HET GESPROKEN WOORD GELDT
Nieuw waterbeheer, nieuwe vriendschap
Excellenties, dames en heren,
In 1989 was ik aanwezig bij de troonsbestijging van Zijne Majesteit de Keizer. Sindsdien ben ik met enige regelmaat in uw prachtige land geweest. In 1991 vergezelde ik mijn moeder tijdens haar staatsbezoek aan de Keizer. Twee jaar geleden woonde ik als IOC-lid de Olympische Winterspelen bij in Nagano. En deze week breng ik met een aantal leden van onze regering een officieel bezoek aan Japan vanwege de vierhonderdjarige betrekkingen tussen onze landen.
Vier eeuwen geleden zetten de eerste Nederlanders voet aan wal. Dit was het begin van een relatie die tot op de dag van vandaag heeft standgehouden. Aanvankelijk alleen om handel te drijven, maar later ook als basis voor uitwisseling van kennis. Op dat gebied zijn onze contacten altijd zeer vruchtbaar geweest, en zeker als het gaat om het onderwerp van dit symposium: op het gebied van waterbeheer bestaan zeer intensieve contacten tussen onze landen. Nederlanders als De Rijke, Escher en Van Doorn zijn voor vele Japanners klinkende namen.
Toen Johannis de Rijke, de naamgever van dit symposium, in 1873 naar Japan kwam, had hij geruime tijd in Amsterdam gewerkt aan een groot sluizencomplex. Zoals veel van zijn collega-waterbouwers in die tijd had hij niet aan de universiteit gestudeerd, maar het vak in de praktijk geleerd van zijn vader. Toch kreeg hij hier in Japan de rang van ingenieur der vierde klasse (yonto-koshi). Dat was al direct een erkenning van zijn grote deskundigheid. Een goede vriend van hem, Escher, die wel naar de universiteit was geweest, was toen in uw land ingenieur eerste klasse (itto-koshi). De twee werden zeer goede vrienden, tegen de heersende gewoonte in, want zij kwamen uit geheel verschillende maatschappelijke milieus. En zij knoopten nauwe banden aan met zeer veel Japanners. Vakkennis helpt kennelijk om vrienden te maken.
Vandaag en morgen bent u hier bij elkaar om als vakmensen en als vrienden van gedachten te wisselen over de ontwikkelingen in het waterbeheer. Dat is in elk geval geheel in de geest van Johannis de Rijke, want hij heeft zeer veel bijgedragen aan de uitwisseling van kennis op dat gebied. Mensen als hij en Escher introduceerden in uw land de waterbouwkunde zoals die in Nederland was ontwikkeld.
Toen De Rijke in Japan aankwam, bestond hier vanzelfsprekend een lange traditie op het gebied van waterbeheer. Uw deskundigen ontwierpen en bouwden al eeuwen dijken en andere beschermingswerken tegen overstromingen. Er bestaan foto's en beschrijvingen van proeven op het gebied van het verpompen van water, waarbij Escher traditionele Japanse technieken onderwierp aan vergelijkend onderzoek met pomptechnieken uit Nederland. Onder meer op deze manier werd door deskundigen uit onze beide landen kennis aan elkaar overgedragen.
Integraal
Tot mijn genoegen bestaat op een aantal terreinen van de civiele techniek de kennisuitwisseling nog steeds. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het boren van tunnels, waarmee Japanse ingenieurs internationaal grote faam hebben opgebouwd. Van uw kant bestaat zeer veel belangstelling voor de nieuwste Nederlandse aanpak van het waterbeheer, het integraal waterbeheer.
Tot eind jaren tachtig waren de zorg voor droge voeten, voor voldoende water en voor schoon water in Nederland drie gescheiden werkterreinen. Tegenwoordig kiezen wij in Nederland voor wat wij noemen integraal waterbeheer. Met die term wordt bedoeld dat je de drie werkterreinen niet moet scheiden, maar dat je ze in hun samenhang moet zien. Er is een duidelijke samenhang tussen het beheer van de waterkwantiteit en van de waterkwaliteit. Dat inzicht is sinds eind jaren tachtig doorgedrongen in de Nederlandse wetgeving, en het maakt nu snel school. In Nederland hebben wij een Commissie Intergraal Waterbeheer, aanvankelijk ingesteld voor de uitvoering van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren, maar inmiddels uitgegroeid tot het adviesorgaan op het gebied van integraal waterbeheer.
