Bescherming persoonlijke levenssfeer

Eén van de taken van de Rijksvoorlichtingsdienst is om de persoonlijke levenssfeer van de leden van het Koninklijk Huis te beschermen. Dit is geregeld bij Koninklijk Besluit van 13 december 1965.

Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het daarmee verwante recht op respect voor zijn of haar privé-, familie- en gezinsleven geldt voor iedereen en dus ook voor de Leden van het Koninklijk Huis. 

In 2005 heeft de Rijksvoorlichtingsdienst beschreven hoe deze bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de leden van het Koninklijk Huis tot uitdrukking komt in de samenwerking met de media. De uitgangspunten van deze zogenoemde mediacode zijn gebaseerd op (internationale) wet- en regelgeving en jurisprudentie op het gebied van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Desgevraagd geeft de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) advies aan de media of een foto of video de privésfeer betreft of niet. Media die de persoonlijke levenssfeer van de leden van het Koninklijk Huis respecteren kunnen worden uitgenodigd voor (privé) mediamomenten tijdens bijvoorbeeld de vakantie. Mocht de privacy door media worden geschonden dan kunnen zij bijvoorbeeld bij volgende (privé) mediamomenten worden geweigerd.

Niet bindend

De mediacode is niet bindend. Media beslissen zelf of ze wel of niet publiceren. Maar publicatie van foto’s en video’s die de privésfeer betreffen, kan onrechtmatig zijn. 

Uiteindelijk is het aan de rechter om te beslissen of de publicatie van een foto of video een inbreuk is op de persoonlijke levenssfeer en of hiervoor een juridische rechtvaardiging bestaat. De rechter heeft in verschillende uitspraken bepaald dat publicatie van dergelijke foto's alleen juridisch gerechtvaardigd is wanneer daarmee een bijdrage wordt geleverd aan een publiek debat over een zaak van algemeen belang. De journalistieke kwalificatie van 'nieuws' is derhalve op zichzelf geen juridisch toereikende rechtvaardiging voor een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.