Paleis Huis ten Bosch

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

De Oranjezaal

Het oorspronkelijk als ‘Sael van Oranje’ aangeduide Paleis Huis ten Bosch is het enige bouwwerk dat zijn ontstaan dankt aan het initiatief van de echtgenote van een stadhouder. Het kwam tot stand dankzij de behoefte van Amalia van Solms (1602– 1675), gemalin van stadhouder Frederik Hendrik (1584–1647), aan een zomerresidentie in de nabijheid van Den Haag.

Afbeelding op de Noordwand van de Oranjezaal

Het plafond in de Oranjezaal

Centrale zaal in licht van Frederik Hendrik

Toen Frederik Hendrik op 14 maart 1647 overleed was men nog niet begonnen met de decoratie van de centrale zaal. Dit bood de prinses-weduwe gelegenheid de ornamentiek van deze Oranjezaal op symbolisch-allegorische wijze in het licht te stellen van het leven van haar betreurde man. Met het tekenen van de Vrede van Münster kwam een einde aan de tachtigjarige vrijheidsstrijd tegen Spanje (1568-1648) door de erkenning van de Republiek der Verenigde Nederlanden als soevereine staat. Frederik Hendrik werd gezien als belangrijkste architect van deze vrede en daarmee als brenger van een gouden tijd, hetgeen op een aantal doeken in de Oranjezaal tot uitdrukking is gebracht.

Afbeelding van plafond Oranjezaal

Beeld: Staat der Nederlanden/Koninklijke Verzamelingen, Den Haag, Margareta Svensson

Bouwmeesters

De namen van de bouwmeesters Pieter Post (1608-1669) en Jacob van Campen (1595-1657) zijn onverbrekelijk aan de totstandkoming van het gebouw verbonden. Dat beiden navolgers waren van het Italiaanse Classicisme van Andrea Palladio en Vincenzo Scamozzi heeft op meerdere plaatsen in het paleis zijn sporen nagelaten.

Het ontwerp van de 'Sael van Oranje' vertoont een centrale zaal van twee bouwlagen hoog. Deze is bekroond met een koepel en aan weerskanten omgeven door appartementen. Het patroon van de houten vloer weerspiegelt de vormgeving van het gewelf met centraal onder de lantaarn van de koepel een achthoek begrensd door de vierkanten onder de gelijkvormige cassetten. Ook de verdere belijning van de vloer volgt de scheidingslijnen van de gewelfdelen en van de planken in het gewelf.

Aan de hand van het door Van Campen ontworpen masterplan - dat gebaseerd lijkt te zijn op de voor lof- en lijkredes uit de klassieke Ars Retorica bekende indeling in rouw, troost en lof - kwamen de schilderijen tussen 1649 en 1652 gereed. Hiertoe waren zowel uit de Zuidelijke als uit de Noordelijke Nederlanden schilders aangezocht, onder wie Jacob Jordaens, leerling van Pieter Paul Rubens, Gerard van Honthorst en Salomon de Bray.

Op basis van zijn plan had Van Campen de schilders nauwgezet geïnformeerd over de aan hen toevertrouwde afbeelding, het kleurengebruik, de afmeting en de plaatsing van het betreffende doek ten opzichte van het daglicht. Naast voorstellingen als de geboorte en opvoeding van de prins werd op andere doeken de nadruk gelegd op de dynastieke opkomst van de Oranjes met de weergave van de statusverhogende huwelijken van Frederik Hendriks kinderen met telgen van regerende vorstenhuizen. Als apotheose werd de prins op negen wandvullende doeken afgebeeld als triomferend vredestichter.

Onderzoek 1996-1997

Ter voorbereiding op een omvangrijke restauratie van de zaal en de doeken bleek bij onderzoek in 1996-1997 dat de spanramen en opspanning van bijna alle doeken nog in originele staat waren. Bovendien kwam onder de beschildering van het basement de oorspronkelijke zandsteenkleurige afwerking tevoorschijn inclusief de daarin aangebrachte echte voegen. Een bijzondere ontdekking was dat het doek door Van Honthorst van prinses Amalia met haar dochters met basement en al scharnierend was en een vroegere toegang tot haar appartement verborg. Ooit bood dit de geestelijke moeder van de Oranjezaal de gelegenheid om vanachter haar eigen portret haar gasten in de Oranjezaal tegemoet te treden.

Meer weten over de Oranjezaal?

  • Voor verdere literatuur: M. van Eikema Hommes en E. Kolfin, 'De Oranjezaal in Huis ten Bosch - Een zaal uit loutere liefde' (Zwolle 2013)