Op zaterdag 2 februari 2002 trouwden Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima in Amsterdam. Het burgerlijk huwelijk werd voltrokken in de Beurs van Berlage. Aansluitend vond de kerkelijke inzegening plaats in De Nieuwe Kerk.
De verloving tussen de Prins van Oranje en Máxima Zorreguieta werd op vrijdag 30 maart 2001 om 18.00 uur door Koningin Beatrix bekendgemaakt in het bijzijn van Prins Claus en het verloofde paar. Op 7 januari 2002 ging het paar in Den Haag in ondertrouw.
Beeld: © RVD - Jeroen van der Meyde
Amsterdam, 2 februari 2002: De Prins van Oranje en Prinses Máxima poseren voor hun huwelijksportret in het Koninklijk Paleis Amsterdam.
Op 21 mei 2001 heeft de regering bij de Staten-Generaal het voorstel van rijkswet ingediend inzake het verlenen van toestemming aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, om een huwelijk aan te gaan met mevrouw Máxima Zorreguieta.
Het wetsvoorstel is op 12 juni 2001 besproken in de Staten van de Nederlandse Antillen en op 14 juni in de Staten van Aruba, die hiermee instemden. De Staten-Generaal verleenden 3 juli 2001 hun toestemming voor het voorgenomen huwelijk. Op 4 juli 2001 verscheen Staatsblad 333, waarin de toestemmingswet werd afgekondigd.
Het burgerlijk huwelijk werd op zaterdag 2 februari 2002 in de Beurs van Berlage voltrokken door de burgemeester van Amsterdam, mr. M.J. Cohen. De plechtigheid werd behalve door familie, vrienden en gasten van het bruidspaar ook bijgewoond door autoriteiten en ongeveer 600 genodigden uit alle delen van het Koninkrijk.
Op zaterdag 2 februari 2002 vond de kerkelijke inzegening van het huwelijk plaats in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Voorganger was ds. C.A. ter Linden, emeritus-predikant van de Kloosterkerkgemeente te Den Haag. De kerkelijke inzegening werd naast familie en vrienden van het bruidspaar, bijgewoond door Koninklijke genodigden en autoriteiten uit binnen- en buitenland.
De dienst werd gehouden onder kerkelijke verantwoordelijkheid van de Wijkgemeente Oostelijke Binnenstad van de Hervormde Gemeente Amsterdam. Muzikale medewerking werd onder meer verleend door organist Bernard Winsemius, sopraan Miranda van Kralingen, bandoneonist Carel Kraayenhof en Het Nederlands Kamerkoor samen met het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard.
Na de kerkelijke inzegening maakte het paar vanaf De Nieuwe Kerk een rijtoer met de Gouden Koets, via Nieuwezijds Voorburgwal, Spui, Singel, Muntplein en Rokin naar het Koninklijk Paleis Amsterdam, op de Dam. De samenstelling van de stoet was als volgt:
- Koninklijke Militaire Kapel (50 militairen te voet);
- Koningscompagnie van het Garderegiment Grenadiers en Jagers met vaandel en vaandelwacht (110 militairen te voet);
- Detachement ruiters van de Koninklijke Marechaussee (13 militairen);
- Detachement ruiters van het Korps Rijdende Artillerie (13 militairen);
- Detachement ruiters van het Korps Landelijke Politiediensten (25 politiemensen);
- De Gouden Koets, getrokken door zes Gelderse paarden en begeleid door twee adjudanten van H.M. de Koningin te paard;
- Ere Escorte Cavalerie (25 ruiters).
De stoet stond onder commando van kolonel der Koninklijke Marechaussee G.E. Wassenaar, stalmeester van H.M. de Koningin.
Na afloop van de rijtoer verscheen het bruidspaar op het balkon van het Koninklijk Paleis.
Ongeveer 1900 militairen verzorgden het militair ceremonieel. Het Korps Mariniers van de Koninklijke Marine voorzag in de erewacht bij het Koninklijk Paleis op de Dam. De erewacht bestond uit drie detachementen, één vaandel met vaandelwacht en de Marinierskapel met tamboer en pijpers.
De Koninklijke Luchtmacht voorzag in de erewacht bij de Beurs van Berlage. De erewacht bestond uit twee detachementen, een vaandel met vaandelwacht en de Luchtmachtkapel. De Koninklijke Marine voorzag in een sabelwacht bestaande uit officieren bij de Koninklijke Marine.
