Toespraak van Koning Willem-Alexander bij de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2026, Koninklijk Paleis Amsterdam
Dames en heren,
Goed u allen te zien bij de 155ste editie van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. We hebben het Koninklijk Paleis Amsterdam opnieuw omgetoverd tot een Paleis voor Schone Kunsten. De komende acht weken zijn de ingezonden werken van de vijftien genomineerden – onder wie de drie winnaars – hier te zien.
Dat hebben we te danken aan het voorbereidende werk van de deskundige jury onder leiding van mevrouw Westen.
Mevrouw Westen, u ging in uw voordracht in op de toenemende rol van AI binnen de kunsten en op de risico’s en mogelijkheden daarvan. De risico’s kennen we maar al te goed. Niet alleen binnen de kunsten, maar ook op andere terreinen zoals de wetenschap.
Hallucinerende AI-tools kunnen zelfs met de erfenis van Einstein aan de haal gaan, zoals we onlangs nog hebben gezien. Het is altijd oppassen geblazen met chatbots aan het stuur.
AI biedt ongekende kansen, dat staat buiten kijf. Maar er zijn zaken die we als mensen nooit kunnen uitbesteden.
Ons kritisch denkvermogen. En in de kunsten: onze verbeeldingskracht en onze creatieve scheppingsdrang.
Kunst is wezenlijk voor wie we zijn.
In deze tijd van grote turbulentie en onzekerheid in de wereld kan kunst ons helpen om houvast en betekenis te vinden. Troost en moed. Verwondering en inspiratie. En misschien wel het allerbelangrijkst: verbinding met elkaar.
Ieder mens hunkert daarnaar.
Dat verlangen kan AI nooit vervangen.
Om deze reden ben ik blij dat u hier bent vandaag. Ik ben trots op de lange traditie van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst die ons ook in 2026 samenbrengt rond het werk van een nieuwe generatie kunstenaars.
Het is altijd lastig om rode draden aan te wijzen in het werk van jonge schilders. Ze verschillen immers enorm van elkaar.
Maar als we kijken naar het werk van de genomineerden, dan valt op dat meer dan de helft van hen (acht van de vijftien) inspiratie vindt in de eigen nabije wereld.
Hun familie, hun vrienden, de omgeving waarin ze wonen en werken zijn het vertrekpunt.
Dat is heel duidelijk in het werk van onze eerste winnaar Gideon van Gameren. Hij groeide op in Twente, in een groot gezin met vijf oudere broers en zussen. Zijn vader en broer runnen een garage aan huis en repareren auto’s en campers.
Het zijn mensen met gouden handen die precies weten wat er mis is onder de motorkap en hoe je dat kunt oplossen. Sleutelen is hun lust en hun leven en van jongs af aan kreeg Gideon dat mee.
Ook hij heeft gouden handen, maar dan als tekenaar en schilder. Een ook voor hem is het een eerste levensbehoefte om dingen te maken. Waarom? ‘Ja’, zegt hij, ‘dat is als een kat vragen waarom die muizen vangt’. Het is gewoon de aard van het beestje.
Een werkplaats met moersleutels en lasapparaten krijgen we niet vaak te zien op een schilderij. Maar wél bij Gideon van Gameren. Het illustreert de band tussen deze jonge schilder en zijn familie. Zoals hij zelf zegt: “een computer praat met eentjes en nulletjes. Maar de grootste meerwaarde van kunst is, dat je iemands gevoel kan voelen”.
Ook onze tweede winnaar koestert de verbinding met de mensen om haar heen. Lorian Gwynn schildert mensen die dichtbij haar staan; vrienden en collega’s.
Ook zij heeft haar vaardigheden van geen vreemde, want haar vader is schilder en haar grootmoeder schilderde óók. Ze is als het ware in het atelier opgegroeid. Al op haar zesde wist ze van het bestaan van de Koninklijke Prijs. En nu, achttien jaar later, wint ze hem!
Fantastisch om te zien hoe zij de oude traditie van het groepsportret nieuw leven inblaast en zich daarbij laat inspireren door Hollandse meesters als Frans Hals. Net als hij deinst ze niet terug voor een groot formaat.
En net als hij weet ze heel bijzondere effecten te bereiken met olieverf.
Lorian Gwynn ziet het schilderen als een zoektocht. Niet alles hoeft in één keer te lukken. Zolang je nieuwsgierig blijft en open blijft staan voor experimenten komt het goed. In haar woorden: ‘Je kunt het alleen maar vinden door het te doen’.
Onze derde winnaar is Dion Rosina. Een goede bekende, want hij wist al drie keer eerder door te dringen tot de eindselectie. Zijn werk was hier dus al vaker te zien. En nu hoort hij bij de winnende drie.
Net als de andere winnaars werd Dion Rosina van jongs af aan gestimuleerd om zelf dingen te maken. Zijn vader tekende en hij tekende dat na. En ook Dion Rosina laat zich graag inspireren door voorbeelden uit het verleden. ‘Samplen’, noemt hij dat.
En dat samplen is veel meer dan hergebruik. Het is een eerbetoon aan degenen op wiens schouders je staat.
Centraal in zijn werk staat de verbeelding van de Afrikaanse diaspora.
Hij begint vaak met oude foto’s die hij samenvoegt tot collages in olieverf en acryl. Beelden van mensen die hij nooit heeft gekend, maar die onder zijn handen heel dichtbij komen. “Ik bestudeer hun gelaatstrekken”, zegt hij. “En daardoor is het net alsof ik een relatie met hen aanga.”
Het zijn drie markante winnaars die we vandaag in de schijnwerper zetten. Ik ben de jury dankbaar voor haar zorgvuldige werk. Mevrouw Westen, dit is de laatste keer onder uw voorzitterschap.
Geweldig dat u vier edities van de Koninklijke Prijs onder uw hoede hebt willen nemen. Uw opvolger, de heer Van den Boogerd, wens ik heel veel succes.
Ook de beide afscheidnemende juryleden – mevrouw Jarram en mevrouw Van Lankveld – wil ik hartelijk danken voor hun deskundige inzet.
En dan is het nu tijd om de drie winnaars van de Koninklijke Prijs 2026 het podium te geven. Ik roep ze graag naar voren:
Gideon van Gameren
Lorian Gwynn
Dion Rosina