Hare Majesteit de Koningin opent donderdagavond 14 december de tentoonstelling “Istanbul. De Stad en de Sultan” in De Nieuwe Kerk te Amsterdam.

De tentoonstelling laat het rijke verleden van de Ottomaanse sultans zien. Ottomaanse dynastie drukte een grote stempel op Istanbul en liet de prachtigste paleizen, moskeeën en verzamelingen na. Bijna 300 schatten van de sultans uit vele musea in Istanbul, waaronder die van het wereldberoemde Topkapi paleis museum, zijn vanaf 16 december in De Nieuwe Kerk te bezichtigen.

De tentoonstelling toont hoogtepunten van de Ottomaanse kunst zoals portretten en kaftans van de sultans, miniaturen en schilderingen van belangrijke momenten uit de geschiedenis, tapijten, geschenken aan de sultan, sieraden, religieuze relikwieën, marmeren tulbanden, mystieke objecten, hoogtepunten uit literatuur en wetenschap, fraaie kalligrafie, keramiek, waterpijpen en muziekinstrumenten. Alle tentoongstelde voorwerpen zijn terug te vinden in een wandeling langs diverse gebouwen zoals een bazaar, een koffiehuis, een hamam, een moskee en een harem die speciaal voor deze tentoonstelling zijn neergezet. De wandeling wordt opgeluisterd door oude en nieuwe filmbeelden en muzikaal omlijst met bijzondere Ottomaanse muziekfragmenten.

De stad waaraan de tentoonstelling in De Nieuwe Kerk is gewijd begon ooit als het kleine provinciestadje 'Byzantion', gesticht in 650 v. Chr. Byzantium werd van stad een metropool, nadat keizer Constantijn de Grote het tot hoofdstad van zijn rijk maakte (begin 4de eeuw). Ook gaf hij zijn naam eraan: 'Konstantinoupolis'. Sommige van de monumentale gebouwen uit die periode zijn nog altijd te bewonderen, zoals de Hagia Sophia, de grootste kathedraal uit de middeleeuwen gewijd in 563, en later veranderd in de Aya Sofya Moskee.

De stad Constantinopel en het Byzantijnse Rijk raakten vanaf de 13de eeuw in verval door kruistochten, oorlogen en plunderingen. Hierdoor liep de handel terug, trokken mensen weg en brokkelde de stad langzaam af. Dat boodt de dynastie van Osman gelegenheid haar macht te vergroten ten koste van de Byzantijnen en de aangrenzende islamitische rijkjes. Aan het eind van de 15de eeuw hadden de Ottomanen het hele Byzantijnse Rijk bezet, met uitzondering van Constantinopel.

Op 28 mei 1453 veroverde Mehmed de Veroveraar eindelijk de stad. Constantinopel was gevallen, en werd omgedoopt tot Istanbul (afgeleid van de Griekse benaming eis tèn polin = naar de stad). Hiermee kwam ook een einde aan het Byzantijnse rijk. Istanbul met het beroemde Topkapi paleis als residentie van de sultans werd het nieuwe centrum van het enorme Ottomaanse rijk. Bijna 500 jaar lang zou een van de langdurigste heerschappijen van een dynastie, de Ottomanen, in Istanbul aan de macht blijven.

De tentoonstelling is vanaf 16 december 2006 tot en met 15 april 2007 te bezichtigen.

10 november 2006

Zie ook Fotogalerij