De ere-afzetting langs de verschillende routes was opgebouwd uit een militair en een civiel deel. Het militair gedeelte bestond uit 22 detachementen: 10 van de Koninklijke Landmacht, 6 van de Koninklijke Marine (waarvan 1 van het Korps Mariniers en 2 van het Koninklijk Instituut voor de Marine), 5 van de Koninklijke Luchtmacht en 1 van de Koninklijke Militaire Academie.
De civiele afzetting, die naast de militaire afzetting ingezet werd langs de route van de rijtoer, bestond uit deputaties uit de 12 provinciën (al dan niet in klederdracht), uit 2 detachementen van de Stichting Veteranenplatform en 6 detachementen, die geleverd werden door de Studenten Weerbaarheden uit Utrecht, Leiden, Delft. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.
De Koninklijke Marechaussee zorgde voor het ere-escorte naar de Beurs van Berlage en naar de Nieuwe Kerk. Dit ere-escorte bestond uit 8 motorrijders.
Als eresaluut werden vanaf twee fregatten vanaf het IJ met tussenpozen van vijf seconden 21 schoten afgegeven. Het eerste schot werd afgegeven op het moment dat het bruidspaar het Koninklijk Paleis verliet.
De trouwjurk van Prinses Máxima was gemaakt van ivoorkleurige mikado-zijde met lange mouwen en een bénitier-hals. De jurk was nauw aansluitend met vanaf de taille een licht uitlopende rok en een vijf meter lange sleep. Weerszijden van de jurk waren ingezet met geborduurde kant. De lange sluier van zijden tule met stippeltjes was met de hand versierd met motieven van bloemen en ranken van kant. De trouwjurk werd ontworpen en vervaardigd door Valentino Couture te Rome.
Het langwerpige bruidsboeket bestond uit witte rozen, gardeniabloemen, lelietjes der dalen en twee soorten groen. Het boeket werd gemaakt door Jane Nienhuys en Elisabeth Thierry de Bye-Dolleman, bloemistes van Paleis Soestdijk.
De Prins van Oranje droeg het Groot Tenue (tenue 1) van de Koninklijke Marine in de rang van Kapitein ter Zee. Daarop droeg hij het ordelint en ster van Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw, de ster van Ridder in de Huisorde van de Gouden Leeuw van Nassau, het Officierskruis, en de Inhuldigingsmedaille 1980.
De bruidsjonkers droegen een kort jasje en een broek van rood fluweel, wit overhemd van katoenen poplin, witte maillot en zwarte lakschoentjes. Over het jasje werd een sjerp van rode taftzijde gedragen. De strooimeisjes droegen jurkjes van rood fluweel met een sjerp van rode taft zijde, een witte maillot en zwarte lakschoentjes. De bruidsmeisjes droegen een rok van rode satin duchesse en een blouse van rode velours met satin duchesse. Schoenen waren in een bijpassende kleur bij het rode satijn. Bruidsmeisjes en strooimeisjes droegen bloemenkransjes in de kleur bordeaux rood.
De verlovingsring van Máxima Zorreguieta is een platina ring, bezet met een ovaal geslepen oranje diamant, aan weerszijden bezet met emerald geslepen diamanten, ingesloten tussen twee banden bezet met briljant geslepen diamanten. De trouwringen van het bruidspaar zijn handgemaakt van platina, 2,5 millimeter breed en halfrond. De trouwringen zijn na de inzegening aangereikt door Juan Zorreguieta, broer van Prinses Máxima.
Het huwelijksmonogram is ontworpen door de Prins van Oranje en Máxima Zorreguieta en vormgegeven door Hans Kruit. Het monogram stond op de omslag van de Orde van Dienst.
Ter gelegenheid van het huwelijk zijn Prinses Máxima bij Koninklijk Besluit de titels ‘Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau’ verleend. Zij kreeg de aanspreektitels ‘Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg’.
Koningin Máxima is sinds de huwelijksvoltrekking, op 2 februari 2002, lid van het Koninklijk Huis. Omdat voor dit huwelijk de Nederlandse nationaliteit noodzakelijk was, is haar met het oog op deze bijzondere situatie bij Koninklijk Besluit van 17 mei 2001 naturalisatie verleend.
De Argentijnse wetgeving staat niet toe dat Máxima Zorreguieta de Argentijnse nationaliteit verliest of daarvan afstand doet. In Argentinië kan zij evenwel geen staatkundige rechten meer uitoefenen. Naar Nederlands recht en naar Argentijns recht is het Nederlanderschap daarmee haar eerste en voornaamste nationaliteit.
