Hare Majesteit de Koningin verricht woensdag 23 juni in Amsterdam de opening van het gerenoveerde en uitgebreide Van Gogh Museum. Het oorspronkelijke gebouw, ontworpen door Gerrit Rietveld, is gerenoveerd door de Amsterdamse architect Martien van Goor. In dit deel van het museum wordt opnieuw de vaste collectie schilderijen van Van Gogh en andere 19de-eeuwse kunstenaars ondergebracht. De nieuwe vleugel, een ontwerp van de Japanse architect Kisho Kurokawa, zal worden gebruikt voor tijdelijke exposities.

Toen het Van Gogh Museum in 1973 werd geopend, verwachtte men 60.000 bezoekers per jaar. In 1997 was dit aantal opgelopen tot 1 miljoen. Het steeds toenemende bezoekersaantal maakte een renovatie en uitbreiding noodzakelijk. Tijdens de renovatie zijn voorzieningen getroffen om grote bezoekersstromen op te vangen. Daarbij zijn onder meer de garderobe en de foyer aanzienlijk ruimer gemaakt. Daarnaast zijn tijdens de verbouwing het klimaatsysteem en de verlichting gemoderniseerd en is het auditorium voorzien van geavanceerde apparatuur.

De nieuwe tentoonstellingsvleugel kan alleen worden bereikt vanuit het bestaande gebouw, via een speciaal daarvoor ontworpen doorgang onder het Museumplein. De nieuwbouw van Kurokawa bestaat uit drie niveaus die alle als expositiezaal worden ingericht. De ongeveer 2250 vierkante meter die hiermee aan het museum is toegevoegd, stelt het Van Gogh museum in staat grote wisselende tentoonstellingen te organiseren zonder dat de presentatie van de vaste collectie in het gedrang komt.

De grote openingstentoonstelling is gewijd aan Theo van Gogh, Vincents jongere broer. Met een expositie van ruim tweehonderd werken van 19de-eeuwse kunstenaars wordt de belangrijke rol van Theo als kunsthandelaar, verzamelaar en mecenas geïllustreerd. Daarnaast zal een overzicht te zien zijn van het werk van Kurokawa, aan de hand van maquettes, schetsen en ontwerpen van zijn belangrijkste projecten.