Waterbeheer is bij ons niet langer de pure techniek om het overtollige water zo snel mogelijk af te voeren en het hoge water buiten te houden. Onder integraal waterbeheer verstaan wij het beheer van water, oever, bodem, bruggen, sluizen en dijken, kortom van de hele infrastructuur van een stroomgebied. Het is bijvoorbeeld ook de aanleg en instandhouding van een natuurvriendelijke oever, zodat vissen weer kunnen paaien en water- en oeverplanten weer kunnen groeien in een goede habitat. Niet alleen waterbeheerders en milieuactivisten, maar ook bestuurders en andere betrokkenen in Nederland zijn er langzaamaan van overtuigd geraakt dat deze aanpak uiteindelijk een bijdrage levert aan het welzijn van de burgers van ons land.
Deze aanpak is trouwens pas tot stand gekomen nadat we constateerden dat er veel beschadigd was: onze rivieren zijn volgens de traditionele methoden gekanaliseerd en afgedamd. Onze drainagesystemen zijn zo gebouwd dat het teveel aan zoet water zo snel mogelijk wordt afgevoerd naar zee. Wat een verspilling! De grond is steeds meer bedekt met steen, asfalt en beton, waardoor regenwater niet meer in de bodem kan dringen. Dat is zacht gezegd niet echt bevorderlijk voor de grondwaterstand.
Waterbeheer moet anders. We moeten het natuurlijke systeem van het water opnieuw leren kennen en waarderen, en het niet alleen met technische hoogstandjes willen beheersen. In de vierde Nota waterhuishouding, het meest recente beleidsdocument van onze regering op watergebied, staat dat Nederland zijn watersystemen meer veerkracht wil geven. Het is de bedoeling dat onze watersystemen zoveel veerkracht krijgen dat zij in staat zijn de kracht van de natuur zo goed mogelijk op te vangen. Vechten tegen de natuur, daar zijn we nu wel achter, wordt uiteindelijk veel te kostbaar. Voor een laaggelegen, kwetsbaar land als Nederland is het op den duur een stuk voordeliger om te bedenken hoe wij de krachten van de natuur kunnen gebruiken om te overleven. We moeten meebewegen met de natuur. Wat dat betreft lijkt modern waterbeheer op Judo.
Forum
Anders omgaan met water is niet alleen in Nederland noodzakelijk. In maart was ik voorzitter van het Tweede Wereld Water Forum, dat in mijn woonplaats Den Haag werd gehouden. Tijdens het Forum hebben we met duizenden waterbeheerders, politici en andere betrokkenen uit de hele wereld gepraat over een wereldwijde Visie op de waterproblematiek en een Framework for Action om de problemen te verhelpen. Een aantal van u was daar ook aanwezig. Tijdens het Forum werd onontkoombaar, met grote nadruk en definitief vastgesteld dat we wereldwijd anders moeten omgaan met water, als we willen voorkomen dat we in de nabije toekomst met steeds meer en steeds ergere crises worden geconfronteerd.
Ik zal kort stilstaan bij enkele punten die tijdens het Tweede Wereld Water Forum door veel deelnemers naar voren werden gebracht:
Ten eerste de prijs van water. Veel is gesproken over water als economisch goed, over privatisering en de rol van private ondernemingen bij de oplossing van de schrijnende drinkwaterproblematiek. Omdat daarvoor grote investeringen noodzakelijk zijn, waren veel Forum-deelnemers van mening dat een belangrijke rol is weggelegd voor private ondernemingen bij de exploitatie van drinkwatervoorzieningen, maar - voegden zij daar in meerderheid aan toe - de overheid zal daarbij de randvoorwaarden moeten geven. Bijvoorbeeld door exploitanten van drinkwatersystemen te verplichten het instrument van kruissubsidies toe te passen, waardoor de prijs van drinkwater voor de dagelijkse levensbehoefte laag kan blijven. Dit leidde tot veel aandacht voor drinkwater en niet zo zeer voor water voor voedsel.
