Geschiedenis Gouden Koets

In 1898 werd aan de jonge Koningin Wilhelmina een inhuldigingsgeschenk aangeboden door de Amsterdamse burgerij: een bijzondere staatsiekaros, de Gouden Koets.

Brieven en telegrammen

Voor het schenkingscomité was het een probleem dat Koningin Wilhelmina vóór haar inhuldiging te kennen had gegeven dat zij ter ere van deze gebeurtenis geen geschenken zou aannemen. Pas nadat veel brieven en telegrammen verstuurd waren en er heel wat afgepraat was in vergaderingen, besloot de Koningin in 1901 de koets toch te aanvaarden.

Eerste gebruik

Op 7 februari 1901 werd de Gouden Koets voor het eerst gebruikt bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.

Schilderij Gouden Koets uit 1752.

In 1752 bracht de toen vierjarige Prins Willem (V) een tegenbezoek aan de pas benoemde Franse ambassadeur. De schilder Tethart Haag legde de stoet vast op een zes meter lange rol papier, waarvan hier het middendeel te zien is.