Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje is vrijdag 23 november in het Mauritshuis te Den Haag aanwezig bij de opening van de tentoonstelling Winters van Weleer, Sneeuw en ijs in het Mauritshuis. Op deze tentoonstelling zijn tot en met 24 februari 2002 bijna veertig winterlandschappen te zien uit de Gouden Eeuw, afkomstig uit openbare en particuliere verzamelingen in binnen- en buitenland. Er wordt werk getoond van schilders als Avercamp, Van Ruisdael en Rembrandt.

De tentoonstelling laat voor het eerst een overzicht zien van de ontwikkeling van het winterlandschap in de zeventiende eeuw. In de Gouden Eeuw, die veel extreem koude winters kende, legden veel Hollandse meesters zich toe op het winterlandschap.

Het winterlandschap als genre past in de traditie van de Hollandse landschapsschilderkunst. Het landschap als zelfstandig onderwerp voor een schilderij wordt pas tegen het eind van de zestiende eeuw geïntroduceerd. Voordien schilderde men vooral religieuze voorstellingen en portretten, waarbij landschappen hooguit als achtergrond dienst deden. Bakermat van het nieuwe landschapsgenre waren de Zuidelijke Nederlanden. De landschappen van de Vlaamse kunstenaars waren echter meestal imaginair.

Vanaf 1600 lieten de Hollandse kunstenaars zich daarentegen steeds meer inspireren door hun eigen omgeving. Esaias van de Velde (1587-1630) was een pionier op dit gebied.
Ook Hendrick Avercamp (1585-1634), uit Kampen was een van de eersten. Hij laat als een geestig verteller in zijn wintergezichten jong en oud, arm en rijk naast elkaar deelnemen aan de gemeenschappelijke ijspret. Hij is met vijf topwerken vertegenwoordigd op de tentoonstelling.

Na Van de Velde en Avercamp volgde een keur van schilders, onder wie Aart van der Neer en Salomon van Ruysdael. Ook Rembrandt liet zich één keer tot het genre verleiden. Uit de schilderijen spreekt de fascinatie voor het seizoen waarin het land er heel anders uitziet dan gewoonlijk, met bevroren slootjes, vaarten en plassen, winterse luchten en jong en oud op de schaats of in de slee. Hoogtepunt in de ontwikkeling is het werk van Hollands belangrijkste landschapsschilder, Jacob van Ruisdael, die als geen ander de kou, de wind en de donkere luchten van de winter in beeld bracht.