Glazen Koets

De Glazen Koets werd in 1826 voor Koning Willem I gebouwd door P. Simons uit Brussel. De koets heeft een eenvoudig gevormde donkerblauwe kast, die is afgezet met een brede vergulde lijst van laurierbladeren en eikenbladeren.

Het rijtuig heeft zeven ramen met geslepen glas. De naam van de koets komt van het glas dat de ornamentenrand beschermt. Het interieur is bekleed met purper fluweel, de zitkussens zijn bekleed met een verende laag. De hemel is gemaakt van witte zijde. Na twee jaar historisch vooronderzoek werd de Glazen Koets tussen 2010 en 2015 gerestaureerd. 

Gebruik

De Glazen Koets wordt alleen bij speciale gelegenheden gebruikt. Zo was het rijtuig onder meer te zien bij het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard en het huwelijk van Prinses Beatrix en Prins Claus. De koets staat in het koetshuis van het Koninklijk Staldepartement.

Vanaf de restauratie van de Gouden Koets, die in 2016 startte, is de Glazen Koets op Prinsjesdag gebruikt voor de rijtoer van de Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima naar het Binnenhof. Op Prinsjesdag 2020 en 2021 zijn vanwege de coronapandemie auto’s ingezet.

Na de tentoonstelling keert de Gouden Koets terug naar het Koninklijk Staldepartement in Den Haag. Op 13 januari 2022 deelt Koning Willem-Alexander in een videoboodschap zijn besluit over het gebruik van de Gouden Koets.