In deze rubriek kunt u informatie vinden over diverse financiële onderwerpen die met het Koninklijk Huis te maken hebben. Het doel is zoveel mogelijk inzicht te geven in de uitgaven voor het Koninklijk Huis. De informatie is onderverdeeld in drie hoofdonderwerpen: de begroting van de Koning, andere begrotingen binnen de Rijksbegroting en overige financiële onderwerpen.

Nederland is een constitutionele monarchie. Dat betekent dat de positie van de Koning is vastgelegd in de Grondwet, ook wel constitutie genoemd. De Grondwet bepaalt in artikel 40 dat de Koning een uitkering van de Staat ontvangt. Ook staat in artikel 40 dat de manier waarop het Koninklijk Huis gefinancierd wordt in een wet wordt vastgelegd. Dat is de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH), die door het Parlement (Eerste en Tweede Kamer) is vastgesteld. In de wet staat onder andere wat de jaarlijkse uitkeringen zijn aan de Koning, de echtgenote van de Koning en de afgetreden Koning.

De begroting van de Koning bevat jaarlijks de uitgaven voor het Koninklijk Huis. Dit is begrotingshoofdstuk I van de Rijksbegroting. Ieder jaar bespreekt de minister-president deze begroting met de Tweede Kamer.