Koning reikt Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2026 uit

Zijne Majesteit de Koning reikt dinsdagmiddag 3 februari de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2026 uit in het Koninklijk Paleis Amsterdam. Drie jonge kunstenaars worden onderscheiden en ontvangen deze aanmoedigingsprijs, inclusief een bedrag van 9.000 euro. Na de uitreiking opent de Koning de tentoonstelling waar werken van de winnaars en van de genomineerden te zien zijn.

Voor de 155e editie van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst hebben 334 kunstenaars hun werk ingezonden. De jury, onder leiding van Mirjam Westen, heeft vijftien veelbelovende kunstenaars genomineerd: Vicente Baeza, Elma Čavčić, Anthony Chiou, Sofiia Dubyna, Gideon van Gameren, Safae Gounane, Lorian Gwynn, Gvantsa Jgushia, Nazif Lopulissa, Samuel Mackiewicz, Jochem Mestriner, Christin Mussa, Ada Maricia Patterson, Dion Rosina, Thijs Segers. Alhoewel de werken van deze vijftien genomineerden zich niet laten vangen in één stijl of boodschap, valt de jury inhoudelijk één ding op: het merendeel van de inzenders maakt werk dat is gevoed door de innerlijke belevingswereld of werk dat zich verhoudt tot de nabijheid van de eigen leefwereld.

De Koninklijke Prijs is in 1871 door Koning Willem III ingesteld als Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Na Koning Willem III is de Koninklijke Prijs uitgereikt door Koningin-regentes Emma en alle opeenvolgende staatshoofden. Koning Willem-Alexander zet deze traditie sinds 2013 voort. De prijs is bedoeld om jonge, talentvolle schilders een podium te bieden en aan te moedigen in hun werk als kunstenaar. In Nederland werkzame beeldende kunstenaars tot 35 jaar kunnen meedingen naar de prijs.

De tentoonstelling in het Koninklijk Paleis Amsterdam is geopend voor publiek van 4 februari tot en met 29 maart. Ieder jaar wordt tevens een publieksprijs toegekend. Bezoekers van de tentoonstelling kunnen een voorkeur voor één van de geëxposeerde werken aangeven. Het schilderij met de meeste stemmen wordt verloot onder bezoekers die een voorkeur voor dit kunstwerk kenbaar maakten.

RVD, nr. 9