Mijnheer de President,

Het is nog maar vier maanden geleden dat U het presidentschap van de Bondsrepubliek Duitsland aanvaardde. In deze korte periode waren mijn man en ik reeds een keer Uw gast, toen wij op 14 augustus in Oranienburg de tentoonstelling "Onder den Oranje Boom" openden. Dit bood de gelegenheid U en Uw echtgenote uit te nodigen voor een bezoek aan ons land. Het verheugt mijn man en mij zeer dat het U zo vroeg is gelukt op onze uitnodiging in te gaan.

In de vele publieke functies die U hebt bekleed, bent U altijd een voorvechter van goede betrekkingen en samenwerking met ons land geweest. U hebt Nederland dikwijls bezocht en zich altijd veel moeite gegeven ons land te begrijpen en daarmee hartelijke en substantiële contacten op te bouwen. Dit geldt met name de jaren waarin U in Rijnland-Westfalen wetenschap en onderzoek behartigde en ook toen U Minister-President van dat Land was. Het is een des te groter genoegen U welkom te heten op Uw eerste bezoek aan Nederland als President van de Bondsrepubliek.

U komt op een bijzonder moment. Het is bijna tien jaar geleden dat het na-oorlogs tijdperk werd afgesloten door de val van de muur, waarop korte tijd later de hereniging van Duitsland volgde. Zelden zijn zo grote veranderingen in Europa opgetreden binnen zo korte tijd. Ook nu moet Uw land nog vele moeilijkheden overwinnen. De wijze waarop Duitsland deze omwenteling in goede banen heeft geleid en eigen oplossingen heeft gevonden voor problemen die zich nooit eerder hadden voorgedaan, verdient bewondering en respect. De resultaten die in de afgelopen jaren zijn behaald, wettigen het vertrouwen dat uw land dit proces met wijsheid en doortastendheid verder zal weten te voltooien.

<<< Mijnheer de President,

Wij kennen het verleden, maar leven in het heden. Dat heden geeft ons veel om tevreden over te zijn. In de laatste decennia zijn onze beide landen steeds meer naar elkaar toegegroeid. Het zijn in toenemende mate de contacten tussen bedrijven, instellingen en personen die ons samenbinden; de overheid speelt daarin een steeds bescheidener rol, wat als een goed teken kan worden beschouwd. Het proces van groeiende samenwerking en daardoor toenemende onderlinge afhankelijkheid, is een blijvend kenmerk van onze betrekkingen geworden.

In een tijd waarin de Europese Unie voor grote beslissingen - en ingrijpende veranderingen - staat, zijn ons bilateraal overleg, onze vergelijkbare visie op de toekomst en onze gezamenlijke bepaling van standpunten, van groot belang. Onze beide landen zijn stuwende krachten achter de Europese Monetaire Unie en de euro. De wens van de Bondsrepubliek de jonge democratische landen in Midden- en Oost-Europa nauwer bij de Unie te betrekken, wordt door Nederland van harte gesteund. Op iets kleinere schaal is de grensoverschrijdende samenwerking in 'Euregio'-verband voor vele burgers een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven geworden.

In Uw land, Mijnheer de President, wordt de Europese gedachte op vele manieren levend gehouden. Eén daarvan is de jaarlijkse uitreiking van de Karelsprijs in Aken. Toen de prijs mij in 1996 toeviel, heb ik gezien hoeveel prominenten uit de overheid en het bedrijfsleven bij dit evenement aanwezig zijn. Hiermee geven zij op indrukwekkende wijze aan hoeveel waarde men in Uw land hecht aan een toekomst in Europese verbondenheid.

Mijnheer de President,

Goethe, die dit jaar uitgebreid wordt herdacht, heeft gezegd "Die Stätte, die ein guter Mensch betrat, ist eingeweiht". Berlijn is nu ingewijd. U en de Bondsregering zijn enige honderden kilometers naar het oosten naar de nieuwe hoofdstad verhuisd. Het is prettig te kunnen vaststellen dat de banden die nu tussen onze landen bestaan, zo nauw zijn dat dit, van hier uit gezien, slechts een geografische en geen werkelijke verwijdering kan betekenen. Het vertrouwen dat men in ons land daarin al had, is door Uw Presidentschap verder versterkt.

Gaarne nodig ik thans alle aanwezigen uit met mij het glas te heffen op Uw gezondheid, Mijnheer de President, op die van Mevrouw Rau en op het hechte nabuurschap van onze landen en volken.