Een onderwerp dat in de discussie over de prijs van water naar mijn gevoel ook onvoldoende naar voren is gekomen, is de prijs die betaald moet worden voor het instandhouden van wetlands. Wetlands zijn immers belangrijk voor de continuïteit in watervoorziening, maar ook voor de opvang van een tijdelijk teveel aan water. In de discussie met private ondernemingen over het beheer en de exploitatie van zoetwaterbronnen voor de drink-, industrie- en landbouwwatervoorziening zullen overheden dit punt moeten betrekken.
Een ander heel belangrijk punt voor de Forum-deelnemers was, dat water gezien moet worden als ons gemeenschappelijk erfgoed. Daarom is waterbeheer een zaak van ons allemaal. Waterrechten houden niet in dat er eigendomsrecht op water is, maar een gebruiksrecht. Water gebruiken betekent ook verantwoordelijk zijn voor water. Dus: niet verspillen, niet vervuilen en vooral ook niet de eigen waterproblemen afwentelen op de buurman. Dat maakt het noodzakelijk dat waterbeheerders in een stroomgebied niet langer het alleenrecht hebben, maar met alle partijen samenwerken aan het gemeenschappelijk beheer van het stroomgebied.
Tijdens het Tweede Wereld Water Forum hebben wij getracht alle 'stakeholders' bijeen te brengen om gezamenlijk en wereldwijd de waterproblematiek aan te pakken. Het initiatief van de Nederlandse regering om naast het Forum een Ministeriële Conferentie te organiseren heeft geresulteerd in de deelname van 158 delegaties aan de Ministeriële Conferentie. De tegelijkertijd met het Forum gehouden Wereld Water Fair, heeft de publieke en de private sector de gelegenheid gegeven zich optimaal te presenteren. De hoofddoelstelling van het Forum, het verbreden van politiek en maatschappelijk draagvlak voor de World Water Vision en het Framework for Action, is door middel van het Forum, Ministeriële Conferentie en Fair, maximaal uitgedragen en internationaal gecommuniceerd.
Uw Ministry of Construction zal in 2003 het Derde Wereld Water Forum organiseren. Ik wens alle medewerkers die dit moeten gaan doen vast veel inspiratie, volharding en plezier. Ik wil het daar echter niet bij laten. In de traditie van Johannis de Rijke wil ik u graag onze ervaring met de organisatie van het Wereld Water Forum aanbieden. Net als De Rijke in 1873, hebben onze organisatoren veel praktische ervaring opgedaan en gebruik gemaakt van moderne (ICT) technologie. Ik hoop dat de Nederlandse ervaring in combinatie met de Japanse professionaliteit mag leiden tot een spectaculair Derde Wereld Water Forum en een verdere versterking van onze onderlinge vriendschap.
Van belang is dat de internationale discussie over waterbeheer een vervolg krijgt. Deze discussie heeft met het Tweede Wereld Water Forum een krachtige impuls gekregen. Het Derde Wereld Water Forum zal een goed moment zijn om te toetsen of er voldoende stappen zijn gezet in de richting van ons gemeenschappelijk doel: voldoende zoetwater van goede kwaliteit om te voorzien in de behoefte van een groeiende wereldbevolking.
Nieuw waterbeheer kan niet bestaan zonder traditie. Werken aan nieuw waterbeheer betekent niet dat het oude wordt vergeten. Waterbeheerders in Nederland kennen daarvoor een symbool: de dijkwerker. Dijkwerkers zijn de helden van de Hollandse polder. Ze zijn spreekwoordelijk groot, sterk en volhardend. Anton Geesink had een dijkwerker kunnen zijn. Graag wil ik minister Nakayama vragen naar voren te komen om dit beeldje in ontvangst te nemen. Niet van Geesink, maar van zo'n dijkwerker, als symbool van nieuw waterbeheer en sterke vriendschap.