Geachte dames en heren, Voor de tweede keer bieden wij de wetenschap een feestelijk onthaal in de Ridderzaal. Deze zaal biedt een rijke schakering aan verschillende groeperingen uit de Nederlandse samenleving. Op de eerste plaats natuurlijk de wetenschappers: zij staan vanavond in het zonnetje. Maar ook vanuit de kunsten, sport, bedrijfsleven en politiek zijn velen vanavond aanwezig. Het is goed te zien dat net als vorig jaar de belangstelling vanuit wetenschap en maatschappij voor deze feestelijke avond groot is.
Vanavond stond één thema centraal. Hoe maken we de wetenschap aantrekkelijk voor jong talent? De wetenschap heeft hen immers nodig om te kunnen bloeien. Dat geldt zeker de komende jaren, als een fors deel van de huidige wetenschappers met pensioen gaat en er tekorten dreigen te ontstaan. We hebben gezocht naar manieren om dit jong talent de ruimte te geven en zo te zorgen dat de wetenschap in Nederland ook in de toekomst sterk blijft.
Wetenschap is de topsport van de kenniseconomie. Onze economie en samenleving worden steeds kennisintensiever. De wetenschap speelt hierin op twee manieren een belangrijke rol. Aan de ene kant is zij met al haar ontdekkingen een bron van innovatie: een kracht achter de veranderingen in de wereld van vandaag en morgen. Aan de andere kant leert zij ons te begrijpen wat die veranderingen zijn en hoe daarmee om te gaan.
De Nederlandse wetenschap is op beide vlakken een internationaal zeer gewaardeerde speler. Dat stemt tot tevredenheid. Maar om topsport te kunnen bedrijven moet je naar de toekomst kijken. Het betekent speuren naar, opleiden van en kansen bieden aan jong talent dat straks ervoor kan zorgen dat Nederland en zijn wetenschap sterke spelers blijven in de internationale kenniseconomie. Daar hebben we met ons allen voordeel van.
Wat is daarvoor nodig? Veel is vanavond over tafel gegaan. Een aantal punten zou ik graag nog onder de aandacht brengen. De gedachte van 'wetenschap als topsport' houd ik daarbij vast. Want de prestaties van een wetenschapper kunnen zeker zo gezien worden. En als het om jong talent gaat, geeft het ons een goed denkkader wat ons te doen staat. Aan de hand van acht overeenkomsten tussen topsport en wetenschap wil ik de mogelijkheden verkennen om de koppositie van de Nederlandse wetenschap te versterken.
Ten eerste: de scouting van jong talent. Het is van groot belang talenten zo vroeg mogelijk te ontdekken en ze aan je te binden. Zij zijn immers het kapitaal van de club. Het ontwikkelen van deze eigen kweek levert de basis voor succes in de toekomst. De middelbare school, maar vooral ook de doctoraal studie aan de universiteit zijn dus essentiële voorportalen voor een bloeiende wetenschap. Maar ook de promotie zelf is natuurlijk een opleiding en een eerste stap in een loopbaan in de wetenschap.
Ten tweede: een goede ondersteunende staf met een inspirerende coach. Begeleiding van jong talent is cruciaal voor hun ontwikkeling. Ga daarbij uit van de vaardigheden die zij nodig hebben om te kunnen groeien en niet louter van de kennis en vaardigheden die de begeleider bezit. Ook in de sport zien we dat goede spelers geen goede coaches hoeven te zijn en andersom.
Naast begeleiding zijn ook excellente voorzieningen essentieel om talent snel tot volle wasdom te laten komen. Hier is de derde vergelijking tussen wetenschap en topsport te trekken. Het trainingscomplex moet alle faciliteiten bieden die er voor zorgen dat de wetenschapper zich maar op één doel hoeft te richten: het verleggen van de grenzen. Waarom zou in 2020 de Universiteit van Almere niet bekend kunnen staan als het Stanford van de polder?? Of nog beter: Stanford als het Almere van de States!!
Ten vierde: een continue selectie voor de plaatsen in de kernploeg. Wetenschap is namelijk topsport: grenzen worden keer op keer verlegd. Dit vergt het uiterste van mensen. Uitzonderingen uiteraard daargelaten, maar is het reëel dat een persoon dit zijn hele leven kan volhouden? Dit zou wel eens kunnen betekenen dat het verblijf in de wetenschap, net als het lidmaatschap van de kernploeg, van relatief beperkte duur is. Alleen bij continue prestatie is men verzekerd van een plaats.
Deze selectie brengt mij op de vijfde overeenkomst tussen wetenschap en topsport: stel je erop in dat spelers komen en gaan. Een verblijf binnen één topclub is immers vaak tijdelijk. Soms zul je ook spelers moeten halen, bijvoorbeeld uit het buitenland. En net zozeer zullen eigen spelers naar andere clubs gaan, omdat ze denken zich daar verder te kunnen ontwikkelen. Houd ze niet vast, maar zorg voor een constante doorstroom van talent om het niveau op peil te houden. Deze doorstroom genereert een sterke aanzuigende werking op nieuw talent. Wat is immers meer aantrekkelijk dan de mogelijkheid om snel en ongeremd te groeien?
Dit relatief korte verblijf in de wetenschap moet natuurlijk wel een aantrekkelijk perspectief bieden. Ongeacht de lengte van het verblijf moet eenieder achteraf terug kunnen kijken op een interessante en waardevolle periode. Hier is de zesde vergelijking tussen topsport en wetenschap te trekken. Een gouden medaille is namelijk ook hier niet voldoende. De periode in de wetenschap moet zo'n persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling opleveren dat een succesvol vervolg van de loopbaan elders bijna verzekerd is.
Ten zevende, een goede beeldvorming van het beroep. Iedereen wil prof-voetballer worden, ook al zal natuurlijk niet iedereen de nationale ploeg halen. Juist deze strenge selectie maakt de nationale ploeg tot de helden van de samenleving. Ook wetenschappers zouden tot deze helden gerekend moeten worden. Het continu selecteren van de beste wetenschappers is dus belangrijk voor de aantrekkingskracht. Uiteraard is er wel een correlatie tussen de geleverde prestaties en deze waardering van de samenleving. Kijk bijvoorbeeld naar de recente uitschakeling voor het WK!
En tot slot, voldoende aandacht vanuit de maatschappij. Net als met sport kan de wetenschap alleen floreren als er voldoende belangstelling en erkenning is voor haar rol. Goede verbintenissen tussen wetenschap en maatschappij zijn daarom van groot belang. Dat kan op allerlei manieren, waaronder avonden als deze. Maar ook voldoende aandacht van de media is essentieel. Naast Studio Sport dus ook soms Studio Wetenschap!
Dames en heren, Wetenschap is de topsport van de kenniseconomie. Om te zorgen dat de Nederlandse wetenschap ook de komende jaren topprestaties kan blijven leveren, is aandacht voor jong talent onontbeerlijk. Daar plukt zowel de wetenschap als de maatschappij later de vruchten van.
Ik dank u voor uw aanwezigheid en hoop u volgend jaar hier weer te zien.