulering van de eed of belofte is vastgelegd in de wet beëdiging en inhuldiging van de Koning.

Tekst eed of belofte

De tekst van de eed of belofte op het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet luidt:

"Ik zweer (beloof) aan de volkeren van het Koninkrijk dat Ik het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven.

Ik zweer (beloof) dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van het Koninkrijk met al Mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de welvaart alle middelen zal aanwenden welke de wetten Mij ter beschikking stellen, zoals een goed en getrouw Koning schuldig is te doen.

Zo waarlijk helpe Mij God almachtig! (Dat beloven wij!)"