Professor Oostindie, dames en heren,
Graag wil ik u, professor Oostindie, de leden van de onderzoekscommissie en alle betrokken onderzoekers uit de grond van mijn hart danken voor het door u verrichte onderzoek en voor de publicaties die ik zojuist ontving.
Vijf kloeke boekwerken! U heeft uw werk grondig – zéér grondig – gedaan.
Toen ik eind 2022 het initiatief nam tot dit onderzoek, had ik een paar uitgangspunten:
- Het onderzoek moet volstrekt maar dan ook volstrekt onafhankelijk zijn.
- Het moet gedegen en wetenschappelijk zijn. De spade diep de grond in.
- En de resultaten ervan moeten beschikbaar komen voor iedereen.
Waarom is dit zo belangrijk?
Omdat ik ervan overtuigd ben dat kennis van het verleden cruciaal is om het heden te begrijpen.
Alleen als we het verleden - inclusief alle gespletenheid en leed - eerlijk onder ogen zien en doorvoelen, kunnen we een basis van vertrouwen leggen onder een gezamenlijke toekomst.
Zonder erkenning van wat er is gebeurd, komen we niet verder.
Ik voel een verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving en nazaten van tot slaaf gemaakten om duidelijkheid te verschaffen over de rol die mijn familie heeft gespeeld in de koloniale geschiedenis.
Dit veelomvattende onderzoek dat aan de Universiteit Leiden is verricht, biedt die duidelijkheid. En daar ben ik alle betrokkenen zeer dankbaar voor.
Uw bevindingen zijn onverbloemd en indringend.
Ik heb eerder gereflecteerd op de rol van het Huis van Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis en de slavernij. En op het overduidelijke gebrek aan handelen van stadhouders en koningen, die daar niets tegen ondernamen.
Dit onderzoek bevestigt dat.
Maar u voegt daar nog meer aan toe.
U laat zien dat kolonialisme en slavernij door stadhouders en koningen actief werden ondersteund, inclusief instemming met het neerslaan van verzet.
Daarmee droegen zij medeverantwoordelijkheid voor het voortbestaan ervan.
Vanaf de regeerperiode van mijn grootmoeder kantelt het beeld. Koningin Juliana en Koningin Beatrix ontwikkelden een uitgesproken engagement met postkoloniale gemeenschappen. Ook dat laat u zien.
Maar in de eeuwen daarvóór ondersteunden stadhouders en koningen het koloniale systeem, inclusief uitbuiting en geweld.
Daarmee waren zij kinderen van hun tijd. Het waren toentertijd de heersende opvattingen, in Nederland en in heel Europa.
Maar dit doet niets af aan de constatering dat ‘tegendraads leiderschap’ ontbrak, waar dat wellicht wel verschil had kunnen maken.
Dat is een schrijnende en confronterende conclusie. Een conclusie die me raakt, ook al ben ik van drie generaties later.
Ik weet dat er op dit moment velen met ons meekijken die de doorwerking van het slavernijverleden anno 2026 nog voelen en de pijn met zich meedragen. Ik voel me zeer met hen verbonden.
Ik omarm de resultaten van uw onderzoek. Voor mij is uw werk geen afronding, maar een aansporing. Ik kan het verleden niet veranderen. Maar ik kan wél naar beste kunnen een positieve bijdrage leveren aan het heden en aan de toekomst. Die overtuiging loopt als een rode draad door mijn leven en mijn Koningschap.
Het initiatief tot dit onderzoek past in dat kader. We moeten ons bewust zijn van onze eigen geschiedenis om ervan te kunnen leren en samen verder te kunnen.
We weten dat de gevolgen van kolonialisme en slavernij in de samenleving van vandaag nog steeds voelbaar zijn. Discriminatie en economische uitbuiting zijn helaas aan de orde van de dag, ondanks artikel 1 van de Grondwet.
Voor mij is uw onderzoek met zijn ongemakkelijke uitkomsten een extra stimulans om mijn volle krachten te blijven geven aan wat ik bij mijn inhuldiging heb gezworen. Namelijk om de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen te beschermen.
Ik blijf me samen met de Koningin inzetten voor verbinding, heling en verzoening.
Het historisch perspectief dat u biedt, is daarbij van essentiële waarde. Nogmaals mijn oprechte dank voor uw diepgravende werk.