Predicaat Hofleverancier

De Koning kan het Recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen met de toevoeging 'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier' toekennen aan kleine en middelgrote ondernemingen die een vooraanstaande plaats innemen in hun regio en daarnaast 100, 125 (of een veelvoud van 25) jaar bestaan. De bestuurders van het bedrijf moeten van onbesproken gedrag zijn evenals de onderneming zelf. Ook moet de ontstaansgeschiedenis van het bedrijf duidelijk zijn.

Ontstaan van het predicaat Hofleverancier

In 1815 voerde Koning Willem I het Predicaat Hofleverancier in. Ook andere leden van het Koninklijk Huis konden het Predicaat Hofleverancier verlenen met de toevoeging van hun naam. Er waren bijvoorbeeld bedrijven die het wapenschild van Prins Bernhard voerden.

In 1987 werd het stelsel herzien. Er werd een nieuw wapenschild ontworpen met een moderne versie van het Koninklijk Wapen. Alleen het Staatshoofd kan het Recht tot het voeren van het Predicaat Hofleverancier verlenen. Het Predicaat geeft bedrijven het Recht om het Koninklijk Wapen te voeren met daarbij de toevoeging 'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier'. Toekenning van het Recht het Predicaat te voeren wil niet zeggen dat het betrokken bedrijf leverancier is of een andere relatie heeft met het Koninklijk Huis.

Alle bedrijven met het Predicaat moeten zich sindsdien richten tot de Koning om het Predicaat te laten verlengen. Het Predicaat wordt nu voor 25 jaar toegekend, waarna verlenging kan worden aangevraagd voor een volgende periode van 25 jaar.