Het Koninklijk Paleis te Amsterdam is deze zomer weer dagelijks open voor publiek. Tijdens de zomeropenstelling zal van 1 juli tot en met 12 september een tentoonstelling te bezichtigen zijn over de zeeschilder Ludolf Backhuysen (1630-1708). Onder de titel 'Backhuysen aan het roer!' toont het Paleis de diversiteit en kwaliteit van deze veelzijdige kunstenaar. Backhuysen was ook directeur van de, voor zover bekend, eerste Amsterdamse kunstgalerie. Deze was in het toenmalige stadhuis - het huidige paleis - gevestigd.

De zeeschilder Ludolf Backhuysen begon zijn carrière met een opvallend fraai handschrift, als klerk en boekhouder van het beroemde Amsterdamse handelshuis Bartolotti. De unieke penschilderijen met zeegezichten van zijn stadsgenoot Willem van de Velde de Oude inspireerden hem om ook met pen op paneel te gaan tekenen. Al snel kwam hij in aanraking met kleurrijke zeegezichten in olieverf. Hij maakte zich deze techniek meester en dat bleek de kiem voor een stormachtige carrière.

Backhuysen is nauw verbonden geweest aan de Kunstkamer, gevestigd in het toenmalige stadhuis. Deze eerste galerie van de stad herbergde, naast een verkooptentoonstelling van eigentijdse meesters, een aantal kunstschatten die schilders konden natekenen of waaruit zij op andere wijze lering konden trekken. Samen met de schilder Michiel van Musscher was Backhuysen als directeur aangesteld 'om als opzienders de gemeene welstand der Loffelijke Schilderkonst zooveel moogelijk te bezorgen'. Deze Kunstkamer is bij kunsthistorici tot dusver vrijwel onopgemerkt gebleven.